Hoe de huig-[R] oprukt in Vlaanderen

Door Marc van Oostendorp


Van alle klanken in menselijke talen, trekt de [r] ongetwijfeld de meeste belangstelling. Dat is ook terecht: er is inmiddels bijna overal wel iets mee aan de hand, bijvoorbeeld in de manier waarop hij wordt uitgesproken, of juist niet.

In het nieuwe boek Rhotics, New Data and Perspectives staan artikelen over de manier waarop Franse kinderen en Pakistaanse volwassenen de [r]-klank leren, over de precieze stand van de tong bij het Malayalam, over de manier hoe sprekers van het Hebreeuws omgaan met de [r] in leenwoorden uit het Engels en nog veel meer waar iedere r-nerd van smult!

Hans Van de Velde, Evie Tops en Roeland van Hout schrijven een artikel in de bundel over de manier waarop de huig-R oprukt in Vlaanderen (u kunt het ook hier downloaden).

Vlaanderen is lang niet de enige plaats waar het gebeurt. Ooit, enkele eeuwen geleden, moet er in heel Europa maar één manier zijn geweest om de [r] uit te spreken: door het puntje van je tong te laten trillen. Dat is volgens sommige fonetici fysiek ook de eenvoudigste manier om het te doen. Merkwaardigerwijs spreiden andere manieren om die klank uit te spreken – bijvoorbeeld door juist de huig te laten trillen – zich echter langzaam maar zeker over Europa uit: Frankrijk en Duitsland zijn, afgezien van wat perifere gebieden in het zuiden al goeddeels om. Ook in het Verenigd Koninkrijk heeft bijna niemand nog een tongpunt-r. In Noorwegen trekken andere manieren van de [r] zeggen langzaam op van zuid naar noord. In Italië gebeurt datzelfde van noord naar zuid.

Ook Nederland kent inmiddels al enige tijd allerlei verschillende manieren om de [r] te zeggen, waaronder de huig-r. Vlaanderen is wat langer resistent gebleven tegen de verandering, maar moet er nu toch ook aan geloven. In hun artikel zijn Van de Velde en zijn collega’s nagegaan hoe dat in zijn werk is gegaan.

Ze zijn op een ingenieuze manier te werk gegaan. Ze hebben drie onderzoeken genomen uit verschillende tijden: een atlas waarvoor de gegevens verzameld zijn in de jaren twintig, dertig en veertig van de twintigste eeuw; een andere atlas  met gegevens uit de jaren tachtig en negentig; en een recent onderzoek uit 2009 en waarin verschil werd gemaakt tussen jongeren en ouderen. De kaarten over waar mensen de [r] uitspreken met de huig in verschillende perioden hebben de onderzoekers over elkaar gelegd. Dat geeft het volgende resultaat:

In de zwarte gebieden werd al rond het midden van de vorige eeuw een huig-r opgetekend. De donkergrijze gebieden komen uit de atlas met gegevens uit de jaren 80 en 90; iets lichtergrijs zijn de ouderen in 2009 en het lichtst grijs de jongeren.
Je ziet het verschijnsel dus vanuit verschillende haarden zich verspreiden. De stad Gent is duidelijk zo’n haard, en Nederlands Limburgs steekt langzaam maar zeker de Belgische tegenhanger aan. Iets soortgelijks lijkt recenter tussen de provincies Noord-Brabant en Antwerpen te gebeuren. In het zuiden van Vlaanderen zijn, tot slot, al van oudsher allerlei plaatsen te vinden met een huig-r. Daar kan die volgens de onderzoekers misschien worden toegeschreven aan de invloed van het Frans. 
Vlaanderen zit ingeklemd tussen twee gebieden – Nederland en Wallonië – die allebei de [r] allang achter in de mond zijn gaan uitspreken. In de komende decennia zullen de grijze gebieden steeds wijder en groter worden. We houden het in de gaten!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Hoe de huig-[R] oprukt in Vlaanderen

  1. Lúthien Merilin schreef:

    Boeiend stuk! Mijn interesse in de uitspraak van de _r_ heeft te maken met de door J. R.R. Tolkien beschreven talen Quenya en Sindarin, waarin de _r_ beslist als tongpunt-r ('alveolar trill' ?) moet worden uitgesproken. Het is juist mijn ervaring dat het wel enige moeite en oefening kost om die uitspraak van de _r_ eigen te maken, omdat de bestaande uitspraak het een soort ingesleten fysieke reflex is. Maar met enige oefening is het zeker aan te leren.
    Het zou dus best kunnen dat deze R de makkelijkste is als je het van geboorte af aan meekrijgt; maar het lijkt zeker niet de makkelijkste te zijn om later aan te leren.

