Verdediging van de d/t-fout

Af en toe komt er per ongeluk iemand hier op Neder-L terecht, ziet in de linkerhoek ‘tijdschrift voor neerlandistiek’ staan en ziet daarin een aanleiding om zich vreselijk op te winden over een zogenoemde ‘dt-fout’ die hij ergens op deze pagina’s aantreft. Ik wil niet zeggen dat zulke mensen allemaal dom zijn. Veel van hen zijn ook eenvoudig te goedgelovig en accepteren te kritiekloos wat de cultuur hun aanreiktt als belangrijk. Er bestaat geen enkel, geen enkel (geen enkel) argument waarom iemand ik vind zou moeten schrijven in plaats van ik vindt.

Het is waar: iemand heeft dit systeem ooit bedacht, of beter, het is in een aantal stapjes door tussenkomst van allerlei personen ontstaan.

Mensen zeggen soms: het is een afspraak. Maar het is dan alleen een eenzijdig soort afspraak zoals een schooljuffrouw vroeger maakte met haar klas (‘we spreken af dat we nu stil zijn’). Ik heb in ieder geval nooit ingestemd met dat soort afspraken.

Maar kun je datzelfde niet zeggen over verkeersregels? Jawel, maar in de eerste plaats bestaat daar een autoriteit die de regels afdwingt, de politie, terwijl die autoriteit in het geval van taal alleen bestaat uit allerlei onbevoegden: niemand is bevoegd in dezen. In de tweede plaats dienen veel verkeersregels het hogere doel — de veiligheid. Maar wat voor hoger doel dienen de spellingregels?

Ik ken twee antwoorden op die vraag. De eerste is dat er verwarring ontstaat als iedereen maar doet wat hij wil; enig bewijs bestaat er niet voor die stelling. Wie raakt er precies hopeloos in de war wanneer hij ik vindt ziet staan? Het tweede antwoord is dat het zo onbeleefd is om spelfouten te maken, onbeleefd tegen de lezer. Maar waarom die lezer het recht heeft om zich aan zoiets te storen, in een tijd waarin een mens zoveel te lezen heeft, wordt er nooit bij gezegd.

(Een derde, verborgen, argument is dat het zo dom is om fouten te maken. Maar dat gaat ervanuit dat het dom is om je te houden aan een willekeurige afspraak waar jij geen zeggenschap in hebt gehad en waar niemand mee gebaat is. Dan verklaar ik het vanaf nu ‘dom’ als mensen zich niet aan de afspraak houden dat we elkaar twee zoenen geven als we elkaar ontmoeten en dat drie zoenen een belediging zijn. Behalve op dinsdagen en, in maanden als de r in de maand zit op donderdagen: dan is het juist dom om twee zoenen te geven in plaats van drie, zoals het hoort. En trouwens ook onbeleefd. En verwarrend.)

Maar waarom spel ik dan de meeste werkwoorden goed? Waarom niet helemaal willekeurig of overal een t? Helaas, ook ik heb op school gezeten en daar zijn allerlei vormen erin gesleten. Het altijd precies ‘verkeerd’ doen kost me ook meer moeite dan nodig is.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalbeheersing met de tags , . Bookmark de permalink.

36 reacties op Verdediging van de d/t-fout

  1. Guy Bourgeois schreef:

    Inhout boven vorm, graag. Maar ik begreip wel waarom somigen een beetje verbaast zijn over de toevloet aan spelfouten: ze behoren waarschijnlijk tot de generasie waar een dt-foudt gelijk stont aan de beruchtte 'min tien'. Da's dus geen kwestie van 'kritiekloos aanvaarden' maar wel het volgen van spelregels. Spellingsregels. Gooien we die dan maar overboort en kiezen we voor het fonétis schrift?

  2. Volgens mij geef ik in het stukje al antwoord op uw vraag, het is misschien de moeite waard dat eerst te lezen voor u begint te honen. Het is helemaal niet nodig dat 'we' ergens voor kiezen. Het gaat ook best zonder 'afspraken'; er zal dan weinig veranderen, mensen blijven zich toch wel min of meer aan elkaar aanpassen.

