Klankencyclopedie van het Nederlands (37): het hoedpatroon

Door Marc van Oostendorp


De klinkers en medeklinkers van een taal spreken we min of meer na elkaar uit: wie mama zegt, zegt eerst een m, dan een a, enzovoort. Er is wel wat overlap – vooral de eerste a wordt een beetje nasaal omdat hij tussen twee m’s staat – maar de belangrijkste ordening van deze klanken is er toch een van: het een na het ander.

Toch kunnen we tijdens het praten best verschillende dingen tegelijk doen. Terwijl iemand de zakelijke boodschap overbrengt, kun je aan haar ook best horen hoe oud ze is en hoe deftig, of ze blij of boos is, of dodelijk vermoeid, en nog allerlei andere dingen meer. Ook die dingen brengt ze over met haar spraakorganen.

Een gesproken zin heeft een heleboel laagjes. Behalve klinkers en medeklinkers is ook de zinsmelodie er een: de toon waarop je praat gaat omhoog en omlaag.

De bekendste zinsmelodie van het Nederlands is een jaar of dertig geleden: het hoedpatroon. (Zie hier bijvoorbeeld een heel duidelijk artikel uit 1981 van J. ’t Hart): ergens aan het begin van de zin gaat de melodie omhoog, waarna hij een tijdje op dezelfde melodie blijft hangen, en even later gaat hij weer omlaag.

Het effect van die toonbewegingen is er vooral een van nadruk. De stijging en de daling gebeuren in het voorbeeld hierboven precies tijdens lettergrepen die woordklemtoon hebben (Nijmegen, vanavond). Bovendien krijgen precies deze woorden door het stijgen en dalen wat extra nadruk: ze geven allebei nieuwe informatie in de zin. Nijmegen omdat dit bijvoorbeeld de eerste zin is van een nieuwsbericht, waardoor we worden uitgenodigd onze aandacht te verschuiven van Angola, waar het vorige nieuwtje vandaan kwam; vanavond omdat we geacht worden te weten dat het ook gisteren onrustig was in die stad, maar niet wat daar sindsdien gebeurd is.

Zo zit de betekenis van intonatie dus ergens tussen de rauwe informatie van een verdrietige of boze stem en de zakelijke informatie van klinkers en medeklinkers in. We laten ermee horen welke woorden in de zin extra aandacht behoeven omdat ze de nieuwe of onverwachte delen van de zin aanduiden.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.