De Melkheul

Door Viorica Van der Roest
Geïnspireerd door het nieuwe boek van Tanneke Schoonheim, Langs Leidse Stegen, dat afgelopen zaterdag door Marc van Oostendorp besproken werd, ben ik weer eens met frisse blik naar de straat- en steegnamen in mijn eigen woonplaats gaan kijken. De meeste mensen kennen Gorinchem vooral als decor van de file op de A27, maar wanneer u daar nou weer eens staat stil te staan, kunt u net zo goed even van de weg afkomen om de historische binnenstad te bekijken. Die heeft het middeleeuwse stratenpatroon nog grotendeels behouden, inclusief de oude straatnamen. Een wandeling met taalkundige meerwaarde is dus ook in Gorinchem te maken.
Sommige namen spreken voor zich, zoals Gasthuisstraat, Vissersdijk of Molenstraat. Opvallend is het vrij grote aantal dierenstraatnamen. Gorinchem heeft net als Leiden een Kabeljauwsteeg (ik heb helaas niet kunnen ontdekken hoe die aan deze naam gekomen is). De Katerstraat roept vragen op; is er in Gorinchem een zo gedenkwaardige kat geweest dat men een straat naar hem vernoemde? Of heeft de naam iets te maken met de hoge concentratie van café’s in dat deel van de stad? Verder zijn er een Blauwe Haansteeg en een Eendvogelsteeg.

Dan is er nog de Hazewindhondstraat. Deze naam verwijst, heb ik me ooit laten vertellen, naar de dertiende-eeuwse hond Guinefort van Bourgondië, die een tijdje als heilige vereerd werd. In Gorinchem schijnt de hazewindhondcultus erg populair geweest te zijn; deze straatnaam doet dat in ieder geval vermoeden. In het verlengde van de Hazewindhondstraat ligt de Struisvogelstraat. Zou er dan ook een struisvogelcultus zijn geweest? Het zal wel niet, maar één ding is zeker: inwoners van Gorinchem hebben blijkbaar iets met vogels.  
Taalkundig interessant is de Melkheul. Deze nu gedempte binnengracht was de plaats waar sinds de zestiende eeuw schepen uit de Alblasserwaard aanmeerden om melk te komen verkopen in de stad; ze voeren de Melkheul in door een coupure in de stadswal. In een rapport van de archeologische dienst Gorinchem (op het tabblad historie) wordt over deze naam gemeld: ‘over het oostelijke einde van de binnengracht lag de brug of heul waaraan het water haar naam ontleende: de Melkheul’. Maar is dat wel precies zo? Een heul is volgens het WNT een ‘overbrugde of overwelfde (beschoeide of bemetselde) afsluitbare uitgraving in eene waterkeering ten dienste van de scheepvaart of tot waterlossing’. Volgens het MNW kan het ook ‘sloot’ betekenen. Maar het VMNW vermeldt huele: zowel ‘sloot’ als ‘bruggetje’ en het MNW noemt ook nog hoel: ‘hoog of boogvormig bruggetje’. Is een heul nu het water of de brug?
Misschien wel allebei. De verschillende etymologische woordenboeken melden dat heul kan betekenen: ‘opening in een dijk’, maar ook ‘houten of stenen boogbrug’ (en verder nog een aantal verwante betekenissen)*. Zou hier misschien net zoiets aan de hand zijn als met tuin: ‘omheining’ en tuin: ‘dat wat binnen de omheining ligt’? De gangbare mening is dat de betekenis eerst ‘omheining’ was en dat die later verschoven is naar het omheinde gebied, maar blijkens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009) zijn er ook al heel vroege vindplaatsen van tuin(of een variant) in de de betekenis ‘omheinde ruimte’. Kunnen we wel zeker weten dat het woord niet steeds al gebruikt werd voor zowel de omheining als voor wat daarbinnen lag? Het aanleggen van een omheining veroorzaakt tenslotte automatisch het ontstaan van een omheind gebied (zo wordt het bijna een filosofisch vraagstuk!).
Natuurlijk kan bij heulde betekenis van het één (het water) op het ander (de brug) overgegaan zijn. Het lijkt mij in ieder geval onwaarschijnlijk dat het andersom is, zoals het rapport van de Archeologische Dienst suggereert, want men maakte meestal geen brug wanneer er geen water was om te óverbruggen. Maar het kan ook nog anders zijn: wat als een heul een uitgraving is waar per definitie een brug of andere afdekking overheen ligt? Dit kan betekenissen als ‘riool’ en ‘duiker’ verklaren (want die worden ook allemaal genoemd in de verschillende woordenboeken). De woordverklaring van het WNT komt daar het dichtst bij in de buurt, maar lijkt dan weer niet direct toepasbaar op een gracht, zoals in Gorinchem het geval was.
Het blijft een beetje raadselachtig. En dat allemaal om een gracht die al lang gedempt is…
*Mij viel trouwens ook meteen de overeenkomst met het woord geulop, maar over een mogelijke verwantschap heb ik niets kunnen vinden.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.