  3. Martijn Benders schreef:

    Helaas begrijpen erg weinig mensen bovenstaand verhaal. Het gros lijkt zelfs te denken dat 'spellen' een intellectuele dimensie heeft: alsof een intelligent persoon het niet eerder stierlijk vervelend zou vinden om zich constant met dit soort tierlantijntjesleuter te moeten bezighouden. Een beetje spellingscorrectie beslaat al snel een kwartier, wie uren per dag schrijft zou zo'n beetje een kwart van zijn leven bezig moeten gaan zijn met volstrekt oninteressante 'correcties' terwijl hij veel liever over wezenlijke zaken zou schrijven. Het is niet voor niets zo dat uitgevers editoren hebben: dat een publicatie zorgvuldig gespeld moet zijn allee, maar dat is iets anders dan beweren dat de geloofwaardigheid van een schrijver van zijn vermogen zich te conformeren aan dit soort etiquette afhangt.

  4. Guy Bourgeois schreef:

    Beste, honen was mijn bedoeling niet, verre van. En ik heb het stukje wel degelijk gelezen: ook ik zie de taal liever als een levend continuüm dan als een vastgeroest keurslijf. Mijn reactie trekt uw gedachtengang gewoon door: als we het voortaan zonder afspraken doen, is 'vrijheit, blijheit' het motto.

  5. Ah, dan begreep ik u verkeerd, excuses! Ik hecht er alleen wel aan nogmaals te zeggen dat ik denk dat 'vrijheit, blijheit' gaat betekenen dat de meeste mensen die woorden met een d blijven schrijven (ik in ieder geval, want ik ben dat zo gewend).

  6. Guy Bourgeois schreef:

    De d/t-fout is inderdaad van een andere orde. Wie weet praten we binnenkort over de d/t-keuze. 😉

  7. De d/t-lifestyle!

  8. Frans van Nes schreef:

    Spelling is inderdaad vooral etiquette. Iedereen (behalve leerkrachten en ambtenaren) mag beslissen of hij zich al dan niet aan die (eenzijdige, willekeurige, betwistbare) afspraken houdt. Probleem is alleen dat mensen nu eenmaal op dit soort dingen worden beoordeeld. Ik gun het iedereen om te spellen zoals het hem goeddunkt. Maar in de praktijk kunnen maar weinigen zich dat veroorloven. Waaronder misschien juist taalpublicisten. Ik zou dus zeggen: geen woorden, maar daden. Te veel moeite vind ik geen sterk argument: menigeen moet veel meer moeite doen om "goed" te spellen.

  9. Mensen kleden zich en spellen volgens de norm omdat ze negatief worden beoordeeld als ze het niet doen, niet per se omdat ze het met die norm eens zijn.

    Je krijgt hier inderdaad regelmatig aanvallen te verduren van betweters met kritiek op je spelling. Daar reageer jij dan weer tamelijk agressief op en wij, de andere lezers, krijgen onder een verder leuk artikel een onaangename woordenwisseling voorgeschoteld.

    Als jij die kritiek inderdaad zo vervelend vindt als ik uit je reacties meen op te maken, is de gemakkelijkste oplossing dat je gewoon volgens de geldende regels gaat schrijven.

    Ook mij is het vrij grote aantal type- en spelfouten in je bijdragen hier meermaals opgevallen. Ik zeg er normaal niets over, maar het leidt wel af van de inhoud.

  10. Dat jij je stoort aan de toon van die discussie, vind ik natuurlijk jammer. Ik heb het stukje van vandaag overigens onder andere geschreven om daar voortaan naar te kunnen verwijzen.

    Inderdaad schiet ik af en toe uit mijn slof over dit onderwerp. Ik doe dit niet omdat ik het persoonlijk vervelend om dat soort kritiek te krijgen, althans niet primair, maar om twee andere redenen. In de eerste plaats gaat het me vooral om anonieme reacties. We willen hier op Neder-L de mogelijkheid om anoniem te reageren nog niet uitzetten, maar ik vind niet dat je als je dat doet verder nog op verzachtende omstandigheden mag rekenen.

