‘Een muur van Nederlands’

door Miet Ooms

Het zal weinigen ontgaan zijn, het zoveelste taalstormpje in Vlaanderen gisteren. Dit keer speelde Menen de hoofdrol in het hele verhaal, met een burgemeester die het gemeentepersoneel verplicht om uitsluitend nog Nederlands te spreken met de mensen die naar het gemeentehuis komen. En als die mensen geen Nederlands begrijpen, mogen ze alleen nog gebarentaal en/of pictogrammen gebruiken. Alles, maar geen andere taal zoals Frans (of Engels).

Vanzelfsprekend was dit bericht goed voor een hoop opinies pro en contra, al dan niet leuke cartoons op sociale media allerhande en de nodige satire.
Met deze blog wil ik daarom niet de zoveelste opinie geven, maar wel wat meer duiding over de fameuze taalwet die hier gewoon zal worden toegepast. Want eigenlijk…. heeft de burgemeester de wet aan haar kant.

Laat ons eens beginnen bij het begin. België is officieel een drietalig land. Ja, drie: Nederlands, Frans en Duits. Voor de rest van dit verhaal speelt het Duits geen rol meer, maar het blijft een van de drie landstalen. Dit betekent echter niet dat België een drie- of tweetalig taalgebied is, dat is wat anders. Al meer dan 2000 jaar loopt de taal’grens’ tussen de Romaanse en de Germaanse taalfamilie door de regio die nu België heet. In die periode is die grens wel een aantal keren opgeschoven, hier wat naar het noorden, daar wat naar het zuiden, maar op enkele kilometers na is die al die tijd behoorlijk stabiel gebleven. De behoefte om die taalgrens officieel vast te leggen, die is nog maar enkele tientallen jaren oud, en die is ontstaan uit de strijd van de Nederlandstalige (‘Vlaamse’) burgerij die het beu waren om, als ze carrière wilden maken, steeds in het nadeel te zijn tegenover moedertaalsprekers Frans. Vandaar dat we in België in de loop van de jaren heel wat taalwetten hebben gekregen en uiteindelijk werd in 1962 België onderverdeeld in 4 taalgebieden: het Nederlandse, het Franse, het Duitse en het tweetalige Brussel-Hoofdstad. Voeren (eigenlijk in Luik) ging naar Limburg, Komen en Moeskroen (eigenlijk in West-Vlaanderen) naar Henegouwen en er werden faciliteitengemeenten opgericht rond Brussel. In 1970 werden deze gebieden uiteindelijk vastgelegd in de Grondwet.

En gaan we de taalwetgeving, meer precies die voor bestuurszaken eens bekijken: ‘Artikel 12 van de wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken is nochtans duidelijk: ‘Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied is gevestigd, gebruikt uitsluitend de taal van zijn gebied voor zijn betrekkingen met de particulieren, onverminderd de mogelijkheid die hem gelaten wordt aan de particulieren, die gevestigd zijn in een ander taalgebied, te antwoorden in de taal waarvan de betrokkenen zich bedienen.’ Als iemand uit Wallonië zich in het Frans richt tot een Vlaamse gemeente, dan staat het die gemeente dus vrij te antwoorden in het Frans. Als een inwoner van Menen zich van het Frans bedient aan het gemeenteloket, dan vormt het een inbreuk op de wet om in het Frans te antwoorden.’ () De enige gemeenten die van deze wet zijn uitgezonderd, zijn bovenvermelde faciliteitengemeenten. Ik ga ook hier niet over uitweiden, als u er meer over wil weten, weet u nu op welke zoekterm u moet googelen. Menen is in ieder geval geen faciliteitengemeente.

Dura lex, sed lex. De burgemeester heeft bijgevolg gelijk dat ze dit eist, en elke gemeente waar het personeel zo vriendelijk is zich aan te passen aan degene die aan het loket komt, zeker als dat een inwoner is, pleegt dus een inbreuk op deze wet. (Let wel, het gaat hier expliciet over het artikel rond taalgebruik bij bestuurszaken. Ze kan niet doorgetrokken worden naar bv. het taalgebruik thuis, op straat of zelfs bij de politie.)

