De ‘clausiaanse’ handgreep. Hugo Claus en de literaire vertaling

Donderdag 18 april 2013, 13-17u.

Vakgroep Letterkunde – Universiteit Gent i.sm. AOG Literatuur in vertaling en het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus
Locatie: Auditorium, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18, Gent.
Aanmelden voor de studiedag bij Linde.DePotter@UGent.be


De ‘duivelskunstenaar’ Hugo Claus verzorgde, naast zijn eigen ‘origineel’ werk, heel wat verschillende soorten vertalingen – of hertalingen – van gedichten, proza en theater. De postuum verschenen bundel poëziebewerkingen Dichterbij(2009), de prozabewerking Verroeren (naar Samuel Becketts Stirrings Still, 1992) en Onder het Melkwoud (1957) naar Dylan Thomas’ toneelstuk Under Milk Woodzijn slechts enkele voorbeelden hiervan. Niettemin is in de Clausstudie vooralsnog weinig aandacht besteed aan de wijze waarop de vertaler (of hertaler) tewerk ging. Publicaties als het themanummer ‘Claus, vertaler pur sang’ uit 2008 van Filter en Het teken van de ram. Bijdragen tot de Clausstudie, waarin vertalingen van de auteur gepubliceerd en/of bestudeerd worden, vormen hierop een eerder zeldzame uitzondering.

De studiedag ‘Hugo Claus en de literaire vertaling’ wil aandacht besteden aan het vertaalwerk van de dichter, prozaschrijver en toneelauteur. In het bijzonder wil de bijeenkomst een licht werpen op de poëticale strategieën van Claus, de graad waarin en de manier waarop hij zich teksten van anderen toe-eigent. Aan de hand van deze casus kan een terminologische probleemstelling worden geformuleerd. In welke mate zijn begrippen als ‘(literaire) vertaling’, ‘hertaling’, ‘adaptatie’ en ‘bewerking’ strikt af te bakenen teneinde met een helder gedefinieerd instrumentarium bespiegelingen te kunnen wijden aan de werkprocedés van Hugo Claus (en vele andere auteurs).

Vragen omtrent dergelijke procedés kunnen zijn: hoe springt de vertaler/bewerker om met zijn bronteksten? Bewerkt hij de oorspronkelijke teksten zodanig dat ze deel gaan uitmaken van zijn scheppende oeuvre en wordt de vertaling in die zin een ‘fact of the target culture’ (Toury Descriptive Translation Studies and Beyond(1995), 26)? Of kunnen de teksten veeleer beschouwd worden als idiomatische omzettingen naar het Nederlands (of eventueel tekst- en poëticagetrouwe adaptaties) en dus getrouwe of zelfs equivalente vertalingen? Dat Claus niet altijd voor het paratekstuele label ‘vertaling’ kiest, is in die zin een zeer significante semiotische act: het gebruik van zo’n label creëert immers bepaalde verwachtingen en reflecteert culturele normen (Delabastita, ‘Status, Origin, Features. Translation and Beyond’, in Pym, Shlesinger & Simeoni (ed.), Beyond Descriptive Translation Studies: Investigations in Homage to Gideon Toury (2008), 236).

Lezingen

Ruiten of schoppen? Hugo Claus vertaalt Georg Büchner

(Gwennie Debergh)

Hugo Claus vertaalde twee toneelteksten uit het Duits: Dantons Dood(1958) en Woyzeck (1988), beide van de jonggestorven schrijver Georg Büchner (1813-1837), wiens werk voor de hedendaagse lezer niet altijd even toegankelijk is. Het is soms experimenteel en speelt zich af in een setting die enige achtergrondkennis vereist. Bovendien zorgde de vroegtijdige dood van Büchner ervoor dat de originele tekst van Woyzeckonvolledig en onvoltooid is gebleven.
In mijn bijdrage zal ik nagaan in hoeverre Claus de lezer in zijn versie van beide teksten tegemoetkomt. Maakte hij letterlijke vertalingen, of gunde hij zichzelf de vrijheid om de tekst te bewerken?

Hart Crane in de poëzie van Hugo Claus

(Yves T’Sjoen)

In 1982 verschijnt Almanak. 366 knittelverzenvan Hugo Claus. Deze tijdkrans met volgens de achterplattekst “één [gedicht] voor iedere dag van het schrikkeljaar” “behoort niet tot [Claus’] opmerkelijkste werk” (Brems & De Geest, ‘Opener dan dicht is toe’. Poëzie in Vlaanderen 1965-1990, 1991:77). De afdeling ‘Scherven’ bevat aan het eind vier gedichten(reeksen) die volgens de parenthese expliciet refereren aan de Amerikaanse schrijver Hart Crane. Een centrale onderzoeksvraag is in hoeverre Claus zich de bronteksten heeft toegeëigend. Is sprake van een op de semantiek gerichte vertaling van Cranes gedichten, zoals geproduceerd door Lloyd Haft in de tweetalige editie Gefluisterd licht(1996), of heeft Claus vooral rekening gehouden met klank en ritme van het origineel? Aan de hand van typologieën ter aanduiding van vertalingen en hertalingen of herschrijvingen en adaptaties (Paul Claes, Linda Hutcheon) wordt duiding gegeven bij bewerkingstechnieken die Claus voor een van de gedichten aanwendt, met name ‘At Melville’s Tomb’ uit White Buildings (1926). Zo valt op dat Claus’ Crane-vertaling ‘Bij het graf van Melville’ ten opzichte van ‘de grondtekst’ een fragmentarisch karakter vertoont.