    Belangrijker is: ik denk dat ik het me kan veroorloven. Je analyse in de eerste zin is helemaal juist: veel mensen houden zich aan de norm omdat ze anders negatief beoordeeld worden. Dat moet maar eens afgelopen zijn; we moeten elkaar op andere zaken beoordelen. Door mij nu ook weer aan te passen aan die rare normen, houd ik dus het ongewenste gedrag, waarin het gepermitteerd is om elkaar aan te spreken op spelfouten, in stand. Ik kies een andere strategie: mensen die hier schrijven dat het vreselijk dom is om 'word je moeder daar verdrietig van?' te schrijven, krijgen een pittig weerwoord.

    De betweters zal ik er niet mee overtuigen. Maar ik hoop dat er in ieder geval af en toe iemand is die inziet dat je ongemeen, hartstochtelijk van taal kunt houden en juist daarom je schouders ophaalt over 'houd je' of 'houdt je'.

    Nogmaals: dat jij je stoort aan de toon, en dat met naam en toenaam zegt, en als een gewaardeerd collega-blogger, beschouw ik als een heel ander type reactie. Ik zal er rekening mee houden, al betekent dat niet dat ik niet af en toe aan de verleiding zal toegeven om een nieuwe anonymus ongezouten de waarheid te zeggen.

  11. Frans van Nes schreef:

    Voor de goede orde: ik bepleitte precies het omgekeerde. Als er geen enkel argument is om 'ik vind' te moeten schrijven, doe het dan ook niet. Doe wat moeite om zo nu en dan welbewust (en niet per ongeluk) tegen de opgelegde afspraak in te gaan. Dat zijn de daden die ik op het oog had. Het lijkt me de enige effectieve manier om te bestrijden dat schrijvers op hun spelling worden beoordeeld in plaats van op de inhoud. Zit dat er niet in, dan geldt denk ik het advies van Maarten van der Meer hierboven. Wat ik overigens iedereen zou aanraden die het zich niet kan veroorloven om afwijkend te spellen.

  12. Ja, met dat laatste ben ik het eens. Sterker nog: er zijn momenten waarop ik ook wat beter oplet, omdat ik geen gezeur wil.

    En als je mijn geest hebt, hoef je niet expres tegen de regels ingaan. De overtredingen komen vanzelf.

  13. Martijn Benders schreef:

    Er spelen ook nog andere zaken een rol. Er bestaat iets als een soort 'blindheid' voor die d/t regel. Ik heb daar ook last van. Het lijkt wel een soort temporale dyslexie. Maar met intelligentie heeft dat niets van doen. Kasporov verloor regelmatig juist partijen van beginnende schakers. Spelling is eigenlijk precies dat: het beginnen van het idee van schrijven. Wie zich sterk op het middenveld voelt sluit zowel de beginners uit als de gevorderden. Er waren tal van grote dichters die abominabel konden spellen. Er zit ook iets heel erg moderns en kortzichtigs aan die 'simpele spelregels' – het is alsof mensen, omdat ze niet meer kunnen aanvoelen wat stijl of woordenschat is, zich aan zulke huis- tuin en keukenregeltjes moeten vastklampen uit noodzaak – het is feitelijk pure armoede.

  14. Martijn Benders schreef:

    Jongens en meisjes, kennen jullie dit filmpje?

