Uitgeluld in onze kuttaal

Nederlands doceren in Jeruzalem, dat is ook niet makkelijk. Mieke Daniëls-Waterman schrijft erover in een stukje op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek.

Wat is het probleem? Daniëls wordt af en toe ‘beschroomd’ van het taalgebruik van Nederlandse auteurs. Die gebruiken namelijk zinnen als “Pas toen de tong was uitgeluld en als een slap blaadje spinazie in zijn mond lag, sprak zijn zoon de eerste woorden.” Dat is natuurlijk ook een lelijke zin, maar het gaat Daniëls daarbij eigenlijk alleen maar om één woord: uitgeluld. Hoe moet ze dat uitleggen? “Een regelrechte vertaling geven of een omslachtige omschrijving en er een biologieles van maken?”

Ze drukt zich wat omzichtig uit, maar Daniëls lijkt te denken dat ze om uitgeluld uit te leggen, eerst moet uitleggen wat een lul is. Maar er is geen enkele reden om dat te doen.


Ik vermoed dat weinig Nederlandse lezers uitgeluld met een penis associëren, ik doe dat in ieder geval niet. Etymologisch is daar ook geen reden voor. Lullen in de betekenis van ‘kletsen’ bestaat al eeuwenlang in onze taal, en het is afgeleid van lollen ‘zacht mummelend zingen en bidden’. Áls er al een relatie is met lul, is die (kennelijk, ik ben geen etymoloog) omgekeerd. Volgens de etymologiebank zijn er geleerden die menen dat het zelfstandig naamwoord van pijptuit is afgeleid en dat daar dan weer een betekenisrelatie is met dat mummelen (via zuigen). Maar er is natuurlijk geen enkele reden om dat er allemaal bij te halen wanneer iemand uitgeluld zegt. Net zoals je dat er allemaal niet hoeft bij te halen wanneer je Hooft gaat lezen en luttel beluls tegenkomt voor (weinig benul).

(Ik vraag me ook eerlijk gezegd af hoe je een student in Jeruzalem uitlegt wat uitgeluld betekent via de omweg van lul, die dingen hebben toch niet meer met elkaar te maken dan laten we zeggen verdiskonteren met kont.)

Anders zit het met Daniëls’ tweede voorbeeld, “het drieletterwoord dat met de stemloze velaire plosief [k] begint”. Dat woord is inderdaad al decennialang met een onstuitbare opmars bezig en lijkt almaar meer functies te verwerven. (‘Eus begrijpt er geen kut van, kut zeg,’ zoals Vrij Nederland onlangs de stijl van de succesvolle debuutroman Eus van Özcan Akyol samenvatte.) Het kan, behalve als aanduiding van het vrouwelijk geslachtsdeel) gebruikt worden als:

  1. voorvoegsel, met een negtieve betekenis (kutschool, kutkrantje)
  2. zelfstandig naamwoord, ter aanduiding van een persoon (wat een kut)
  3. bijvoeglijk naamwoord (het leven is kut, ik voel me kut); waarbij moet worden aangetekend dat het in deze functie niet kan worden verbogen (dat kutte leven wil ik achter me laten lijkt mij niet goed).
  4. werkwoord, in de betekenis ‘klieren, (aan)klooien’ (zit niet zo te kutten)
  5. zogenoemd negatief polair element, in de betekenis ‘niets’, zoals in het zinnetje over Eus. Het element heet negatief polair omdat het alleen kan voorkomen als er een negatief woord in de zin staat. Je kunt wel zeggen Niemand begreep er een kut van of Ik betwijfel of je er een kut van begrijpt, maar niet Iedereen begreep er een kut van of Ik weet dat je er een kut van begrijpt. 
  6. tussenwerpsel, om schrik aan te duiden (kut! helemaal vergeten!)
Kut kan dus zo’n beetje iedere functie vervullen die een Nederlands woord kan hebben. Je kunt zinnetjes maken als (voor de duidelijkheid zet ik de functie tussen haakjes achter ieder voorkomen van kut):

Kut! (6) Kut(1)-kutten (2) kutten (4) kut (3)!

Moet je dat allemaal uitleggen aan een student Nederlands in Israël? Het rare is dat ik vermoed dat niemand zal denken dat hij bij klieren of zelfs bij klooien per se uit de doeken moet doen aan welke lichaamsdelen die werkwoorden etymologisch verwant zijn. Waarom moet dat dan wel bij kutten? 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

16 reacties op Uitgeluld in onze kuttaal

  1. groninganus schreef:

    'Zacht mummelend zingen en bidden', dat is eigenlijk hetzelfde als het joodse lernen. 🙂

  2. Het is natuurlijk wel zo dat beide woorden tot een bepaald informeel register behoren. Ik denk wel dat het nuttig is dat leerders van het Nederlands op de hoogte zijn van het feit dat de woorden 'kut' en 'lul' naast al die andere betekenissen ook geslachtsdelen aanduiden. Al was het alleen maar om bijvoorbeeld puberale hiilariteit te verklaren als je voor een volle klas argeloos zo'n woord zou gebruiken.

  3. Natuurlijk, maar het lijkt me niet nodig om daarbij ingewikkelde fysiologische exercities te bedrijven. Met name 'uitgeluld' zal niet noodzakelijkerwijs tot hilariteit leiden, behalve dat het misschien in een verkeerd register gebruikt wordt.

  4. Ik moet er ineens aan denken dat we op de middelbare school leerde dat je weliswaar in het Frans zegt 'qu'il comprenne', 'qu'elle comprenne', maar dat je 'qu'on comprenne' beter kan vermijden en in plaats daarvan 'que l'on comprenne' kunt zeggen. Inderdaad komt op Google die laatste vorm veel vaker voor.

