Suffix-sonnet: -erij

Opgedragen aan prof. dr. Matthias Hüning

Toen ooit het Franse achtervoegsel –ie
aan woorden zoals becker werd gehaakt,
waar aldus beckerie van werd gemaakt,
verrijkte dit onze morfologie.

-Er en –ie smolten samen tot –erij
zodat men smederij in orde vond
alhoewel smeder niet als woord bestond.
Zo kwamen er steeds nieuwe vormen bij.

Toen werd ook de betekenis verbreed:
een boeverij was iets wat een boef deed
en niet een plaats waar boeven samen zijn,

Zodoende vind ik het ook niet zo fijn
wanneer een lezer van dit werk tot mij
spreekt over achtervoegselrijmerij.

Marc van Oostendorp, 30 december 2013

M. Hüning. 1999. Woordensmederij. De geschiedenis van het suffix -erij. Den Haag: Holland Academic Graphics.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Suffix-sonnet: -erij

  1. Matthias Hüning schreef:

    Wat leuk – een gedicht over mijn favoriete suffix. Prachtig!
    Dank je wel, Marc!
    – Matthias

Reacties zijn gesloten.