‘Sommige academici’ en het Standaardnederlands

Door Marc van Oostendorp


De Volkskrant, de krant die vindt dat taal iets is waarover alleen dwazen discussiëren, trakteerde de lezers dit weekeinde op een interviewtje met een zekere Stijn Verrept, initiatiefnemer van een internetpetitie die de Nederlandse en Vlaamse politiek oproept om het uit elkaar groeien van het Nederlands van Nederland en Vlaanderen een halt toe te roepen. Het moet maar eens afgelopen zijn met het feit dat Vlamingen gij zeggen en Nederlands leuk! Allemaal precies hetzelfde spreken!

Erg kritisch wordt Verrept door de dienstdoende journaliste niet bejegend. De argumentatie gaat bijvoorbeeld als volgt:

Het niveau van het Nederlands in Vlaanderen is aan het afkalven. Dat is een bedreiging, want zo krijgen mensen niet langer de kans correct Nederlands te leren.

Je zou zeggen: wanneer niemand meer correct Nederlands spreekt, is het ook niet nodig om dat correcte Nederlands nog te leren – je kunt daarmee dan toch nergens terecht. Je kunt in dat geval beter het incorrecte Nederlands leren dat iedereen spreekt.

Maar zo redeneert Verrept niet. Dat telefoons geen draaischijf meer hebben is een bedreiging, want zo krijgen mensen niet langer de kans correct een nummer te draaien! Dat mensen steeds minder roken is een bedreiging, want zo krijgen mensen niet langer de kans nog een sjekkie te leren draaien! Dat mannen geen zwaard meer dragen is een bedreiging, want zo kunnen ze niet leren om te duelleren!

De journaliste die Verrept interviewde zet in plaats van hiernaar te vragen zelf ook wat retorische middelen in om duidelijk te maken hoe erg het allemaal is. “Volgens sommige academici is dit een onschuldige evolutie“, schrijft zij:

“Het Standaardnederlands, dat in Vlaanderen sinds de jaren zestig als norm is gepropageerd, is volgens hen te sterk gericht op de noordelijke Nederlanden. Zij vinden dat de ‘tussentaal’, die voor Nederlanders moeilijker verstaanbaar is, zich in Vlaanderen gerust mag verspreiden. Maar dat is tegen het zere been van de petitiehouders. ‘Heel veel ouders willen graag dat hun kinderen het Standaardnederlands goed beheersen’, zegt Verrept.”

De crux zit hier in sommige academici. Daarmee worden twee dingen bereikt: er wordt gesuggereerd dat alleen academici in hun ivoren toren zoiets ‘onschuldig’ durven vinden. De échte mensen (‘heel veel ouders’) weten wel beter. Tegelijkertijd zijn het ook alleen maar sommige academici – gelukkig weten de meesten ook wel beter.

Dat is allebei betwijfelbaar. Bij mijn weten zijn er weinig taalkundigen aan de Vlaamse universiteiten die denken dat het Verkavelingsvlaams niet onschuldig is. Ik zou zelfs zo 1-2-3 niet iemand kunnen opnoemen; het zijn dus niet ‘sommige’ academici die er zo over denken, het zijn ze bijna allemaal, ook al komen zij over deze kwestie om de een of andere reden in de Volkskrant, anders dan in alle andere Nederlandse kranten, nooit aan het woord. Bovendien geldt datzelfde vermoedelijk voor heel veel, zo niet de meeste andere Vlamingen. Als dat niet zo was, zou dat Verkavelingsvlaams immers niet zo populair zijn.

Wat hier feitelijk wordt gezegd: de mensen hebben behoefte aan iemand die hen vertelt dat het allemaal fout is wat ze doen. ‘Sommige academici’ weigeren dat die mensen te vertellen, maar dat moet toch gebeuren, want dat is beter voor die mensen.

Verrept gaat nog even door:

Wij zeggen niet dat iedereen kunstmatig Journaal-Nederlands moet praten, maar slordige taal past niet in alle situaties.

Ook de tegenstelling die hier tussen ‘Journaal-Nederlands’ en ‘slordige taal’ wordt gecreëerd, is retorisch. Dat ligt al in het woord ‘slordig’: kennelijk is een Vlaming die niet als een Nederlander spreekt dus onnauwkeurig en misschien wel een beetje vies. Dat mag hij wel zijn, maar in het ideale geval laat hij dat in het openbaar niet merken.

