Letteren en cijferen (1)

Gaan zelden goed samen.

Eerst de vraag: wat beduidt dit?


Een zin zonder zin. En dat uit de pen van de commentator van de 
NRC, op 11 januari 2013, op pagina 2.

En dan te bedenken dat er op de voorpagina een foto met een grafiek staat:

664.557 + 381.361 + 323.719 = 1.369.637 (zegge: bijna eenmiljoenvierhonderdduizend). Leg dat maar eens uit als ‘tienduizenden lezers’.

Ga ik gemakshalve uit van negen ‘tienduizenden lezers’ (het commentaar is kwantitatief niet erg sterk, maar tien ‘tienduizenden lezers’ zouden toch ‘honderdduizenden lezers’ heten, denk ik), dan hebben – commentaar en grafiek combinerend – volgens de NRC die lezers elk meer dan vijftien (15) exemplaren van die James-boeken gekocht, gemiddeld ieder meer dan vijf (5) exemplaren van elk deel van de serie, terwijl je toch ook in de grafiek kunt zien dat de aandacht voor James per deel minder werd. Van deel twee gingen er 283.196 minder over de toonbank dan van deel 1, en van deel drie weer eens 57.643 exemplaren minder dan van deel twee; een duidelijk geval van voortschrijdend lezersinzicht. Zo gek zijn ze niet, die lezers.
Hoe dan ook is er wel iets heel erg raars aan de hand geweest in de boekhandel in 2012. Of zijn dit onderzoeksgegevens van prof. S. te T.? Waarschijnlijk. Want van Peter Buwalda’s Bonita Avenue zijn volgens diezelfde grafiek 100.000 – 200.000′ exemplaren verkocht. In het veen, dat zich ver onder de drie kaskrakers bevindt, kijkt men niet meer op een turfje (zelfs Jamie Oliver is meer secuur met z’n maten en gewichten): een marge van 100%. Hoppa!
Of moet ik die zin uit het commentaar, en vooral het woord ‘Met’, anders begrijpen: die lezers kochten zo’n grijstint, en tegelijk daarmee ook nog een boek, een echt boek?
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.