In memoriam Ron van Zonneveld (Den Haag 13.12.1942 – Groningen 11.12.2012).

door Anneke Neijt

Vorige week stond het overlijdensbericht in de krant: “Mijn lieve, geweldige man en onze fantastische vader is tot ons grote verdriet overleden”, ondertekend door Roelien Bastiaanse en Rons kinderen. Na een kort ziekbed kwam het definitieve afscheid.

In de taalkunde is Ron van Zonneveld bekend van zijn artikelen in bijvoorbeeld Tabu, Linguistics in the Netherlands en Nederlandse taalkunde. Hij studeerde Algemene Taalwetenschap in Leiden, werkte lange tijd bij de afdeling Nederlandse taal- en letterkunde van de Rijksuniversiteit Groningen en was na zijn vervroegde pensionering in 2005 wetenschappelijk en taalkundig docent en adviseur van de kennisonderneming Wagner Group.

Ron nam gretig deel aan discussies. Hij schreef venijnige columns voor de universiteitskrant. Door zijn inmenging werden dat dan heftige discussies, interessante columns, blikverruimend, behalve natuurlijk waar het om vrouwen ging. In een column over het grondrecht van de vrije meningsuiting verwijst hij naar Chomsky’s inleiding in een boek van “een Franse idioot” die de holocaust ontkende: “[…] het enige motief voor Chomsky om die bijdrage te leveren was dat hij zo kon tonen dat ons Grondrecht voor hem het hoogste goed was, dus hoger nog dan de historische waarheid. Een consequente man, die Chomsky, want hij zag in dat een verbod op liegen en kwetsen volkomen onzinnig is omdat liegen en kwetsen juist de toetssteen zijn van ons Grondrecht: het gaat niet om waardevrije prietpraat, nee, het gaat juist om liegen en kwetsen.” Voor Chomsky had hij een grote bewondering.

Het taalkundige onderzoek van Ron van Zonneveld lag op diverse terreinen. Hij promoveerde op een morfologisch onderwerp (Affix-grammatika: een onderzoek naar woordvorming in het Nederlands, 1983). De ‘ritmische hangmat’, een fonologisch begrip van internationale bekendheid dat iedere neerlandicus zou moeten kennen, komt uit zijn pen (Tabu 12, 1982). Op het gebied van de syntaxis publiceerde hij een leerboek, De kleine syntaxis van het Nederlands (1994), en ontdekte hij een nieuwe nevenschikking in voetbalverslagen (Nederlandse taalkunde 3, 1998), een ontdekking die hem leidde tot meer artikelen over nevenschikking, samentrekking en het probleem om die aspecten in het syntactische kader van rond de eeuwwisseling een plaats te geven.

Wie Ron kent, weet dat we een inspirerende denker moeten missen.<

21 december 2012, Anneke Neijt

Dit bericht is geplaatst in In memoriam met de tags , . Bookmark de permalink.