Klankencyclopedie van het Nederlands (23): [j]

[j] De [j] wordt op vrijwel precies dezelfde manier uitgesproken als de [i]. Het voornaamste verschil is dat de [j] wat korter is.

De [j] onderhoudt dan ook een bijzondere relatie met die [i]. Wanneer er een klinker onmiddellijk na een [i] komt, voegt zich onwillekeurig een [j] in: piano wordt pi[j]ano (zie verder het lemma over de [i]). Soms wordt de i in dit soort gevallen zo snel uitgesproken dat hij tot een [j] wordt: pjano.


De [j] heeft trouwens bijna dezelfde relatie met de [e], die dan ook veel lijkt op de [i]. Ook na een [e] voegen we een [j] in The[j]a. En voor een [e] komt de [j] ook bijna niet voor, al is er een handvol uitzonderingen (Jezus en allerlei van die naam afgeleide woorden). De [y] doet ook mee, zei het nog wat minder overtuigd: du[j]o (naast du[w]o en behalve jubelen en jujubes zijn er relatief weinig andere woorden die met ju beginnen.

Ook de [y] wordt gemaakt op een manier die dicht bij de [j] ligt. De conclusie is dus: de [j] wordt makkelijk ingevoegd na een klinker waar hij op lijkt, maar hij komt niet graag voor zo’n klinker. Hoe meer de [j] lijkt op de klinker in kwestie, des te sterker is het effect.

Ná een (lange) klinker zien we ook zo-iets. Er zijn woorden die eindigen op [oj] (hooi), [uj] (stoei) en [aj] (kraai), maar geen woorden die eindigen op [ij] (iej) of [ej] (eej) of [yj] (uuj). Er zit iets paradoxaals in: terwijl de [j] in [pijano] wordt ingevoegd, wordt aan het eind van het woord [ij] juist vermeden.

Er is not een andere kant aan de [j]. Zet hem na een [s], een [t] of een [n] en in de spraak van veel Nederlandstaligen versmelten de twee klanken. Je spreekt sjouwen niet uit met eerst een s en dan een j, maar met een klank die in zekere zin de twee combineert (een s met de tong iets verder naar achteren getrokken, een [ʃ]). Zoiets geldt ook voor de n (die wordt de [ɲ] van het Spaanse mañana in bonje). Nu liggen ook de s, t en n dichtbij de j in de mond.

De [j]: een ultrakorte klank, half klinker en half medeklinker die met alle klanken die te dicht in de mond liggen een bijzondere relatie ondergaat.

Ik houd op een aparte pagina bij welke klanken ik inmiddels behandeld heb in de Klankencyclopedie.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (23): [j]

  1. plaatsman schreef:

    De combinaties "eej" en "euj" komen natuurlijk eigenlijk heel vaak voor, alleen schrijven we dat niet zo: veel Nederlanders spreken zo de "ee" en de "eu" uit.

  2. Precies. Dat is hetgene waar we (m.m.) vorige week over hebben gediscussieerd op de pagina over de [o]!

    http://nederl.blogspot.nl/2012/12/klankencyclopedie-van-het-nederlands-22.html

  3. plaatsman schreef:

    Zeker! Ik was er de eerste reaguurder, stel je voor. Die diftongering houdt me nogal bezig zeker.

Reacties zijn gesloten.