Je zou hierbij de kanttekening maken dat die hele strategie van Verrept, als hij al op een wenselijk resultaat gericht zou zijn,  tot mislukken gedoemd is. Wat Verrept met zijn petitie bepleit is om de ontwikkeling van de taal op de radio en de tv een halt toe te roepen.

Je kunt dat waarschijnlijk wel proberen, maar de échte taalverandering gebeurt zelden of nooit in de media, en bijna altijd op straat. Die zal dan ook ongehinderd doorgaan. Het resultaat van de door Verrept voorgestelde maatregelen zal dan ook zijn dat het Journaal door steeds minder mensen verstaan zal worden. Dat is een bedreiging, zouden ‘sommige academici’ zeggen, want dan missen die mensen een belangrijke bron van informatie. Maar Verrept vindt het belangrijker dat ze weten wat ‘correct’ is of niet, en de Volkskrant kijkt wel mooi uit om hem ernaar te vragen.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

9 reacties op ‘Sommige academici’ en het Standaardnederlands

  1. reinierpost schreef:

    Ik vind eerlijk gezegd het interviewtje geen onzin, maar je reactie wel. Goed, taalkundigen vinden het echt niet meer kunnen om over de 'correctheid' van taalgebruik te spreken, maar dat je dan meteen het probleem waar het eigenlijk om gaat als niet-bestaand weglacht lijkt me toch een aanzienlijk groter probleem.

    Wat is dat probleem dan? Je schrijft:

    "Wanneer niemand meer correct Nederlands spreekt, is het ook niet nodig om dat correcte Nederlands nog te leren – je kunt daarmee dan toch nergens terecht. Je kunt in dat geval beter het incorrecte Nederlands leren dat iedereen spreekt."

    Dit is een van de onzinnigste uitspraken over taal die ik ooit heb gelezen! Het probleem zit hem in dat 'iedereen'. Wie is dat precies? Je begaat hier tenminste 3 koeien van denkfouten. Ten eerste neem je hier zonder enige toelichting aan dat 'Verkavelingsvlaams' een standaardtaal is, dat wil zeggen, dat iedereen die dat spreekt blijkbaar dezelfde taal spreekt, waarmee er ook geen communicatieproblemen ontstaan; terwijl de kritiek van Verrept en co. overduidelijk impliceert dat ze vinden dat het *geen* standaardtaal is en dat er *daardoor* communicatieproblemen ontstaan. Ten tweede zie je over het hoofd dat Verkavelingsvlaams overduidelijk alleen door Vlamingen wordt gesproken, terwijl dat bij Standaardnederlands Vlamingen en Nederlanders ziin – een verschil dat voor de opstellers van de petitie *cruciaal* is, terwijl jij doet alsof het zelfs niet bestaat. Maar de denkfout die alles slaat is dat je doet alsof taalstandaardisatie door mensen uberhaupt niet belangrijk is, dat het volstrekt zinloos zou zijn om over het gebruik van taal na te denken en daar enige sturing in aan te brengen, dat iedereen zomaar wat brabbelt en daar dan magisch onderlinge verstaanbaarheid uit ontstaat, alsof het elke dag Pinksteren is. Ja, voor de inheemse talen van Papoea-Nieuw-Guinea werkt het misschien wel, als je het over het hele gebied bekijkt (want ook daar zal incorrect taalgebruik net zo hard worden gecorrigeerd als bij ons); maar de meesten onder ons maken wel degelijk gebruik van allerlei vormen van taalstandaardisatie en ik durf wel te stellen dat dat een van de grondslagen van onze beschaving vormt, zonder welke uitvindingen als boekdrukkunst, literatuur, taalwetenschap, atoombom, internet, en ga zo maar door, absoluut niet mogelijk waren geweest. Het is prima dat je als taalwetenschapper zegt: ik ben wetenschapper, ik beschrijf taal, ik schrijf hem niet voor; maar insinueren dat alle pogingen van anderen om sturing op het taalgebruik uit te oefenen onzin zouden zijn, is volstrekt onwetenschappelijk, want in flagrante tegenspraak met de werkelijkheid.

    Inderdaad, 'het Standaardnederlands' en 'correctheid' liggen niet voor 100% exact vast, ze zijn in enige mate een illusie. Maar doen alsof ze volslagen onzin zijn en taalpolitiek donquichotterie is een veel grotere vertekening van de werkelijkheid.

