Poffertjes bij Arnon Grunberg

Door Marc van Oostendorp

In de mooie, deze maand verschenen Italiaanse vertaling van Arnon Grunbergs roman Huid en haar blijft één Nederlands woord onvertaald: poffertjes. Dat zegt heel veel over dat boek, en over Grunberg, en over de Nederlandse cultuur.

Eten maken – samen eten maken, eten maken voor iemand anders, samen eten maken voor iemand anders – speelt een belangrijke rol in Grunbergs roman, zoals de Leidse hoogleraar Yra van Dijk vorig jaar al liet zien. Ik geloof trouwens dat het niet alleen voor dit boek geldt, in vrijwel heel het werk is een aandacht voor eten en eten maken die je on-Nederlands zou kunnen noemen – misschien zelfs wel een internationaal elementje in het werk.

Die poffertjes zijn tegelijk natuurlijk Nederlands tot en met.

Zelfrijzend bakmeel

Ze spelen dan ook een rol in het moderne Amsterdamse netwerk waarin iedereen met iedereen te maken heeft, al is het maar als ex van iemand anders zijn ex. De poffertjes worden gemaakt door de ex-vrouw van de hoofdpersoon en diens zoontje voor zijn vriendin die langskomt. In de hoofdstukken daaraan voorafgaand worden die poffertjes ook regelmatig genoemd omdat er nog poffertjesmix gekocht moet worden.

Hoe begrijpt een Italiaan dit alles? Lange tijd wordt er over die poffertjes weinig uitgelegd, behalve dat er farina voor gekocht moet worden. Dat heeft de vertaler van die poffertjesmix gemaakt, hoewel het eigenlijk meel betekent. Het feit dat je in een supermarkt een doosje koopt waarop poffertjesmix staat, hoewel het feitelijk niet veel anders bevat dan zelfrijzend bakmeel is een treurig aspect van de Nederlandse kookcultuur dat in het Italiaans niet valt uit te leggen.

Kleine pannenkoeken

(Terzijde: dankzij het internet weten we dat Arnon Grunberg dol is op poffertjes en dat het zijn idee was om de presentatie van zijn debuutroman Blauwe maandagen in een poffertjestent te houden, maar dat zijn uitgever daartegen was. “Ik legde me neer bij zijn argumenten, schreef Grunberg een paar jaar geleden. “‘De literaire wereld gaat niet voor een debuut naar een poffertjestent,’ had hij gezegd.” De poffertjes komen ook voor in Blauwe maandagen, als iets wat de hoofdpersoon min of meer stiekem samen met zijn vader eet.)

Na een tijdje komen we ook te weten dat die poffertjes in een pan gemaakt worden, en helemaal aan het eind van de episode legt de hoofdpersoon aan een Amerikaanse collega’s uit wat poffertjes zijn. In het origineel: ‘een soort kleine pannenkoeken’. ‘Smaken kleine pannenkoeken anders dan grote pannenkoeken?’ vraagt die collega dan.

Frittelle

Die passage is niet helemaal onschuldig, want eerder in het boek heeft de verteller pannenkoeken geassocieerd met de (valse) veiligheid van het gezinsleven: “Daar dekte men elkaar toe, daar werden slaapliedjes gezongen en sprookjes voorgelezen, daar werden pannenkoeken gebakken.” Verderop in het boek neemt de vriendin de hoofdpersoon dan weer mee naar een pannenkoekenhuis omdat het haar “romantisch” lijkt om haar geliefde te trakteren op een pannenkoek.

De Italiaanse vertaling van de neerlandicus Franco Paris brengt bovendien nog iets anders aan het licht. De poffertjes worden daar aan de Amerikaan toegelicht als “una sorta di piccole frittelle“. Dat is een goede vertaling, al zijn frittelle geloof ik meestal gefrituurd en een stuk kleiner dan pannenkoeken. Ze kunnen aan de andere kant wel ongeveer zo groot zijn als Amerikaanse pancakes, die bovendien ook frittelle genoemd worden in het Italiaans. En de dialoog die Grunberg in het Nederlands weergeeft, moet natuurlijk in het Engels hebben plaatsgevonden. De collega heeft gevraagd ‘Do small pancakes taste differently than big pancakes?’

Of de schrijver Grunberg het nu bewust heeft gedaan of niet, dat dialoogje staat in ieder geval op een strategische plaats in de roman – het enige woord dat de vertaler niet weet te vertalen wordt zo voor de buitenlandse lezer alsnog even toegelicht.

Arnon Grunberg. Il libero mercato dell’amore. Feltrinelli, 2014. Vertaling: Franco Paris. Meer informatie bij de uitgever.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.