Sinds 1668 voor ’t eerst beschikbaar: een profaan en goddeloos boek

Het werk van Adriaen Koerbagh is sinds deze week voor het eerst sinds eeuwen weer verkrijgbaar. Sinds zijn woordenboek Bloemhof van allerley lieflijkheyd in 1668 verboden werd, is het nooit meer in de handel geweest. Er schijnt nog hooguit een handjevol exemplaren in bibliotheken te liggen. Maar sinds deze week kan iedereen kennis nemen van Koerbaghs verboden “profane en goddeloze boek” in een editie van zijn werk bij de DBNL. (De auteur zou een jaar na verschijnen in uitputting sterven.)

Koerbagh wilde met zijn boek de moeilijke woorden van de geestelijkheid, van de medische stand en van andere schijngeleerden voor leken verduidelijken, omdat hij meende dat deze met geleerde leenwoorden verhulden wat voor onzin ze te berde brachten. Op die manier wilde hij werken aan volksverheffing (dat de Grieken tot zo grote hoogte gestegen waren in intellectuele zaken kwam doordat ze geen tijd hoefde te verbeuzelen, dewijl die niet van nooden hebben gehad eens anders taal of taalen met groote kosten en nog grooter moeyten, en met verlies van eenige jaaren leevens tijd, te leeren).

De meeste ophef wekte Koerbagh echter met zijn verklaringen van religieuze begrippen, die hij af en toe van uitermate persoonlijk commentaar voorzag. Catechismus?

 Sal ik of een ander nu ook gehouden wesen te gelooven, ’t zy waar of niet waar, ’t geen die luyden eenige jaaren geleden by malkander hebben geraapt, om dat het een Kerkelijke vergadering van Dordregt vast gestelt heeft, of om dat het de Leeraars seggen, al schoon men beter wist? Dat dunkt my wat ongerijmt, ik en kan ook niet sien, dat het imant gehouden is te doen. Ik en doe het altijd niet, al soude ik schoon hondert maal uytgeslooten of uytgestooten worden uyt de Gemeente. 

De duivel?

Nu tragt en poogtmen ons wijs te maaken, dat de duyvel een boose geest is (…) dewelke inden beginne goed gemaakt is, dog is voort vervallen van een goede en gelukkige stant in een kwade en ongelukkige; alhoewel men in de gantse schrift niet een enkel woord daar van leest, de Godsgeleerden willen evenwel dat het waar sal zijn, om dat sy het versiert hebben.

De Gereformeerde Kerk?

Alhoewel dese Godsdienst (…) de naam heeft van herstelde of gesuyverde Godsdienst; ten dien ansien, datse een weynig verandert is van de Roomsche: soo magse nogtans die naam met regt niet voeren, om datse nog veel (…) verscheelt van een relijken Godsdienst, die op wijsheyd, waarheyd, en rede steunt. Want een Godsdienst soude niet van noode hebben, datse door magt, ban en swaard staande gehouden wierd: gelijk al de andere Godsdiensten der waereld, die my bekent zijn, van nooden hebben, datse door magt, ban, swaerd, vyer en vlam, galg en rad, staande gehouden worden. Elk wil sijn onbegrijpelijke geloofsstellingen met onverstand en geweld staande houden. Baart dat geen elende inde waereld.

Koerbagh zou snel kennismaken met die ellende; hij overleed een jaar nadat zijn boek verscheen en verboden werd. Een aardige biografische schets is te vinden in een boekje dat Ewoud Sanders bijna twintig jaar geleden uitgaf. Elders op het internet staat ook een biografische schets van de Amsterdamse hoogleraar Pim den Boer. Maar het werk zelf konden we tot nu toe nooit inzien. En vanaf deze week dus wel. Lang leve het internet!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Sinds 1668 voor ’t eerst beschikbaar: een profaan en goddeloos boek

  1. Anoniem schreef:

    hij meenden; s.v.p. corrigeren.

  2. Anoniem schreef:

    het meeste

    het meeste ophef > de meeste ophef
    Maar los van dit detail: leuke citaten!

Reacties zijn gesloten.