  2. Olaf K. schreef:

    We hebben een Vlaming die de Nederlanders opdraagt wat te doen aan die verpoldering van het Nederlands. Mij rest maar één vraag: Waar bemoeit die man zich mee? (Dan blijkt ook nog dat 'wij' die opdracht krijgen omdat het anders weleens slecht zou kunnen gaan met de Belgische economie. Zijn we nou helemaal!)

  3. Ja, die 'koe van een denkfout', die maak ik inderdaad en zal ik blijven maken. Er is namelijk, hoe hard u ook roept, geen enkel bewijs dat de door u kennelijk gewenste sturing in taalzaken werkt, ooit heeft gewerkt, of ooit zal werken, en al helemaal niet dat afwezigheid van dergelijke sturing ertoe leidt dat 'iedereen maar wat brabbelt'.

    Wijst u mij een taalgemeenschap aan waarin de afwezigheid van sturing tot gevolg heeft gehad dat men elkaar tot grote wanhoop van alle betrokkenen niet meer verstaat, en ik zal graag toegeven dat ik het bij het verkeerde eind heb, en dat ik de werkelijkheid 'flagrant' verteken. Maar een dergelijk voorbeeld kunt u niet geven – terwijl u tegelijkertijd een tegenvoorbeeld geeft tegen uw eigen stelligheid (de talen van Papoea-Nieuw-Guinea).

    Dat het de opstellers van de petitie erom te doen is om de taal van Nederland en Vlaanderen dichter bij elkaar te brengen of te houden, is mij bekend; maar gegeven het feit dat de twee volkeren nauwelijks met elkaar communiceren lijkt me deze tot mislukken gedoemd.

    U heeft er kennelijk bezwaar tegen om een en ander wetenschappelijk te bezien. Dat maakt het moeilijk om met u te discussiëren. In ieder geval blijkt uit alles dat taalverandering niet of nauwelijks van bovenaf of door de media kunnen worden gestuurd. Dit gold in het verleden al, en men zou kunnen vermoeden dat dit in onze huidige tijd, met zijn wantrouwen tegen autoriteit en sociale media, al helemaal een verloren zaak is.

    Gezien uw antiwetenschappelijke houding in deze zaken kunt u overigens waarschijnlijk beter voortaan alleen de Volkskrant lezen over dit soort kwesties. Daar wordt u op uw wenken bediend, en komt er tenminste nooit een wetenschapper aan het woord over dit soort zaken, zodat uw werkelijkheid ook niet vertekend dreigt te worden.

  4. Anoniem schreef:

    Het valt me wel op dat veel jonge Vlaamse academici soms slecht begrijpelijk zijn als ze lezingen houden. Ze spreken dan een soort onverstaanbaar, lokaal Vlaams dialect. Vroeger was het een genot om te luisteren naar het verzorgde Nederlands van academici uit Vlaanderen.

  5. Anoniem schreef:

    Geert van Istendael (Verkavelingsvlaams) en ik (Poldernederlands) hadden er in 2007 een discussie over

    http://www.janstroop.nl/2013/09/er-zijn-twee-soorten-nederlands/

    Jan Stroop

  6. HC schreef:

    Een interessante kijk op de zaak, vandaag in de (Vlaamse) krant De Standaard, van de (Nederlandse, maar zowat 15 jaar in België wonende) schrijver Marc Reugebrink (http://www.standaard.be/cnt/dmf20140211_00974815): "Nederlands is overal". Een stukje eruit (maar voor een goed begrip: alles lezen):

    "Iemand moet me toch eens uitleggen waarom de zin 'Wa hebbie da baj je' in Nederland niet tot een principiële discussie over taalverloedering leidt, en een zinnetje als 'Mijne vriend, gade gij mee' hier onmiddellijk leidt tot de oprichting van een Actiegroep Nederlands onder leiding van een emeritus hoogleraar (Stijn Verrept) en zelfs tot een petitie die door de grootste geesten van dit land prompt wordt ondertekend."

    Duidelijkheidshalve: Reugebrink reageert ook op de commotie die ontstaan is n.a.v. het taalgebruik van de (Kempense) zangeres Natalia als presentatrice van een muziekprijzenprogramma, taalgebruik dat stevig lokaal gekruid was. De link met het Verrept-initiatief is behoorlijk evident.

