Gedicht van een verdwenen dichter

Door Bart FM Droog

Anno Domini 1914 verscheen de debuutbundel Schuchtere schreden. Verzen van Jac. M.Th. Fock bij uitgeverij Van der Haar & Van Ketel te ‘s-Gravenhage. Dit werk werd door K. Kuiper in het tijdschrift Onze Eeuw nogal afgebrand. Zó nogal dat van de dichter nadien nooit meer iets vernomen is.

Gelukkig bestaat de DBNL en is aldaar één – toch wel hilarisch – vers van Fock middels de bespreking van Kuipers bewaard gebleven:

VLINDER.

Ik heb op de wei een vlinder gezien,
Een vlinder, een vlinder alleen,
Die fladderde, fladderde, fladderde blij
Al over de bloemekens heen.

Die vlinder, die vlinder, die was er zoo mooi,
Die vlinder, die had er een gondene tooi,
Die vlinder, die vlinder, die leek wel een fee
Die over de bloemkens een rondedans dee.
Een fee in een kleedje, heel teer en heel fijn,
Van goudovertogen sneeuw wit satijn,
Een fee, die maar leefde tot dansen alleen,
Tot dansen al over de bloemekens heen.
Bron afbeelding: Ergosign, www.ergosign.de
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , . Bookmark de permalink.