Behoud de science fiction, red de DBNL

Door Marc van Oostendorp

Je moet goed zorgen voor wat ooit sciencefiction was: wanneer je niet uitkijkt, gaat wat je voor de toekomst had opgebouwd weer verloren en ben je terug bij af. Dat dreigt in Nederland, als we niet uitkijken, te gebeuren met de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Dit was ooit de droom: dat iedereen gratis kennis kon maken met de Nederlandse letteren. Alleen een rijke en excentrieke bibliofiel kon het zich twintig jaar geleden veroorloven om op ieder moment van de dag duizenden boeken onder handbereik te hebben – en dat dan alleen nog maar wanneer hij nooit te ver van huis ging. Inmiddels heeft iedereen met een internetaansluiting dat, waar ter wereld hij zich ook bevindt, en zonder er een cent voor te betalen. Oók in het Nederlands. Er zijn meer klassieke werken in het Nederlands te lezen dan we waarschijnlijk in een heel leven aan zullen kunnen.

Dat dit mogelijk is, danken we aan de DBNL, een website die inmiddels bijna vijftien jaar de Nederlandse letteren in ruime zin toegankelijk maakt voor iedereen: van Max Havelaar tot Guus Kuijers Met de poppen gooien, en van De bouwstenen van de schepping door Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft tot Vanden vos Reynaerde. Doordat de boeken in zeer betrouwbare edities beschikbaar worden gesteld, zijn ze heel geschikt voor wetenschappelijk onderzoek. Tegelijk kan de liefhebber ze downloaden en lezen op een tablet of een e-reader. Dat alles tegelijk gratis én legaal. Zo sleept die website de Nederlandse letteren als we even ons best doen moeiteloos de eenentwintigste eeuw in.

Er bestaan bij mijn weten geen andere taalgebieden waar men een dergelijke goed geoutilleerde bibliotheek heeft. De site heeft een groot publieksbereik, en uit recent gebruikersonderzoek door het onderzoeksbureau ICSB blijkt dat de bezoekers van de website een 8,4 geven aan de website. De DBNL heeft ook in al die jaren geprobeerd een goede aansluiting te houden bij zowel de wetenschap als de ‘gewone’ lezer.

Helaas is de toekomst van deze inmiddels eigenlijk onmisbaar geworden droom nu al bijna twee jaar ongewis en het voorwerp van getrouwtrek tussen de Nederlandse Taalunie, het Ministerie van OCW en de Koninklijke Bibliotheek. In de nieuwe bibliotheekwet, die volgende week in de Tweede Kamer behandeld wordt, staat de DBNL niet genoemd, al wordt hopelijk wel het amendement aangenomen van het SGP-Kamerlid Roelof Bisschop dat speciale aandacht vraagt voor ‘de Nederlandse taal en letteren’ in deze wet.

Hoe men het ook doet, het is zaak dat we de bestaande infrastructuur van het Nederlands behouden en verder uitbreiden. Het werk moet ook idealiter door de Nederlandse publieke sector gebeuren. Wij zijn dat aan de toekomst verplicht: als wij niet zorgen dat ons geschreven erfgoed geen geschiedenis wordt, wie zal dat dan wel doen?

Dit stukje verscheen gisteren ingekort tot ingezonden brief in NRC Handelsblad.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.