Al lezende in Ogier van Denemerken – 10

Al lezende in Ogier van Denemerken – 10 : Wraak (1)

Amand Berteloot

Karel de Grote verschijnt in OvD als een zeer halsstarrig vorst. Na de vernederende behandeling van zijn boden door Godefroot van Denemerken staat zijn besluit, de gijzelaar Ogier voor dit misdrijf van zijn vader te doen boeten, vast. Hij laat zich van dit plan niet afbrengen, zelfs als 130 ridders onder leiding van de pairs Namels van Bavier en Gwindeloen hem om genade voor de jonge Ogier komen smeken. Zelfs als de koningin op verzoek van Namels met dertig jonkvrouwen voor haar gemaal op haar knieën valt, laat hij zich door haar smeekbede niet vermurwen. Ze spreekt hem als volgt aan (zoals steeds naar de editie-Weddige maar zonder diakritische tekens):

[…] “nu horent mich, edeler herre,
Ich bitten uch nu vil sere,
Das ir uch erbarment uber Ogiere.
Er ist starck und getruwe,
Also helff mir unser frauwe.
Es were schade, tetent ir ine erschlahen.
Al hat uch sin vatter ubels getan,
Ir sullent in wol bekriegen fraiche.
Da by laßent bliben dise sache
Und lant mit frieden den jungeling.” (155-164)

Zoals gewoonlijk is het betoog niet moeilijk te volgen, ware er niet weer ergens een vers dat vragen opwerpt. Deze keer is dit regel 162 met de woorden “bekriegen” en “fraiche”. Laten we weer eerst kijken of HiWe zijn lezers verder helpt.
In de voetnoot bij vers 162 vinden we geen enkel commentaar, maar WeGl bevat een trefwoord “fraich(e)”, dat als een adjectief resp. een bijwoord wordt gelabeld. Als betekenis voor ‘fraiche’ biedt WeGl “begierig, tapfer” aan, waarbij er verband gelegd wordt met Mnl. ‘vrec’ en ‘vrak’ enerzijds en met Mhd. ‘vrech(e)’ anderzijds. Volgens het MNW betekent ‘vrec / vrac’: “begerig, hebzuchtig, gierig”. En volgens het Mittelhochdeutsches Handwörterbuch betekent ‘vrëch’: “mutig, kühn, tapfer, keck, dreist, lebhaft” (Lexer III, 493-494). Een spellingvariant met ‘a’ of ‘ai’, zoals we die in regel 162 van OvD aantreffen, wordt daar niet vermeld. WeGl’s verklaring “begierig, tapfer” is bij nader toezien een combinatie van de betekenissen uit zowel het MNW als het Mittelhochdeutsches Handwörterbuch. Al horen Nederlands ‘vrec’ en Duits ‘frech’ etymologisch ongetwijfeld bij elkaar, de onderscheiden betekenissen ‘begierig’ en ‘tapfer’ kwamen blijkbaar nooit op hetzelfde ogenblik in dezelfde taal naast elkaar voor.
Dan is er nog het werkwoord “bekriegen”. Ook dit vinden we als lemma in WeGl. Hier wordt verwezen naar Mnl. ‘becrigen’. Als betekenis geeft HiWe: “in die Hand bekommen, kriegen”. Dat is precies wat er in het MNW staat. Mnl. ‘becrighen’ betekent “in handen krijgen, betrappen, pakken”. Letterlijk vertaald zou vers 162 volgens HiWe dus moeten betekenen: “U zult hem nog wel een begerig (dapper?) te pakken krijgen”. Vervelend is alleen dat Mhd. ‘bekriegen’ niet betekent “te pakken krijgen”, maar hetzelfde als het moderne Duitse woord ‘bekriegen’, nl. “oorlog voeren tegen” (Lexer III, Nachträge, 56). Omdat LuFl er in tegenstelling tot HiWe het MNW nog niet op kon naslaan, is het uitgesloten dat hij bij ‘bekriegen’ aan iets anders dan aan “oorlog voeren” heeft gedacht. En als HiWe’s interpretatie van ‘fraiche’ juist is, dan moet LuFl met dit vers iets bedoeld hebben als: U zult nog wel eens dapper (begerig?) oorlog tegen hem voeren. Dit lijkt in ieder geval overtuigender dan: U zult hem nog wel eens begering (dapper?) te pakken krijgen.
Maar als blijkt dat HiWe’s interpretatie van “bekriegen” twijfelachtig is, moeten we dan niet ook die van “fraiche” aandachtiger gaan bekijken? Waaruit blijkt dat “fraiche” in vers 162 werkelijk met Mhd. ‘vrëch(e)’ geïdentificeerd moet worden? Het woord rijmt op “sache” in vers 163 en moet dus – als we niet met een assonantie te maken hebben – een korte ‘a’ als rijmvocaal hebben gehad. Dat is op zijn beurt volgens de woordenboeken alleen het geval bij het Nederlandse ‘vrec / vrac’ maar niet bij het Duitste ‘vrëch’. Blijkbaar is HiWe ook hier bezig beide talen nonchalant door elkaar te mengen. Wat heeft de auteur van de Nederlandse tekst bedoeld?
Laten we terugkeren naar het rijm. Het woord “fraiche” rijmt zoals gezegd op “sache”, wat in het Nederlands ‘sake’ oplevert. Wat “fraiche” ook moge betekenen, zijn Nederlandse equivalent moet in ieder geval een lange ‘â’ als rijmvocaal bevatten. En daar komt het woord ‘vrec’ resp. ‘vrac’ niet voor in aanmerking, want ook in de verbogen vormen of wanneer de stam uitgebreid wordt met een adverbiale ‘-e’ blijft de vocaal in beide woorden steeds kort. Ook in het moderne Nederlands. is het meervoud van ‘vrek’ nog steeds ‘vrekken’ en niet ‘vreken’. Aan passende rijmwoorden op ‘sake’ ontbreekt het niet in het Mnl., zodat dit wat zoekwerk zou kunnen opleveren. Maar we kunnen dit afkorten als we verder lezen in OvD. Als we er rekening mee houden dat ‘f’ en ‘v’ in het Mhd. kunnen afwisselen (WeGl plaatst alle woorden die met ‘f’ beginnen, dus ook “fraiche”, daarom onder de letter ‘v’), dan ligt het voor de hand “fraiche” met “vraiche” in vers 6932 te identificeren. Hier stuurt Karel boden naar Namels van Bavier om met hem over maatregelen tegen Ogier te beraadslagen:

“Ich wil mich mit yme beraden,
Wie ich beste van minem schaden
Gekriege erliche vraiche.”
Da lieff ein bott mit diser sprache
Nach Namelsen und nach Tulpijn… (6930-6934).

In de context van dit citaat is het volkomen duidelijk dat Karel erop uit is wraak te nemen op Ogier, die in zijn paleis een grote moordpartij heeft aangericht. De hertaling luidt:

“Ic wille mi met hem beraden, hoe ic best van minen scaden
ghecrighe eerleke wrake.”
Doe liep een bode met deser sprake
na Namelse ende na Tulpijn…

Het is wel meer dan verwonderlijk dat HiWe niet gemerkt heeft dat “fraiche” en “vraiche” varianten van hetzelfde woord zijn. Vlak boven het trefwoord “fraich(e)” staat namelijk in WeGl het lemma “vrache, vraiche” met een correcte verwijzing naar het trefwoord “rache”. Uit vers 6932 blijkt bovendien ook dat we bij “fraiche bekriegen” in vers 162 waarschijnlijk aan de collocatie ‘wrake ghecrighen’ moeten denken en dat de oorspronkelijke betekenis dus geweest zal zijn: U zult uw wraak ooit nog wel krijgen. De hertaling van de verzen 155 tot 164 moet dus vermoedelijk luiden:

[…] “Nu hoort mi, edel heere, ic bidde u nu sciere
dat ghi u ontfaermt over Ogiere.
Hij es sterc ende ghetrauwe.
So helpe mi onse Vrauwe,
het ware scande, soudine verslaen.
Al hevet sijn vader u quaet ghedaen,
ghi sult an hem wel ghecrighen wrake.
Daer bi laet bliven dese sake
ende laet in vreden den jonghelinc.” (155-164)

Het ziet er dus naar uit dat “bekriegen” in vers 162 een op interferentie gebaseerd verzinsel van LuFl moet zijn. Hoewel het directe equivalent van Mnl. ‘ghecrighen’ in het Mhd. ‘gekrîgen’ luidt en net als in het Nederlands ‘bekommen, erhalten’ betekent (Lexer I, 803), wijkt LuFl uit naar “bekriegen” dat alleen associatief met Mnl. ‘ghecrighen’ samenhangt. Daar schijnt systeem achter te zitten, want in de verzen 67 en 84 deed hij hetzelfde. Dat schijnt te betekenen dat hij ook de betekenis van ‘wrake’, dat hier voor de eerste keer optreedt, niet heeft begrepen. Wat hij daarbij gedacht heeft, weten we niet. In ieder geval heeft hij het bij zijn tweede optreden in vers 387 wel begrepen. Hier en op elf verdere plaatsen (in de verzen 394, 5501, 5502, 9271, 11388, 11393, 12712, 14140, 15695,19244 en 21890) zet hij Mnl. ‘wrake’ correct om in Mhd. ‘rache’.
Naast twaalf vindplaatsen met ‘rache’ vinden we in de Duitse OvD drie attestaties, waar het woord met een fricatieve ‘v’ of ‘f’ begint. “Fraiche” en “vraiche” kennen we al. In vers 13963 vinden we bovendien “vrache”. Zoals we boven betoogd hebben, hebben we goede redenen om aan te nemen dat zowel LuFl als HiWe het woord bij zijn eerste optreden niet herkend hebben. Misschien was dat ook het geval bij de varianten ‘vrache’ en ‘vraiche’, maar dat valt moeilijk te bewijzen. Weliswaar is de standaardvorm in het Middelhoogduits ‘râch(e)’ (met een lange vocaal), en kent het Mittelhochdeutsches Handwörterbuch geen vormen met anlautende ‘v’ of ‘f’, maar naast het werkwoord ‘rëchen’ staat wel een Middelduitse variant ‘wrëchen’ (Lexer II, 331-332 en 359-360). Dat zou in het voordeel van de Heidelbergse kopiist LuFl kunnen pleiten, maar daar staat tegenover dat hij bij het werkwoord ‘rëchen’ alleen in het imperfectum een vorm met anlautende ‘w’ of ‘v’ gebruikt. We weten dus niet of LuFl het Nederlandse woord ‘wrake’ in de verzen 6932 en 13963 begrepen heeft. HiWe ligt in deze beide gevallen in ieder geval wel goed.
Het substantief ‘wrake’ komt volgens onze voorlopige telling 17 keer voor in OvD. Er blijven dus nog twee vindplaatsen over, nl. de verzen 3826 en 12985. Het eerste geval versterkt ons vermoeden dat LuFl niet werkelijk consequent ‘wrake’ als ‘rache’ heeft opgevat. Als de Sarrazeense admiraal Cursabel ziet dat zijn zoon Davimont door de sultan Karahen is gedood volgt als reactie:

Er batt sin volk umb wracke,
Hart unlang er sprach
Und stach das roß mit sporn. (3826-3828)

LuFl heeft hier dat gedaan, wat hij vaker doet als hij een onbekend woord tegenkomt: het letterlijk afschrijven. Het ziet er naar uit dat in zijn legger ‘wraeke’ heeft gestaan en dat hij de eerste ‘e’ als een ‘c’ heeft gelezen. Van de wispelturigheid van zijn werkwijze getuigt dat hij het onmiddelijk daarop volgende vers niet heeft afgeschreven, maar bewerkt. Dat blijkt uit het feit dat het imperfectum ‘sprac’ niet op ‘wrake’ kan rijmen. Om het rijm te herstellen zijn we verplicht vers 3827 grondiger aan te pakken:

Hi bat sijn volc omme wrake.
Harde onlanghe was sine sprake.
Hi stac dat ors met sporen. (3826-3828)

Tenslotte blijft nog vers 12985 over. Hier heeft iets vreemds plaatsgevonden. Ogier had met Charloot afgesproken dat hij zou proberen om zich een weg te banen doorheen de hele legermacht van Charloot om zijn tent te bereiken, die achter de troepen zou zijn opgeslagen. Charloot had beloofd in de tent op zijn bed liggend op zijn tegenstander te wachten en zich door hem te laten doden. Ogier slaagt in deze ‘mission impossible’, bereikt de tent en doorboort het lichaam dat op het bed ligt. Op dat moment komt het bedrog van Charloot aan het daglicht: onder het deken op het bed ligt niet hijzelf maar een hond. In de verzen 12983-12988 beklaagt Ogier dat hij door dit bedrog van Charloot eens te meer de kans heeft gemist de moord op zijn zoon Boudijn te wreken:

Er sagde: “o got, lieber herre,
Nu wonde ich wol sin komen
Zu rechen, das mir hant benomen
Die verrader. Das nu wol ist anschin:
Mins kinds dot Baldewin
Bedunckt mich, enmag ich nit gerechen.” (12983-12988)

In vers 12985 lijkt ‘rechen’ het werkwoord ‘wreken’ te zijn, maar dit past sytactisch niet in de zin. Men kan het daarentegen wel als een substantief interpreteren:

Hi seede: “O God, lieve Heere,
nu waendic wel sijn comen
ter wrake. Dat hebben mi benomen
die verradre, dat nu wel es anscijn:
mijns kints doot Boudijn,
dinct mi, en mach ic niet ghewreken.” (12983-12988)

Onze voorlopige telling levert 17 attestaties op voor het substantief ‘wraak’. Twaalf keer heeft LuFl het woord correct geïdentificeerd. Eén keer heeft hij zijn legger letter per letter afgeschreven, drie keer heeft hij een woord neergeschreven dat met een ‘f’ of een ‘v’ begint en waarvan we niet zeker kunnen zijn of het werkelijk begrepen heeft. De eerste van deze drie attestaties lijkt eerder op onbegrip te wijzen. Tenslotte heeft hij één keer het substantief ‘wraak’ door het werkwoord ‘wreken’ vervangen. Deze bevindingen laten zien dat LuFl wel degelijk in staat was om onbekende woorden in zijn bron correct te identificeren, maar dat hij daarin geenszins consequent was. Een woord dat hij tevoren meerdere malen juist had omgezet, kan op een volgende plaats onherkend blijven. HiWe van zijn kant scoort hier duidelijk beter. Hij heeft slechts één van de 17 vindplaatsen niet correct geïdentificeerd, hoewel hij als germanist en als samensteller van het glossarium bij OvD had moeten weten dat ‘f’ en ‘v’ alleen schrijfvarianten zijn en niet betekenisdifferentiërend werken. Deze bevindingen kunnen nog duidelijker gedocumenteerd worden aan de hand van het werkwoord ‘wreken’, dat met zijn meer dan 70 vindplaatsen nog aanzienlijk beter geattesteerd is dan het substantief ‘wraak’. Daarover meer in de volgende bijdrage.
Brock, december 2012
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.