In plaats van een kattenfilmpje

Door Marc van Oostendorp


Weten jullie wat het is, het internet geeft soms tegenstrijdige adviezen. Zo kwam deze week eerst de gerespecteerde Nederlandse uitgever en reclamestem Wouter van Oorschot beweren dat weblogs het einde van de beschaving inluiden. Een paar dagen later verscheen er op de Amerikaanse Al Jazeera een artikel van Corey Robin waarin werd beweerd dat weblogs nu juist het redmiddel zijn van de academische wereld.

Ik kan moeilijk ontkennen dat ik een weblogger ben, dus mij interesseert de vraag wel wie er nu eigenlijk gelijk heeft. Zijn wij hier op Neder-L bezig ‘geëngageerde cerebraliteit, helder denken, adequaat formuleren, belezenheid’ de nek om te draaien? Of zijn wij hier ware intellectuelen die jullie ‘dwingen verder te denken dan vandaag’?


Tabloidpagina

Het stukje van Van Oorschot is moeilijk te interpreteren. Nadat hij een brief heeft gekregen van een aantal journalisten televisie die hem willen interviewen over het verschijnsel bloggen, windt hij zich op de website van zijn uitgeverij enorm op (‘dat lucht op’, schrijft hij onder zijn stukje), maar het is niet helemaal duidelijk waarom. Hij beweert dat hij geen blogs schrijft, terwijl het stukje precies alle kenmerken heeft van een blog. Hij noemt uiteindelijk als ik het goed heb, welgeteld één bezwaar tegen het genre: dat blogposts kort zijn. “Je stukkies (kunnen) maar beter niet de lengte van een tabloidpagina te boven (…) gaan als je wilt dat je lezers de laatste regel halen.”

Dat lijkt me juist; en op een tabloidpagina kan nog best veel tekst. Is het een bezwaar? Ik geloof dat er wel iets van aan is, dat er redenen zijn om te veronderstellen dat de digitale media de concentratie weghalen; dat voor veel mensen het lezen van Neder-L en Facebook in plaats komt van het lezen van allerlei dikke boeken. Als ik jullie hier niet aan het vermaken was, zaten jullie allang allemaal het nieuwe boek van Yves T’Sjoen te lezen.

Kattenfilmpje

Ja, ik doe er nu ironisch over, maar er zit natuurlijk wel degelijk iets in. Je zou omgekeerd ook kunnen zeggen dat als ik dit hier niet schreef, jullie net zo goed niet in dat boek van T’Sjoen aan het lezen waren, maar in plaats daarvan een grappig kattenfilmpje op YouTube zaten te bekijken. Maar dat is wel een beetje een burgemeester-in-oorlogstijd-argument. Moeten we de barricaden niet op voor het diepgravende essay?

Corey Robin gaat in zijn stuk op Al Jazeera niet in op dit bezwaar. In plaats daarvan richt hij zich op de ongekende mogelijkheid die het medium biedt voor academici om een relatief groot publiek te bereiken: zijn eigen weblog over politieke theorie trekt naar eigen zeggen 20.000 bezoekers per dag. Moderne, jonge intellectuelen ontdekken deze manier om het publieke debat wat te verdiepen.

Overigens wijst Robin hierbij ook op een interessant probleem. Weblogs worden vooral geschreven door mensen aan het begin van hun carrière (AiO’s, jonge postdocs) en mensen die al behoorlijk gevestigd zijn. Dat zijn de mensen die het zich kunnen permitteren. Degenen die ontbreken zijn de dertigers, die tot over hun oren zitten in de onderwijsbaantjes en de publicatieverplichtingen.

Elite

Robin geeft vooral voorbeelden van het internet als discussieforum en als mogelijkheid om te reageren op actuele kwesties. (Gezien zijn eigen achtergrond gaan de voorbeelden ook concreet over politcologische en aanverwante onderwerpen.)

Dit soort discussies zijn altijd onderdeel geweest van het intellectuele leven. Waar geleerden elkaar vroeger brieven schreven, of elkaar in de koffiekamer verbaal te lijf gingen, doen ze dat nu in het internet – waar buitenstaanders tegenwoordig kunnen meegenieten. Tegelijkertijd kun je mét Van Oorschot zeggen: die discussies worden er zo niet diepzinniger op. ‘Over enkele jaren is de elite door het volk gelijkgeschakeld.’ (Maar: ‘dat uitsterven duurt véél langer dan u en ik leuk vinden, let op!’, meldt hij er ook nog enigmatisch bij.)

Ivoren toren

Daar zit ook wat in. Wat moet je doen als moderne academicus? Je geheel en al terugtrekken in je ivoren toren en daar zo onzichtbaar worden dat men jouw discipline makkelijk kan wegbezuinigen? Of je in het publieke debat mengen en daarbij zo oppervlakkig worden dat de meerwaarde van je gespecialiseerde kennis geheel en al uit zicht verdwijnt?

Dat is de makke van die internetdiscussies: het levert lollige stukjes op die Wouter van Oorschot opluchten, maar waar je geen stap verder mee komt.

(Later deze week volgt hier een bespreking van het nieuwe boek van Yves T’Sjoen.)

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.