In Het Goudlandvan Claus en Conscience. Claus’ adaptatie van Consciences roman(Stefaan Evenepoel en Liselotte Vandenbussche)

Met zijn omwerking van Hendrik Consciences roman Het Goudland(1862) plaatst Claus zich in een lange traditie van auteurs die het verhalend proza van Conscience hebben bewerkt. Het stuk heeft in de Clausstudie relatief weinig aandacht gekregen, hoewel het de moeite loont om de complexe relatie met Consciences avonturenroman te bestuderen, en in het bijzonder de middelen die zijn ingezet om de oorspronkelijke tekst te ironiseren. De transformaties gaan verder dan de adaptatie van roman naar theater vereist. De oorspronkelijke plot blijft in grote lijnen gehandhaafd, maar Claus voegt een niveau toe door Conscience als verteller te laten optreden, naast en soms in samenspraak met de andere personages. Deze aanpak biedt Claus de mogelijkheid om zowel de auteur-verteller Conscience als diens personages volgens zijn script te laten handelen en spreken. Zo komt er extra ruimte voor impliciete afstandname en ironisering, o.a. door persiflage en pastiche. In plaats van de eenvoudige, vrij naïeve moraal uit de oorspronkelijke roman krijgt de lezer-toeschouwer nu te maken met een veel complexere visie op de wereld, een complexer engagement van de nieuwe auteur-bewerker van dit ‘spel’. Claus blijft met zijn bewerking binnen hetzelfde taalgebied maar heeft de wereld van Conscience vertaald naar een wervelend theaterstuk uit de jaren 1960.

Een rukwind en een heksentoer. Over Hugo Claus’ vertaling van Jorge Luis Borges’ ‘El tango’

(Linde De Potter)

In december 1967 verscheen het gedicht ‘De tango’ van Hugo Claus in de programmabrochure

Tangovan de Koninklijke Nederlandse Schouwburg van Antwerpen. Dit vrijwel onbekende gedicht van Claus, dat overigens nooit is gebundeld, is volgens het bijschrift een vertaling van het gedicht ‘El tango’ van Jorge Luis Borges, dat door Claus speciaal voor de gelegenheid werd vertaald. Met behulp van de kladjes van Claus’ gedicht, die bewaard worden in het rijke archief van het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus, wil ik in deze lezing de genese van Claus’ ‘Tango’ onder de loep nemen. Vanuit deze genetisch-kritische invalshoek wordt de status van de tekst als een ‘vertaling’ nader bestudeerd: in hoeverre eigent Claus zich de tekst toe en welke strategieën gebruikt hij daarvoor? En kunnen we dan überhaupt nog spreken van een ‘vertaling’? De inhoud van de kladjes wijst duidelijk op een creatief geneseproces, waarin de hand van de speler Claus vooral op een meer formeel niveau zichtbaar wordt.

Dat lijkt te rijmen”, “Ça a l’air de rimer”. Claus en Apollinaire,  tussen creatieve vertaling en non translation

(Stéphanie Vanasten)

In het kader van lopend onderzoek naar de vertaaldimensie van het literaire werk van Hugo Claus wil ik me tijdens deze lezing concentreren op het geval Claus-Apollinaire. Claus wordt vroeg geconfronteerd met het werk van Apollinaire en met het vertalen ervan. Apollinaire blijft tot op het einde meermaals spoken door het zgn. ‘oorspronkelijke werk’ van Claus. Via variantenonderzoek zal op basis van een aantal teksten met uiteenlopende status (een Apollinaire-vertaling en een Apollinaire-gedicht o.a.) worden nagegaan in hoeverre het vertalen een motor vormt van Claus’ creatieve omgang met de teksten van Apollinaire. Welk (nieuw ?) licht werpt uiteindelijk die vertaalproblematiek op de analyse van Claus’ poëtica en schrijfstrategieën ? In hoeverre kunnen instrumenten uit de vertaalwetenschap ingezet worden voor de interpretatie van literaire teksten, gedichten in het bijzonder ? En met welke meerwaarde ? Als methodologische background worden theoretische en interpretatorische aanzetten uit de vergelijkende literatuurwetenschap gebruikt die een breder licht werpen op het profiel van vertalers-schrijvers als Claus.
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , . Bookmark de permalink.