‘Ik vind bovendien dat hij grappig is’. Of: ‘Ik vind dat hij bovendien grappig is’

Door Marc van Oostendorp


Het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde is uit! Er staat onder andere een kort artikel in van Kees de Schepper en enkele anderen (hier is een digitale versie) over zinnen zoals de volgende:

  • Hij is erg charmant; ik vind bovendien dat hij ontzettend grappig is.
  • Niet belangrijk? Ik meen juist dat dit het essentiële punt is.
  • Ik denk misschien dat ik er ook een voor mijn moeder ga kopen. 

In al die gevallen hoort het onderstreepte bijwoord logisch gezien in de bijzin:

  • ik vind dat hij bovendien ontzettend grappig is, 
  • ik meen dat dit juist het essentiële punt is, 
  • ik denk dat ik er misschien ook een voor mijn moeder ga kopen. 

In de laatste zin is het natuurlijk niet zo dat ik misschien wel denk ‘ik ga er ook een voor mijn moeder kopen’; nee, het is zeker zo dat ik denk: ‘Ik ga er misschien een voor mijn moeder kopen’.

Die bijwoorden klimmen dus omhoog, en De Schepper en anderen noemen dit prag-raising: raising vanwege het klimmen en prag omdat het gaat alleen maar om bepaalde bijwoorden gaat: ‘pragmatische’ bijwoorden die iets zeggen over de mededeling die je doet. Wat ze zeggen is altijd subjectief. Bovendien betekent bijvoorbeeld: wat ik nu zeg is nog belangrijker dan wat ik daarnet zei’; misschien ongeveer ‘ik weet niet zeker of wat ik nu zeg waar is’.

‘Gewone’ bijwoorden als thuis of morgen die niet subjectief zijn, kunnen bijvoorbeeld niet klimmen: de volgende paren zinnen betekenen anders dan de zinnen met prag-raising niet hetzelfde:

  • Ik denk dat ik thuis nog een roestige hamer heb liggen.
  • Ik denk thuis dat ik nog een roestige hamer heb liggen.
  • Ik hoop dat jullie morgen komen.
  • Ik hoop morgen dat jullie komen.
De subjectiviteit van juist, misschien, bovendien en dergelijke is juist de reden dat hij naar boven klimt, zeggen de onderzoekers. De zinnen waar het om gaat hebben een ‘subjectief’ en een ‘objectief’ deel:
  • SUBJECTIEF: ik vind
  • OBJECTIEF: dat hij ontzettend grappig is
Het subjectieve woord bovendien voelt zich nu aangetrokken tot het eerste stuk; vandaar dat het daar terecht kan komen. 
Het woordje niet is natuurlijk niet subjectief, maar kan soms wel degelijk klimmen.
  • Ik denk niet dat het gaat regenen = Ik denk dat het niet gaat regenen.
Het kan dat alleen niet altijd; dat hangt af van het werkwoord. De volgende zinnen betekenen bijvoorbeeld niet hetzelfde:
  • Dan zie je niet dat het klopt.
  • Dan zie je dat het niet klopt.
Wat hier aan de hand is, is misschien meer dat niet denken een speciale, bijna idiomatische betekenis gekregen heeft, namelijk betwijfelen. Je kunt die combinatie ook gebruiken zonder bijzin. ‘Ik denk het niet, Job‘ betekent niet dat een bepaalde gedachte niet in je hoofd zit: het betekent dat je sterke twijfels hebt aan een zeker idee.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags . Bookmark de permalink.