Zinnelijkheid en lezen

Drie soorten lezers
Door Marc van Oostendorp

Wat is lezen toch een wonderlijke, eigenlijk onbegrijpelijke activiteit. Doordat iedereen het in zijn eigen hoekje zit te doen merk je het meestal niet, maar er blijken grote verschillen te zijn tussen lezers.
Zo hebben we de afgelopen dagen kunnen vaststellen dat Paul Dijstelberge geen dyslecticus is. Gisteren verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE een artikel waarin wordt aangetoond dat (sommige) dyslectici een groot voordeel hebben bij lezen van een klein beeldscherm, bijvoorbeeld dat van een telefoon.

Daar moet je bij Paul niet mee aankomen.

“Zelf lees ik gedichten in het boek dat de schrijver in handen heeft gehad,” schrijft hij. “Dat geldt voor de zeventiende-eeuwers en vooral voor de negentiende-eeuwers. (…) Als je eerste drukken bekijkt van Paul Verlaine en Robert de Montesquiou (…) gaat er een wereld voor je open.”

Ik ben geen dyslecticus, geloof ik, maar ik lees sinds een jaar of twee toch heus af en toe een boek op mijn telefoon. Dat zijn weliswaar bij voorkeur boeken die niet vreselijk ingewikkeld zijn, boeken met een stijl die rechttoe-rechtaan is, en een verhaal dat ook niet al te ingewikkeld is. (Momenteel lees ik De Waarheid en het Koninkrijk op die manier, in de verloren momenten in de lift en op het treinstation. )

De verklaring waarom de dyslectici prettiger van een scherm lezen is dat ze zo kortere regels hebben en minder worden afgeleid. Op de een of andere manier lijkt dat te werken, terwijl dat voor Paul Dijstelberge niet zo is. Wat Paul daar zelf over zegt, maakt de verwarring bij mij alleen maar groter:

Ovink heeft (…) een belangrijk proefschrift over (typografie) geschreven waarin hij laat zien dat de ervaring van Marc uitzonderlijk is. Voor de meeste mensen moet de vorm van de tekst (en daar bedoel ik zowel de vorm van de letter als de lay-out mee) bekend zijn, willen ze de tekst kunnen appreciëren.

Ik begrijp daar niets van. Waar zijn nu de vorm van de letter en de lay-out meer vertrouwd dan juist op mobiele instrumenten? Ieder boek dat je leest ziet er precies hetzelfde uit, je hoeft nooit te wennen aan een nieuw boek, je bent eigenlijk doorlopend in hetzelfde boek aan het lezen. Ik vind het zelfs eerder een nadeel van digitale boeken dat ze zo gelijkvormig zijn, ik zou soms wel wat meer variatie willen.

Het verschil zit hem dan ook denk ik eerder in die ‘eerste drukken van Verlaine en Montesquiou’. Zulke dingen hebben mij eerlijk gezegd nooit geïnteresseerd, ook niet in de tijd dat ik nog wel papieren boeken las. Wanneer ik Paul goed begrijp, is zijn manier van lezen veel lichamelijker, veel directer, veel zintuigelijker dan de mijne. Vandaar die hang naar verzorgde typografie, waarbij iemand zijn best heeft gedaan ervoor te zorgen ‘dat de lezer de bladzij niet meer ziet maar direct doordringt tot de betekenis van de tekst’. Zijn zinnelijkheid zit hem soms in de weg.

Ik mis die hele dimensie van het lezen. Het voordeel is dat ik de bladzijde eigenlijk nooit zie en dus misschien wel makkelijker doordring tot die betekenis. Het nadeel is dat ik een hele dimensie van ervaringen mis.

Drie soorten lezers: Paul, de dyslecticus, en ik. Ik had geen idee dat er zoveel variatie was. En dan gaat het alleen nog over een van de laagste functies van het lezen: het herkennen van letters op pagina’s.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.