Het nieuwe slaaplied

Ik vraag me af of de gemiddelde Nederlander wel genoeg slaapt. Populaire cultuur is volgens sommigen een graadmeter van hoe het gaat met een samenleving. Welnu, het is een en al slapeloosheid, hier aan het eind van 2012.

Die conclusie trek ik uit de recentste Top-10 van Nederlandse liedjes, die bijna helemaal bestaat uit liedjes over slapen en dromen, en vooral het gebrek eraan. Volgens onze muzieksmaak, willen we allemaal het liefst onder de warme wol.

Bij twee liedjes is het zelfs duidelijk uit de titel:
Slapeloze nachten van The Opposites (“lig te staren in het duister / met de eindeloze droom / geen reden om me ogen nog te sluiten / wat ik in me toekomst vind en in me fantasie”) en Nooit meer slapen  van Yellow Claw (“Herken die clowns, maar ik ken ze niet / En ik lach niet met me enemies / Zie me in de club want ik slaap niet”).

Maar ook in de andere liedjes uit de top-10 wordt er gesmacht naar slaap. Hier is de hele lijst:

  1. Sla je armen om me heen – Jan Smit featuring Roos van Erkel 
  2. Beauty & de brains – Nielson
  3. Liever dan lief – Gers Pardoel & Doe Maar
  4. Zo stil – Bløf
  5. Hallo wereld – Kinderen Voor Kinderen
  6. Weet je wat jij voor mij bent – Fantasticos
  7. Slapeloze nachten – the Opposites
  8. M’n hart huilt van verdriet – Dennie Christian
  9. Nooit meer slapen – Yellow Claw featuring Ronnie Flex, MocroManiac & Jebroer
  10. Delilah – Ronnie van Bemmel

Van deze tien zijn er, behalve de twee al genoemde, nog twee waarin expliciet sprake is van slapeloosheid: het nummer van Bløf (“Ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan, / En dat is dus waarom ik ’s nachts niet slapen kan”) en dat van Ronnie van Bemmel (“Weet jij wel hoe vaak ik wakker lig van jou / nachten fluister ik je naam“), en twee waarin indirect wordt duidelijk gemaakt dat de zanger ’s nachts niet slaapt (Dennie Christian: “Ik zoek je in de nacht / fluister je naam / zo koud en kil”; Jan Smit: “Hopen dat ’t morgen niet meer is / De twijfel en onzekerheid in je ogen“).

Dan zijn er nog twee waarin juist wel geslapen wordt (Gers Pardoel: “Jij komt voor in al mijn dromen in een wit/zwarte kimono / Vandaag ben ik jouw Thijs Römer, oké misschien is hij knapper”) of wordt teruggekeken op de nacht (Kinderen voor Kinderen: “Hallo bed / Waarin ik net nog lekker lag”). Alleen in de liedjes van Nielson en de Fantasticos wordt aan de moderne problematiek, voor zover ik het kan zien, geheel voorbijgegaan. Dat zijn dan ook allebei heel zorgeloze liefdesliedjes.

Er is heel veel sprake van onzekerheid over de toekomst in al die liedjes. Is dit nou toeval? Zou het de crisistijd zijn?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in cultuur met de tags . Bookmark de permalink.