    http://www.wimp.com/frylanguage/

  15. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    None of this is of importance, aldus Martijns filmpje, dwz geen van de stijl-, spellings- of taalfouten die je tegenwoordig zoveel ziet doet er eigenlijk wat toe.
    Natuurlijk is dat waar, maar toch… toch vind ik het ergerlijk om een tekst met veel spelfouten te lezen, het leidt me af en ik neem het geschrevene en de schrijver minder serieus (ik zeg VEEL fouten). En vind ik het vervelend als ik een spelfout van mezelf ontdek, bijvoorbeeld als ik hier reageer, die ik niet meer direct kan terugdraaien. Dat zijn dan meestal dingetjes als 'beredeneert' ofzo, inderdaad de d of t kwestie. Ik schaam me dan best een beetje, eerlijk gezegd. In andere talen heb ik dat minder, bijvoorbeeld in het Engels maakt het mij minder uit of ik alles correct spel, maar daar worstel ik wel weer met de werkwoordsvormen. Met name wanneer je nu "I have written" zegt en wanneer "I wrote". Dat heb ik voor mijn gevoel nooit helemaal in de vingers gekregen en daar kan ik me dan onzeker over voelen.
    Ik kan me voorstellen dat mensen die volgens de regels spellen moeilijk vinden zich ook onzeker voelen en daardoor terughoudender worden om iets te schrijven. Dus laten we maar mild omgaan met elkaars foutjes.

  16. Gert de Jager schreef:

    Deze reactie is verwijderd door de auteur.

  17. Gert de Jager schreef:

    Nachtelijke wijsheid

  18. emf schreef:

    De vorm van het (werk)woord stuurt de betekenis van dat woord. Alleen daarom al zal wie hartstochtelijk van taal houdt nooit zijn schouders ophalen over ‘houd je’ of ‘houdt je’. De liefde voor taal betekent ook een liefde voor de structuren volgens welke ze is opgebouwd.

  19. Martijn Benders schreef:

    Waarom zou iemand in hemelsnaam 'hartstochtelijk van taal houden'? Je hoort toch ook nooit niet-schilders 'hartochtelijk van verf houden'. We kunnen het niet verbieden, verder, maar zo iemand noem je technisch bezien een fetishist. Heeft dat iets met ware liefde te maken, of is het een neurotische aandoening, net als iemand die dwangmatig steeds alle deuren open en dicht moet gaan staan slaan? Ook die zal zich waaschijnlijk het best voelen als hij zichzelf een deurliefhebber kan noemen. Ik hou van verhalen, ik hou van pozie, ik hou van polemiek. Maar van taal? Ik hou van geweldige gerechten en kookkunst. Maar van de losse ingredienten? Ik hou van een mooie vrouw. Maar van haar ingewanden? Jongens, laten we er even het hoofd bijhouden, zulke dwangmatische liefdes zijn geschikt voor een afgesloten ruimte met de gordijntjes gesloten.

  20. We hebben het hier over spelling, niet over taal.

  21. Je verhaal heefd me overtuigt. Als je dit echt zo belangrijk vind, is het een goede strategie, want ik denk dat je mensen inderdaad aan het denken zet. Maar dat neemd niet weg dat zowel de spel'fouten' zelf als de discussies die er vaak uit voortvloeien mij een beetje irriteren. Geefd niks, ik blijf toch wel lezen 🙂

  22. emf schreef:

    Die twee zijn niet te scheiden. Ik reageer direct op een opmerking van Marc, namelijk:

    "De betweters zal ik er niet mee overtuigen. Maar ik hoop dat er in ieder geval af en toe iemand is die inziet dat je ongemeen, hartstochtelijk van taal kunt houden en juist daarom je schouders ophaalt over 'houd je' of 'houdt je'."

  23. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Nou, ik ben zelf volgens mij wel zo'n taalfetisjist, dat wil zeggen dat ik taal, talen en het bestuderen ervan superinteresant en aantrekkelijk vind en er absoluut niet zonder zou kunnen.
    Maar daarnaast denk ik dat ieder mens op de wereld wel iets of bete gezegd veel met taal heeft. Taal is niet hetzelfde als schilderen, tennissen of deuren. Taal is HETgene wat de mens tot mens maakt, waarin hij zijn gedachten vormgeeft, hoe de mens zich uit en in contact met anderen kan komen en waardoor hij samen met zijn soortgenoten allerlei uitvindingen en oplossingen heeft kunnen bedenken. Verf, deuren, verhalen, po(e)zie, geweldige gerechten, kookkunst, gordijntjes: alles wat je noemt hierboven was er zonder taal nooit geweest. Feitelijk is taal dus qua belang te vergelijken met ons eigen lichaam en daar houden we als het goed is toch ook hartstochtelijk veel van? Dat verdedigen we in elk geval op leven en dood.

