Ieder dag een taalverandering

Door Marc van Oostendorp


Sommige op het eerste gezicht nutteloze details blijven heel lang hangen in een taal. Neem de verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord. Het systeem is op het eerste gezicht hopeloos ingewikkeld, zoals iedere buitenlander weet die onze taal wil leren. Je gebruikt altijd –e, tenzij het lidwoord onbepaald is en het zelfstandig naamwoord onzijdig:

 de mooie man, een mooie man
– het mooie kind, een mooi kind

Waarom zou je die hele verbuiging eigenlijk moeten hebben? Ze drukt geen betekenis uit en het Engels doet ook niet zoiets mals. En desalniettemin behouden we het.

Althans, er is wel degelijk iets aan het veranderen, zoals Freek Van de Velde en Fred Weerman laten zien in een onlangs verschenen artikel. Wanneer je goed zoekt in grote dataverzamelingen, vind je dingen als:

Daarom belt zij hem ieder dag op.
– In elk inleiding esthetica

Lidwoordachtig

Weliswaar komt het nog slechts heel zelden voor – ieder(e) dag wordt bijvoorbeeld slechts in 0,7% van de gevallen zonder verbuiging gebruikt –, toch is het mogelijk een aanwijzing. Échte bijvoeglijk naamwoorden, zoals mooi(e) dag, worden namelijk nooit zonder verbuiging voor.

Het is een van de aanwijzingen die Van de Velde en Weerman gevonden hebben dat de verbuiging langzaam maar zeker op een andere manier gebruikt gaat worden. Voor een zelfstandig naamwoord kunnen twee soorten dingen staan: eerst komen lidwoordachtige woorden (de, het, een, maar ook zulk, ieder, sommig, enzovoort), en daarna komen de echte bijvoeglijk naamwoorden. De structuur van de naamwoordgroep is dus deze:

(1) lidwoorden-in-ruime-zin (2) bijvoeglijk naamwoorden (3) zelfstandig naamwoorden

Volgens Van de Velde en Weerman wordt de verbuigings-e steeds meer gebruikt om (1) van (2) te onderscheiden: de eerste woorden hebben het niet, de tweede hebben het wel.

Het vele ongenoegen

In een relatief verre geschiedenis, die ook in sommige dialecten te vinden is werden lidwoorden even goed verbogen als bijvoeglijk naamwoorden, namelijk om geslacht en naamval uit te drukken (ik zie den man en de vrouw). Naamvallen zijn verdwenen en het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk gaat er langzaam aan. En nu ook het verschil tussen de en het mogelijk verdwijnt, is het systeem van verbuigingen aan een nieuwe interpretatie toe.

Sinds die tijd zijn woorden aan het schuiven om de juiste plaats in het nieuwe systeem te vinden. Sommige woorden, zoals veel, kunnen zowel in (1) als in (2) staan. In (1) hebben ze dan soms geen uitgang (veel ongenoegen), maar in (2) wel (het vele ongenoegen). De correlatie is, in dat klassieke systeem, niet perfect, maar gaat de goede kant op: je kunt wel vele mensen zeggen, naast veel mensen, al kun je echt niet de veel mensen zeggen.

Bedoeld commentaar

Zoiets geldt ook voor bepaalde bijvoeglijk naamwoorden zoals voornoemd, bedoeld en vermeld. Die worden kun je met of zonder lidwoord gebruiken. Met lidwoord worden ze verbogen, zonder een lidwoord hebben ze ook geen verbuiging – alsof ze dan zelf op de plaats van het lidwoord gaan staan:

in bedoeld commentaar (niet: in bedoelde commentaar)
– in vermeld gironummer (niet: in vermelde gironummer)
in het bedoelde commentaar (niet: in het bedoeld commentaar)
in het vermelde gironummer (niet: in het vermeld gironummer)

Langzaam zijn allerlei woorden dus hun plaats aan het vinden in het nieuwe systeem: komen ze op plaats (1) of op plaats (2) te staan? Wanneer ze op plaats (1) staan zullen ze het verder zonder –e doen, maar op plaats (2) krijgen ze die als bonus.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Ieder dag een taalverandering

  1. Marlies Kluck schreef:

    Ik las laatst "kijk hier voor het volledig dossier" (vk.nl), en merkte in mijn eigen colleges dat ik het heb over "het lexicaal domein". Het ontbreken van de -e heeft hier wellicht verschillende redenen: misschien wil je in het laatste geval niet "het lexicale domein" zeggen omdat lexicaal niet als attribuut of eigenschap van het domein zelf begrepen moet worden, maar van de onderdelen van dat domein (een intuïtieve gok). Het opvallende is dat je hier dus wel een lidwoord gebruikt, in tegenstelling tot de gevallen die hier beschreven worden, i.e. *de veel mensen. Ik ben benieuwd of Van de Velde & Weerman hier ook iets over zeggen.

Reacties zijn gesloten.