    Sinds die tijd valt het me ook op hoe sterk dit de afgelopen decennia is veranderd. Als je bv naar oudere opnames luistert (van voor de jaren 70) dan hoor je meestal die tongpunt-r heel duidelijk, terwijl in de jaren 80 een engels-achtige _r_ (ik weet niet hoe die heet, maar het klinkt als "ehwr") oprukt, naar mijn idee het sterkst (en eerst) bij mensen die op TV komen (en bij Kinderen voor Kinderen 🙂 )

    Ik vind het persoonlijk die Gooise / Leidse "ehwr", of die achter-in-de-keel-raspende "Haagse Haggie-r" niet mooi, dus jammer als de tongpunt-r nog verder verdrongen gaat worden!

    Is er iets bekend van het mechanisme achter deze veranderingen? Ik zou dat erg graag willen weten.

  2. In de eerste plaats: u hebt gelijk, het 'makkelijkst' moet betekenen: het makkelijkst voor kinderen. Ik kan zelf ook geen goede tongpunt-r maken, en ken maar weinig mensen die zowel hun tong als hun huig kunnen trillen. Om precies te zijn heb ik tot nu toe één keer zo iemand gevonden.

    De verandering is in Nederland al wel een stuk ouder dan de jaren 80. Over het 'mechanisme achter deze veranderingen' is al veel geschreven. Als het goed is, verschijnt er binnenkort een Utrechts proefschrift (van Koen Sebregts) over deze materie. We houden u op de hoogte!

  3. Miet Ooms schreef:

    Eigen ervaring:
    1. Ik ben van Belgisch Limburg (westen, tegen Vlaams-Brabant, maar met een moeder uit Neeroeteren/Maaseik). Ik heb altijd met een huig-r gesproken, mijn broer en zus en eigenlijk ongeveer mijn hele omgeving ook. Naast het 'zingen' werd die huig-r door de rest van Vlaanderen als iets typisch Limburgs ervaren. (naast typisch Gents) Ze klinkt ook anders dan de Franse huig-r.
    2. Toen ik in mijn tienerjaren voordracht volgde, was een van de klanken die ik echt moest trainen en veranderen die huig-r. Dat moest en zou een tongpunt-r worden, anders was het niet ok. Ik ben daar toen niet in geslaagd, om dat te veranderen, en nu kan ik ze alleen in bepaalde posities (tussen twee vocalen of na een bilabiale consonant) produceren, en dan nog kost het moeite. Presentatoren, acteurs/actrices, tv-mensen uit Limburg van mijn leeftijd en ouder hebben allemaal stuk voor stuk hun huig-r moeten afleren (en die zijn er dan wel in geslaagd). Andrea Croonenbergs bv. hoeft maar even van r te veranderen om plots enorm Limburgs te klinken :-).
    Tegenwoordig weet ik dat het anders is. Een huig-r mag op de radio, zolang het een duidelijke rollende r is en geen geraspte keelklank. Net zoals een tongpunt-r goed moet rollen en geen l-neiging mag hebben. Je hoort ze ook steeds meer op radio en tv, en dat wordt ook aanvaard. Nu moet ik wel zeggen dat men de laatste jaren zeker voor tv-acteurs/actrices een stuk toleranter is als het gaat om variatie in uitspraak. Radio- en tv-presentatoren worden nog wel streng beoordeeld op hun uitspraak, maar de beide r-varianten kunnen dus wel nu.

  4. Miet Ooms schreef:

    Aanvulling: de reden waarom een tongpunt-r lang de voorkeur had, lag niet alleen in het feit dat het grootste deel van Vlaanderen èn Nederland (toen) die gebruikte, maar ook omdat men ervan uitging dat je automatisch je klinkers ook meer vooraan in de mond vormt en dus duidelijker sprak. De positie van die r heeft ook effectief invloed op de omliggende klinkers, maar het is intussen wel duidelijk dat ook tongpunt-r-gebruikers heel goed kunnen mummelen, en huig-r-gebruikers een heel duidelijke uitspraak kunnen hebben.

Reacties zijn gesloten.