  5. Maar ons werd als enige toelichting gegeven dat 'qu'on' homofoon is met een obsceen woord, en het werd aan onze eigen inventiviteit overgelaten om uit te vinden welk woord dit was.

  6. Kees van der Linden schreef:

    Zou uitgeluld niks met lul te maken hebben? Volgens mij is er wel degelijk een verband, in elk geval een sterker verband dan tussen kont en verdiskonteren.

    Slap lullen is praten op niks af. De vergelijking met een slappe lul is hier snel gemaakt. Dezelfde betekenis bespeur ik in uitgeluld. Iemand die is uitgeluld, is klaar en heeft niets meer te berde te brengen. Dus…..?

  7. Bas Jongenelen schreef:

    Een lulverhaal is nog geen kutverhaal.

  8. RHCdG schreef:

    "Stellen we het volgende rijtje op:

    ga je naaien?
    ga je fieken?
    Wat zit jij te pielen!
    Wat zit jij te kloten!
    Jij lult maar zo’n beetje

    en vragen we naar de betekenis, dan is het duidelijk dat bij de eerste twee zinnen de letterlijke betekenis der woorden van toepassing is. Om volledige helderheid deelachtig te worden op het stuk van de zin dier woorden is het grijpen naar een woordenboek genoeg – althans bij wijze van spreken. De aanschouwelijkheid is hier het grootst: iemand die ons de betekenis van het woord ‘naaien’ duidelijk wil maken, kan volstaan met ons van die handeling een demonstratie te geven, als hij daartoe tenminste te verleiden is. In de volgende twee zinnen is de aanschouwelijkheid al een stuk minder! We zien bij het woord pielen in het geheel geen piel! We zien hoogstens twee linkerhanden bezig, maar niet met een mannelijk lid. Bij de eerste twee voorbeelden zien we dus – althans ons voorstellingsvermogen werkt er zonder mankeren; bij de twee volgende zinnen dòen we alsof we ze zien. De laatste zin uit ons rijtje is volmaakt onaanschouwelijk. Hier kunnen we ons niets bij voorstellen, als we er niet van op de hoogte zijn dat in het Nederlands het woord ‘lult’ opgevat moet worden in de zin van ‘zwamt’ (of een synoniem daarvan). ‘Lult’ kan eenvoudig niets anders betekenen, – vervangingsproeven tonen het aan:

    jij kookt maar zo’n beetje
    jij bouwt maar zo’n beetje
    jij zwamt maar zo’n beetje

    Vraag een Nederlander welke zin van toepassing is op jij lult maar zo’n beetje, en hij zal de laatste zin aanwijzen.
    We mogen zeggen dat onze voorbeelden een zekere graad van aanschouwelijkheid veroorzaken bij degeen die de woorden hoort of leest. De eerste twee voorbeelden hebben een aanschouwelijkheidspercentage van tegen de honderd, de volgende twee aanzienlijk minder, het laatste voorbeeld heeft een percentage van nul komma nul. We mogen zeggen: de betekenis is in de eerste twee voorbeelden letterlijk te nemen, in de twee volgende figuurlijk, maar in het laatste voorbeeld is de voorstelling loos. Het is die loosheid die de oorzaak is van het feit, dat de grove aanduiding van vrouwelijke geslachtsorganen niet in een werkwoord benut wordt ter aanduiding van de activiteit ‘kutpraatjes verkopen’. Men volstaat eenvoudig met dit ene werkwoord lullen als men kletsen bedoelt. Alle andere grove uitdrukkingen die eveneens deze zin hebben, moeten als neologismen worden beschouwd; maar ze zijn dun gezaaid, en komen ze voor dan stijgt het aanschouwelijkheidspercentage niet gering! Zo vond Du Perron het werkwoord ‘moerneuken’ en de daarvan afgeleide vorm ‘gemoerneuk’. Ook door versterking van de betekenis ‘je lult’ wordt de aanschouwelijkheid een handje geholpen, bv. ‘je lult uit je nek’ of ‘je lult uit je nekharen’. De aanschouwelijkheid is hier niet meer nul komma nul, maar volledig is ze toch niet: op het niet belichte deel van het netvlies van ons innerlijk oog blijft de voorstelling blind."

    Uit: Rudy Cornets de Groot, Onderzoek naar de motieven tot het ongemotiveerd gebruik van grove woorden.

  9. andre rodenburg schreef:

    Die Deutschen lassen sich nicht einlullen.
    De Nederlanders laten je niet uitlullen.

  10. andre rodenburg schreef:

    Die Deutschen lassen sich nicht einlullen.
    De Nederlanders laten je niet uitlullen.

  11. Gaston Dorren schreef:

    Ad 3: Mee eens, maar die kant gaat t op. Een formulering als 'Het kutste leven dat je je kunt voorstellen' klinkt mij redelijk naturel in de oren. Of 'Dat was nog n kuttere film dan die van laatst.'

  12. Ja, dat voel ik met je mee. Merkwaardig is dat het gaat om een overtreffende en een vergrotende trap. En dat lijkt me geen toeval, al kan ik moeilijk uitleggen waarom.

  13. Andre Engels schreef:

    Wellicht is de vergrotende en de overtreffende trap wel mogelijk, en de stellende trap niet, doordat de functie van de stellende trap wordt overgenomen door het voorvoegsel? Zodat het lijstje niet wordt "kutte film, kuttere film, kutste film", maar "kutfilm, kuttere film, kutste film"?

  14. Interessante hypothese!

Reacties zijn gesloten.