    Overigens, wat Verrept e.a "(sommige) academici" negeren, is dat die tussentaal hoe dan ook dichter bij de standaardtaal staat dan de sterk dialectisch gekleurde taal die zowat iedereen (op enkele verdwaalde "academici uit Vlaanderen na, wellicht) een paar generaties geleden sprak. Wat er vroeger niet helemaal was (ik zal niet beweren: helemaal niet) kan bezwaarlijk "afkalven"…

  7. Dank voor de link. Een belangrijke opmerking van Reugebrink vind ik dat de beste oplossing zou zijn als de Nederlanders er meer aan zouden wennen dat het Nederlands dat in Vlaanderen gesproken wordt óók Nederlands is, al is het dan soms een beetje anders: dat ze zich meer de moeite zouden moeten getroosten dat ook te verstaan. Ik weet niet hoe je dat zou moeten bereiken, maar het lijkt me inderdaad de beste oplossing.

  8. reinierpost schreef:

    Excuus voor de ontijdigheid van deze reactie, maar een zjuist genuttigde kom heerlijke mosterdsoep brengt me over mijn aarzeling heen.

    Ook ik kan geen voorbeelden geven van pogingen tot wat ik maar taalsturing noem (betogen voor of tegen een bepaald soort taalgebruik) die duidelijk aantoonbaar effect hebben gehad op het taalgebruik van aangesprokenen. Als het gaat om losse stukjes taal, een bepaald woord of zo, is het misschien nog wel te doen; maar voor algemene pleidooien zoals boven besproken lijkt het me uiterst moeilijk.

    Maar het tegengestelde lijkt me al even moeilijk. Toon maar eens aan dat dergelijke oproepen geen effect hebben. Dat niemand er gevoelig voor is. Of dat de mensen die er wel gevoelig voor zijn desondanks hun taalgebruik niet aan zullen passen. Dat lijkt me een al even hachelijke onderneming. Er is volgens mij geen enkel bewijs dat de door mij genoemde sturing *niet* werkt.

    Maar dat is wat u beweerde. En daarom ligt de bewijslast hier bij u, niet bij iemand die de tegengestelde uitspraak doet. (Zo iemand ben ik overigens niet, en ook over de wenselijkheid van dergelijke pogingen tot sturing heb ik me niet uitgelaten.) Hoe u erbij komt om dit standpunt als antiwetenschappelijk te betitelen is me een groot raadsel.

    Overigens: ook ik ben er van overtuigd dat het pleidooi om een gezamenlijke Nederlands-Vlaamse cultuurtaal in stand te houden ernstig wordt belemmerd doordat Nederlanders en Vlamingen veel minder met elkaar praten dan met land- resp. gemeenschapsgenoten.

    Maar dat is geen excuus om te doen alsof taalpolitiek onzin is en alsof je je taalpolitiek neutraal zou kunnen opstellen. Dat kan niet. Laisser-faire is ook een politieke keuze. Geen eisen stellen aan de taal waarin onderwijs wordt gegeven, nieuwsuitzendingen worden verzorgd, enzovoorts, is net zo goed een taalpolitieke keuze als er wel eisen aan stellen. Iedere taalspreker of -schrijver doet impliciet aan taalpolitiek mee door de keuzen die hij of zij in het taalgebruik maakt. Maar je kunt pver die keuzen ook expliciet debatteren. En ik blijf er van overtuigd dat dat net zoveel zin heeft als debat over welk ander politiek onderwerp dan ook.

  9. Ik weet niet zo goed hoe u zich dat voorstelt, dat ik zou bewijzen dat 'pogingen tot sturing' niet werken. Er is mij geen enkel voorbeeld bekend waarin ze wel werken. Is dat voldoende bewijs? U kunt altijd zeggen: ja, maar als we nu net wat anders gaan sturen, dan werkt het natuurlijk wel.

    Dat laisser-faire taalpolitiek neutraal is, zult u mij niet horen beweren. Het is inderdaad een taalpolitieke keuze; de mijne. Mijn argumenten ervoor zijn: (i) ingrijpen werkt niet; (ii) het beoogde doel is erg onduidelijk en (iii) waarschijnlijk ongewenst.

    Overigens hoeft van mij niemand zich op wetenschappelijke gronden te beroepen; maar als iemand zich als 'professor' in de krant laat interviewen, zou je op dit punt wel wat mogen verwachten.

    Van mosterd ga je liegen, zei mijn moeder overigens altijd, en op internet staat het ook. Dus het zal wel waar wezen. http://www.rijnmond.nl/programmas/vraag-het-de-bieb/berichten/30-09-2011/waar-komt-het-gezegde-van-mosterd-ga-je-liegen-van

Reacties zijn gesloten.