Tot hier de feiten. Nu enkele bedenkingen:
1) Er is niets mis mee dat ambtenaren mensen aanspreken in de taal van het taalgebied waar de gemeente ligt. Meer nog, dat zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. Als degene die aan het loket komt die taal niet of slechts gebrekkig machtig blijkt te zijn, is het nog steeds niet slecht om die zoveel mogelijk in het Nederlands verder te helpen, zolang de dienstverlening gegarandeerd blijft. Meer nog, mensen die op dat moment zelf Nederlands aan het leren zijn, zullen dat net appreciëren.
2) De burgemeester heeft inderdaad de wet aan haar kant, maar met haar uitdrukking ‘botsen op een muur van Nederlands’ geeft ze niet de indruk dat het haar gaat om het naleven van die taalwet. Wel om het opleggen van het Nederlands en een muur vormen tegen andere talen, het Frans op de eerste plaats. Dat terwijl een taal net voor communicatie moet zorgen, muren slopen en bruggen slaan. En dat is jammer. Ik heb al heel wat mensen op cursus Nederlands gehad, die allemaal stuk voor stuk heel gemotiveerd waren. Veel mensen zijn echt wel bereid Nederlands te leren, dus die druk is eigenlijk helemaal niet nodig. Ik vrees ook dat het plan om met handen en voeten en pictogrammen te werken mensen niet zal aansporen om de ‘muur van het Nederlands’ te slopen. Een meertalige brochure met woorden en uitdrukkingen die frequent gebruikt worden op het gemeentehuis en waarnaar de Nederlands sprekende ambtenaren kunnen verwijzen, zou dat wel kunnen.
3) Het is ook jammer dat deze taalwet zo strikt eentalig is. Zou er, gezien de taalrel die toch ontstaan is uit een oroep om deze wet na te leven, geen draagvlak zijn om de wet zelf te herzien?

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

4 reacties op ‘Een muur van Nederlands’

  1. Mark schreef:

    Veel media (e.g. De Standaard) schreven "gebarentaal" in de berichtgeving rondom deze rel. Maar op Neder-L mogen we toch wel verwachten dat er een helder onderscheid gemaakt wordt tussen "gebaren" en "gebarentaal"?

    Het eerste gaat over met handen en voeten communiceren bij gebrek aan een gedeelde verbale code. Het tweede is Nederlandse Gebarentaal, de taal van de Dovengemeenschap.

    Mij lijkt dat de burgemeester het over het eerste had. Denkt Neder-L daar anders over?

  2. Miet Ooms schreef:

    1) Ik ben een blogger bij Neder-L, maar ik beweer nergens dat ik 'het standpunt van Neder-L' vertegenwoordig. Dat kunt u lezen in blogs van Neder-L zelf.
    2) 'gebarentaal' volgens Van Dale:
    ge·ba·ren·taal (v(m); meervoud: gebarentalen)
    1 het uiten van gedachten door gebaren (http://www.vandale.be/opzoeken?pattern=gebarentaal⟨=nn#.UinzdtKpVIE).
    Dat betekent dus niet noodzakelijk de Nederlandse Gebarentaal, oftewel de taal van de Dovengemeenschap. Die wordt hier ook niet door De Standaard bedoeld, ook niet door de burgemeester en zeker niet door mij. Het woord 'gebarentaal' wordt hier dus ook niet verkeerd gebruikt volgens mij.

  3. Jesse Kuiper schreef:

    Overigens wordt er in Vlaanderen geen Nederlandse Gebarentaal gesproken, maar Vlaamse Gebarentaal. Strikt genomen zou dat dan ook niet mogen, want Vlaamse (of Nederlandse) Gebarentaal is geen Nederlands.

  4. H. schreef:

    "Ik heb al heel wat mensen op cursus Nederlands gehad, die allemaal stuk voor stuk heel gemotiveerd waren. Veel mensen zijn echt wel bereid Nederlands te leren, dus die druk is eigenlijk helemaal niet nodig."

    De bovenstaande redenatie is niet helemaal correct. De generalisatie wordt gedaan op basis van een beperkte steekproef en die niet representatief is. Immers, het is niet onlogisch aan te nemen dat personen die een cursus Nederlands volgen gemotiveerder zijn om Nederlands te spreken dan de totale niet-Nederlandstalige populatie. Verder is uit de constatering dat veel mensen bereid zijn Nederlands te leren ook niet te concluderen dat de druk van ambtelijke eentaligheid niet nodig is. Misschien heeft die druk juist wel effect bij de (mogelijk ook vele) anderen die nog niet gemotiveerd zijn Nederlands te spreken. De onvolledige beheersing van het Nederlands bij veel inwijkelingen in de Rand zou daar wel eens op kunnen wijzen.

Reacties zijn gesloten.