Van varen, vechten, plunderen en plagiaat

Door Bart FM Droog

In 1942 stelde Jan H. Eekhout de bloemlezing  Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek samen. Dit boekje bevatte veel anti-Britse gedichten en liederen uit de diverse Engels-Nederlandse oorlogen – op zich niet zo vreemd, want Van Eekhout had zich openlijk tot de Nieuwe Orde bekeerd.

Kort na de verschijning publiceerde dagblad Het Vaderland een vlammend protest van Wouter Nijhoff, van uitgeverij Martinus Nijhoff, tegen dit werk. Het boek van Eekhout bleek een geplunderde versie van de eerder in de 20ste eeuw bij Nijhoff verschenen alomvattende overzichtsbloemlezing van Nederlandstalige zeelyriek: Van varen en van vechten (1914)      

Nijhoff: “Ik moet opnieuw een ernstig protest doen hooren ten opzichte van geoorloofde handelingen gepleegd tegen mijn uitgave Van Varen en van Vechten, verzameld door D.F. Scheurleer.

Was het eerste gericht tegen de samenstellers van het bundeltje De Zingende Walvisch, waarin zij den wensch uitspraken dat er eindelijk eens een verzameling zou worden samengesteld van onze oude zeemansliederen en daardoor blijk gaven het uitvoerige werk van Scheurleer, dat al ongeveer 30 jaar bestaat, niet te kennen, thans gaat het om een oorspronkelijk werk van den heer Jan Eekhout, dat bij een anoniemen uitgever onder den firmanaam “De Tijdstroom”, Lochem, dezer dagen is verschenen onder den titel: Hart van Holland. Een keur uit onze historische Zee-Lyriek, door Jan H. Eekhout. Jawel, door Jan Eekhout niet bijeengebracht of verzameld of nagedrukt, neen, tout court door Jan Eekhout. Bladert men dat boek door, dan bemerkt men aldra dat het eenige oorspronkelijke van dat nieuwe boek bestaat uit een ‘Woord vooraf’, te weids “inleiding” gedoopt, van anderhalve bladzijde; de rest (195 blz.) is niets anders dan een nadruk van een aantal zeemansliederen, uit bovengenoemde bundel. Nadrukken is ongeoorloofd, tenzij met toestemming van den eigenaar. Daar deze toestemming niet gevraagd noch verleend was, kan ik thans slechts een ernstig protest tegen deze handelwijze uiten.

Hoe zijn de heer Jan Eekhout en zijn anonieme uitgever onder den firmanaam “De Tijdstroom” te werk gegaan? Hij zegt het in zijn ‘Woord vooraf’: hij bewonderde het boek in hooge mate (alle hulde aan den heer Scheurleer), hij stond er beduusd van alle verzen, die hij verzameld had in die verzameling te vinden. “Wanneer nu Bloemlezer en Uitgever niettemin hebben besloten tot de uitgave van dit boek, dan geschiedde zulks op grond van het feit, dat dr Scheurleers werk sedert eenige jaren uit den handel verdwenen is en dat het reeds uiteraard onbereikbaar moest blijven voor “het groote publiek”.”

Jammer voor hen, dat de mededeeling, dat het boek van Scheurleer uitverkocht is, niet waar is, wat de uitgever en iedere boekhandelaar hun hdden kunnen mededeelen, wanneer zij zich daarvan op de hoogte hadden willen stellen. Nu hebben de heeren niet alleen mij, maar ook “het groote publiek” gedupeerd, want voor nog geen drie kwartjes meer (mijn bundel bestaat uit drie deelen, te zamen 1700 bladzijden, gebonden in linnen banden en kost slechts f. 4.20 [anno 2014 circa  € 27,81 ]; terwijl het oorspronkelijke werk van den heer Jan Eekhout, dat een achtste gedeelte daarvan geeft, behalve het ‘Woord vooraf’, 195 bladzijden telt, en gebonden fl. 3,50 kost [anno nu circa  € 23,17]) kan een ieder het boek van Scheurleer bij zijn boekhandelaar koopen en behoeft zich dus niet met een uittreksel voor bijna denzelfden prijs te behelpen.
Ik moet er echter bijvoegen dat de heer Jan Eekhout volkomen getrouw heeft nagedrukt, zóó getrouw dat hij ook de woordverklaringen, die Scheurleer hier en daar geeft, woordelijk heeft overgenomen en er geen enkele zelf heeft bijgevoegd. Het werk is deskundig gedaan en in zijn soort volmaakt.

Ik protesteer dus uit naam van mijzelf en van “het groote publiek” tegen deze misleidende handelwijze.”
In de N.R.C. verschenen weerwoorden van Eekhout en uitgeverij De Tijdstroom, die op z’n minst opmerkelijk genoemd mogen worden. Eekhout biedt uitvoerig zijn excuses aan, want hij zou niet geweten hebben dat Scheurleers Van Varen en van Vechten nog in de handel was, en besluit met: “Wij bieden den heer Nijhoff onze vriendenhand. Dat ook de heer Nijhoff aldus handele. In dezen geweldigen tijd is er, zoo dunkt ons, geen plaats voor “onredelijke vijandschap”.”

De Tijdstroom: “Onzerzijds moge hieraan nog worden toegevoegd dat naar onze meening de firma Nijhoff geen schade kan lijden van onze uitgave, daar zij de prijs van “Van Varen en Vechten” tot fl. 4,20 heeft verlaagd, terwijl ons boek, dat intusschen een geheel ander karakter draagt, in den handel is gebracht voor fl. 3,50. Wie waarlijk schade hebben te vreezen, zijn wij.”

Lees het hele artikel uit Het Vaderland,  16-01-1942 op Delpher,
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010020076:mpeg21:a0110

Later in 1942 kwam Jan H. Eekhout andermaal in opspraak.  G.H. ‘s-Gravesande wees er in Het Vaderland van 27 juni 1942 op dat Eekhouts roman Pastoor Poncke opmerkelijke overeenkomsten vertoonde met een  boek uit 1911, Der Hodscha Nasredding (Alexander Duncker Verlag, Weimar, 1911) van de Oostenrijkse auteur Albert Wesselski. Dat was niet alleen pijnlijk voor Eekhout, maar ook voor het genazificeerde Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, dat hem in januari 1942 gelauwerd had met de Meesterprijs 1941 à fl. 2000,- [anno nu circa € 13.242,09).

Foto: Jan H. Eekhout, circa 1931. Fotograaf onbekend. 

Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.