Klankencyclopedie van het Nederlands (34): [ʃ, ʒ, ɲ, ɕ]

Door Marc van Oostendorp

[ʃ, ʒ, ɲ, ɕ] We zijn nu in de Klankencyclopedie aangekomen bij de klanken waarover je zou kunnen discussiëren: horen ze eigenlijk wel bij de standaard-klankverzameling van het Nederlands? Horen we aan het begin van sjouwen wel een enkele klank [ʃ], of het toch eerder [sj]? En zit er in beige een [ʒ], of is het [zj]? Is het [oraɲə] of [oranjə]? Die t en j in katje wordt die niet eerder uitgesproken als [kɑɕə]?

Wat is het verschil tussen [ʃ] en [s]?
Dat is vooral een kwestie van waar je je tong in je mond houdt. Bij een [s] zit het puntje van je tong vrijwel onmiddellijk achter de tanden. Om een [j] te maken, trek je je tong een beetje naar achter en maak je een vernauwing bij je harde verhemelte, met een stukje van je tong dat niet meer het ‘puntje’ mag heten, maar iets verder naar achteren ligt. De [ʃ]-klank, die de meeste Nederlandstaligen maken aan het begin van sjouwen of sjorren of Sjors en Sjimmie is een samensmelting van die twee klanken: je tong beweegt niet van de ene plaats naar de andere, maar wordt zo’n beetje halverwege gemaakt.

Dat alles zou tot de conclusie kunnen leiden dat het Nederlands dus een klank [ʃ] heeft, die alleen maar toevallig met twee letters geschreven wordt – maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld de [ŋ] (ng) en de [u] (oe), terwijl niemand zal betwisten dat dit enkele klanken zijn van het Nederlands.

De reden waarom je daar in het geval van [ʃ] anders over zou kunnen denken, is dat die zogenaamde klank in onze taal dan wel heel zelden voorkomt, en dan nog alleen aan het begin van het woord (sjoemelen), en zonder dat er een andere medeklinker op kan volgen (je hebt wel stromen, maar niet sjtromen, althans niet in de standaardtaal) en in een incidenteel geval in het midden (Pasja en verkleinwoorden zoals pasje en kastje).

Dat doet sommigen dan weer denken dat het toch eigenlijk om twee klanken gaat: sjtromen kan dan niet omdat vier medeklinkers aan het begin van een woord nu eenmaal niet kan. Alleen worden die twee klanken in de uitspraak, volgens deze regering dan door veel mensen weer samen uitgesproken; er zijn bij weten van de redactie van de Klankencyclopedie ook mensen die de s en de j apart uitspreken, en dus echt [sjɔrə] zeggen.

Wat geldt voor de  [ʃ] geldt ook voor de [ʒ, ɲ, ɕ]: die klanken worden allemaal op dezelfde plaats in de mond gemaakt en zijn iets teruggetrokken tegenhangers van de [z, n, t] die in onze taal redelijk zeldzaam zijn. Met discussies over de vraag of het nu aparte klanken zijn van onze taal of samensmeltingen van andere klanken kun je lange lentedagen goed verknallen.

Ik houd op een aparte pagina bij welke klanken ik inmiddels behandeld heb in de Klankencyclopedie.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (34): [ʃ, ʒ, ɲ, ɕ]

  1. Oscar Strik schreef:

    Niet helemaal a propos, maar zijn er mensen die de [ŋ] als [nɣ] uitspreken? In het woord Lingo bijvoorbeeld? Ik doe het wel eens voor de grap.

    Daarnaast is er naturlijk Meneer Aart, die [pino] [piɲo] noemt. Of zegt hij ook wel eens [pinjo]?

  2. Oscar Strik schreef:

    Ahem, er vanuit gaande dat je (gekscherend) Lingo überhaupt met een fricatief uitspreekt, en niet met de officiële [g]. Dus ik bedoel: [nɣ] i.p.v. [ŋɣ] (of eventueel [ng] ipv [ŋg]).

  3. Anoniem schreef:

    Achternamen op -inga en de plaatsnaam Appingedam zoals groningers die uitspreken bevatten de cluster [nɣ] en in het dorp waar ik opgegroeid ben (vlak boven Assen) had je de naam Luinge, die op z'n Drents werd uitgesproken alsof er Luning staat, en op z'n Nederlands zoals je het schrijft, maar dan ook met een [nɣ].

Reacties zijn gesloten.