De vergeten taalvaardigheid: luisteren

Door Marc van Oostendorp

Als het evolutionaire doel van taal communicatie was, zegt de psycholoog Geoffrey Miller, zouden mensen enorme oren hebben. Degene die immers het meest te winnen heeft bij de overdracht van informatie is de luisteraar. Gesprekken tussen mensen zouden zo gaan dat mensen zo min mogelijk willen spreken (alleen als het echt de moeite waard is van al die speekselproductie zou je wat zeggen) en iedere keer als iemand toch de stilte doorbrak zouden alle anderen onmiddellijk die grote oren op hem of haar richten om maar geen lettergreep te missen.

Dat is bijna het omgekeerde van vrijwel ieder gesprek dat je over de hele wereld kunt observeren, waar de gemiddelde deelnemer terwijl een ander aan het praten is, hooguit beleefd wacht tot hij zelf weer aan het woord kan komen.
Onder de aanname dat taal er vooral voor communicatie is, kun je dat niet begrijpen. (Millers eigen gedachte is dan ook dat taal er primair is om aan het andere geslacht te laten zien hoe geweldig slim je bent, zodat je makkelijker aan nageslacht komt.)
Ik vind dat een plausibel argument, maar de implicatie ervan is ook dat de ware taalvaardigheid – die van het lezen en het luisteren – te weinig aandacht krijgt. Van lezen en luisteren word je uiteindelijk wijzer dan van spreken en schrijven. Toch staan die laatste in veel hoger aanzien: miljoenen mensen willen een schrijver zijn, en slechts weinigen willen een betere lezer zijn. Ik ken eigenlijk niemand die deze ambitie heeft. (Ik zeg van nu lezen als ik bedoel lezen of luisteren.)
Wie in het academisch bedrijf werkt, moet tegenwoordig van alles en nog wat bijhouden: hoeveel artikelen hij publiceert, hoe vaak deze geciteerd worden, hoeveel college hij gegeven heeft, hoeveel studenten begeleid. Maar hoeveel boeken en artikelen je gelezen hebt, dat doet er niet toe; en naar mijn indruk wordt het dan ook steeds minder gedaan. Al die prachtige artikelen waar mensen zoveel punten mee krijgen en die ook zo vlijtig geciteerd worden, die worden nauwelijks gelezen.
Laat staan boeken. In deze blogpost laat de Britse neuropsycholoog Dorothy Bishop zien dat hoofdstukken in boeken nauwelijks geciteerd worden. Ze geeft er een aantal mogelijke verklaringen voor – zo zijn hoofdstukken moeilijker te downloaden dan tijdschriftartikelen – maar dat onderzoekers eigenlijk geen boeken lezen noemt ze niet als een mogelijke verklaring.

Ik denk ook niet dat het een recent verschijnsel is, of dat het beperkt blijft tot de academische wereld. De goede lezer is nooit een volksheld geweest en zal dat ook niet zo snel worden. Iemand die wil laten zien hoe taalvaardig hij is, gaat niet aantonen hoe goed hij een tekst van een ander begrijpt. Zo iemand gaat ófwel fouten in de tekst van die ander aanwijzen (dat is geen lezen, dat is redigeren; maar redigeren laat eigenlijk nooit zien hoe goed je de ander begrepen hebt), ófwel zelf een knappe tekst componeren.

Goede lezers zijn de losers van de evolutie.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

3 reacties op De vergeten taalvaardigheid: luisteren

  1. Miet Ooms schreef:

    Het is natuurlijk ook een stuk moeilijker te bewijzen dat je bepaalde artikels/boeken gelezen hebt, en al helemaal dat je naar bepaalde zaken/mensen geluisterd hebt (en ze begrepen hebt). Eigenlijk is de enige manier om dat te doen, erover te schrijven of te spreken…

  2. Taalprof schreef:

    Op de een of andere manier is het aantal luisteraars dan soms toch wel weer belangrijk voor het succes of de mislukking van een radioprogramma, en het aantal lezers van een boek doet er ook toe. Dus helemaal machteloos zijn die ontvangers nou ook weer niet.

Reacties zijn gesloten.