Hoe mooi is klankkleur?

Door Marc van Oostendorp


Taal en muziek zijn komen allebei bij ons binnen doordat ze tegen onze trommelvliezen botsen. Ergens in onze hersenen wordt dat gerommel de ene keer herkend als woorden, en de andere keer als melodie.

In sommige opzichten maken muziek en poëzie natuurlijk gebruik van dezelfde middelen – zoveel manieren om tegen een trommelvlies te botsen zijn er nu eenmaal niet, en de manieren om dat op een aangename manier te doen zijn nog kleiner in aantal. Een voorbeeld daarvan is toonhoogte, dat we in het Nederlands gebruiken om verschil te maken tussen ‘Je komt morgen!’ en ‘Je komt morgen?’ en in de muziek om de ene melodie van de andere te onderscheiden.

Er zijn ook verschillen.
Zo maakt taal heel veel gebruik van timbre of klankkleur. Klinkers houden we vooral uit elkaar door hun verschillen in die dimensie: een ie heeft een andere klankkleur dan een aa, en dus is griet een ander woord dan graat. Klankkleuren doen ook het ene muziekinstrument onderscheiden van het andere: een viool heeft een ander timbre dan een fagot.

Fagot

Nu wordt klankkleur in de meeste muziek verder niet gebruikt. Je kunt ritme maken door korte noten af te wisselen met hoge, en melodie door lange noten af te wisselen met korte; maar er bestaat geen muziek die bestaat door de viool gespeelde noten systematisch af te wisselen met door de fagot gespeelde noten.

De reden daarvoor lijkt voor de hand te liggen: het vereist wel een heel ingewikkelde manier van samenspelen om dat effect te bereiken. Of anders een synthesizer – en sommige experimentele elektronische muziek doet het misschien dan ook wel.

Halfgesloten

Maar, bedacht ik gisteren, in de poëzie wordt eigenlijk ook nooit met klankkleur gespeeld. In het Nederlands niet en in geen enkele taal die ik ken.

Hoe zou dat klinken? Een belangrijke klankkleurdimensie is geslotenheid: hoe dicht is je mond wanneer je de klinker uitspreekt. De ie, uu en oe zijn alle drie gesloten, de ee, eu, oo alledrie halfgesloten en de aa is open (probeer het maar).

Klankkleurpoëzie zou hiermee kunnen spelen, door bijvoorbeeld gesloten en halfgesloten klinkers te laten afwisselen. Maar er bestaan bij mijn weten geen poëtische tradities die dat doen, zoals er dus ook geen muziek is die dat doet. Kennelijk beleeft de mens geen genoegen aan een afwisseling in klankkleuren.

(Ik dacht gisteren aan klankkleur naar aanleiding van dit artikel over violen.)

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

8 reacties op Hoe mooi is klankkleur?

  1. Oh ja. Ik heb wel eens over klankpoëzie geschreven. Timbre speelt daarin inderdaad wel een rol, zij het niet precies de rol die ik hier beschrijf.

  2. Gaston Dorren schreef:

    Je schrijft: dat geen muziek bestaat waarin (bijvoorbeeld) door de viool gespeelde noten systematisch worden afgewisseld met door de fagot gespeelde noten.
    Er is natuurlijk wel muziek waarin twee of meer instrumenten dezelfde noten spelen, tegelijk (maar zonder helemaal te versmelten) of net iets verschillend (zelfde noten, maar net iets eerder of later bijvoorbeeld). Is dat niet een geval van esthetisch spelen met klankkleur?

  3. Dat klankkleur in de muziek gebruikt wordt, valt niet te ontkennen. Anders zou je immers alles net zo goed meteen op een orgel kunnen spelen. Het idee dat bijv. fuga's met klankkleur spelen, vind ik wel verrassend, daar moet ik nog eens over nadenken! Maar op het eerste gezicht lijkt het me toch net wat anders.

  4. K schreef:

    Denk aan de dubbel- en tripelconcerti waarin de solistische instrumenten afwisselend exact dezelfde muzikale frase spelen boven dezelfde begeleiding. Zie bijvoorbeeld 1:04-1:15.


  5. Wat een leuk voorbeeld!
    En grappig dat de discussie tot nu toe vooral gaat over mijn bewering over muziek (die ik overigens deed op gezag van het boek 'Language, Music and the Brain' van Aniruddh Patel).
    Het enige wat ik hier nu nog over kan opmerken is dat het in dit voorbeeld gaat over kleine frases die herhaald worden in een andere kleur; niet over individuele noten. Maar het zit er wel dicht tegenaan, inderdaad.

  6. Peter van Kranenburg schreef:

    Vooral in de twintigste eeuw is er wel degelijk veel met klankkleur gedaan. Schoenberg introduceerde zelfs de term Klangfarbenmelodie. In de tijd van het serialisme is ook veel met timbre gedaan. Al dat moois heeft echter nooit een groot publiek bereikt.

    http://en.wikipedia.org/wiki/Serialism

  7. P'i-kou schreef:

    Je hebt helemaal gelijk dat voorbeelden nauwekijk te vinden zijn vóór de 20e eeuw, maar er bestaat denk ik vrij veel muziek waarin timbre op min of minder dezelfde manier wordt gebruikt als toonhoogte enz. Youtube is er vol mee.

    Vanzelfsprekend heb je Schoenbergs 'klankkleurmelodie'. Neem je Bachs Ricercare a 6 uit het Musikalische Opfer, een 6-stemmige fuga (hier 'traditioneel' gearrangeerd voor strijkorkest) die Webern heeft zo georkestreerd dat kleuren worden afgewisseld over individuele noten. Gubaidulina heeft dat ook gedaan, wel met o.a. viool en fagot

    Daar is klankkleur één belangrijke dimensie. In Lontano of Atmosphères van Ligeti is het de belangrijkste.

    En men heeft dit met spraakklanken ook wel gedaan al 50 jaar geleden (Stockhausen in Stimmung, Gesang der Jünglinge).

Reacties zijn gesloten.