Nederlandse Poëzie Encyclopedie-nieuws

Door Bart FM Droog

Terwijl een oud-geheime dienstdirecteur in een talkshow als dichter uit de kast komt en de eerste najaarsstorm drie doden kostte, wordt in de redactiekantoren van de NPE stug doorgewerkt aan de overzichten van de jaarlijkse reguliere dichtbundelproductie vanaf 1900.

Zo zijn we deze week in de jaren 1961-1965 beland. Door eerst in de catalogus van het Poëziecentrum Gent op achtereenvolgens jaartallen 1961, 1962 etcetera te zoeken, het zoekproces daarna per jaar te herhalen in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek Den Haag, maar dan met de achtereenvolgende zoeksleutels ‘gedichten’, ‘verzen’ en ‘sonnetten’, krijgen we een eerste indicatie van het jaarlijkse bundelaantal.

Het Lectuur Repertorium 1952-1966 biedt uitkomst over wie wanneer precies debuteerde en of boeken waarvan het genre bij de andere bronnen onvermeld blijven, al dan niet dichtwerken zijn. Meer aanvullende informatie is te vinden bij het Letterenhuis Antwerpen en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, beide te Antwerpen – maar gelukkig ook online te raadplegen.

Maar vijf bronnen zijn te weinig, dus moet er gezocht in bron zes: de Brinkman’s Catalogi 1961-1965, deel  A-L en deel M-Z. Goddank digitaal beschikbaar, maar zelfs met semi-geautomatiseerde zoekprocedures blijft het een hels karwei om de dichtbundels er uit te filteren.

Resteren bron zeven, acht en negen: de catalogi van Poëziecentrum Nederland, de Koninklijke Bibliotheek Brussel en de British Library in Londen (met een verrassend grote collectie Nederlandse literatuur). Maar daar kan eigenlijk alleen efficiënt gezocht worden op auteursnaam – wat gebeurt als we met de afzonderlijke dichterslemma’s bezig zijn – een proces dat grotendeels in de jaren 2015-2023 zal geschieden.

Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.