  24. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Ik heb net een boekje gelezen getiteld 'Groter als – Nieuwe regels voor het Nederlands van nu', van De Taalclub. Dat gaat niet zozeer over spelling van d's en t's, maar doet wel allerlei voorstellen om dingen die door taalzifters als FOUT worden gezien maar wel door de meeste mensen worden gebezigd als correct Nederlands te accepteren.

    Bijvoorbeeld het beruchte wordt/worden verzochten, vergeten zijn/ hebben, (zich) irriteren, (te)vergeefs, heeft/hebt u, als/wanneer en nog een heleboel andere zaken komen aan de orde, waarbij
    De Taalclub meestal beide vormen goedkeurt terwijl volgens de officiële taalregelaars en hun adepten slechts één vorm correct zou zijn en de andere fout, dom, onbeschaafd en afkeurenswaardig.

    Af en toe vind ik de voorstellen wel wat ver gaan, zoals het goed-keuren van veels te veel, duur kosten, werkeloos of zich beseffen, maar meestal kan ik me er wel in vinden. Het zou waarschijnlijk een hoop taal- onzekerheid bij veel mensen kunnen voorkomen en de muggezifters de kans ontnemen anderen betweterig te veroordelen.

    Wie er achter De Taalclub zit weet ik niet, maar ik vermoed dat het Brabanders zijn omdat ze twee kwesties noemen: bij hebben ipv bij zich hebben en langs in de betekenis van naast. Deze in mijn ogen Brabantse vormen zouden volgens De Taalclub ook goed gerekend moeten worden.

  25. Ingmar schreef:

    Deze beschrijving van bovengenoemd boekje 'Groter als' van de Volkskrant-site vond ik via Google:

    'Hij is groter als ik.''Ik geef hen een appel.''Dat is de vrouw waarmee ik op vakantie ga.'Fout, fout, fout. Het moet natuurlijk zijn: 'Hij is groter dan ik', 'Ik geef hun een appel' en 'Dat is de vrouw met wie ik op vakantie ga'. Sommige mensen wijzen anderen graag op taalfouten. Maar zijn alle taalfouten die gemaakt worden nog wel zo erg? Moeten…

    'Hij is groter als ik.'
    'Ik geef hen een appel.'
    'Dat is de vrouw waarmee ik op vakantie ga.'
    Fout, fout, fout. Het moet natuurlijk zijn:
    'Hij is groter dan ik',
    'Ik geef hun een appel' en
    'Dat is de vrouw met wie ik op vakantie ga'.

    Sommige mensen wijzen anderen graag op taalfouten. Maar zijn alle taalfouten die gemaakt worden nog wel zo erg? Moeten we ze nog wel allemaal taalfouten noemen? Misschien zijn we er wel aan toe om de Nederlandse taal op een paar punten te updaten.
    De Taalclub vindt in ieder geval van wel. Voor 80 problematische taalkwesties geeft de Taalclub in het boek 'Groter als' (verschijningsdatum 18 februari) nieuwe, eenvoudigere of duidelijkere regels. Die sluiten aan bij wat veel mensen in de dagelijkse taalpraktijk al voortdurend ('fout') doen.

    Omdat er overal in Nederland door ieder mens taalfouten gemaakt worden is het daarom tijd voor een andere aanpak. Niet de taalgebruikers moeten veranderen maar de taalregels! Taalregels zijn niet heilig! Door taalregels te introduceren die duidelijker en beter toepasbaar zijn komt er meer overzicht en orde in de wereld van de taal.

    In het boek 'Groter als' introduceert de Taalclub voor 80 struikelblokken in de Nederlandse taal nieuwe regels. Die nieuwe regels moeten er dus voor zorgen dat er minder taalfouten gemaakt worden. Het boek is zowel geschreven voor mensen die weinig schrijven als voor mensen die iedere dag bewust bezig zijn met taal, zoals journalisten, auteurs, reclamemakers en voorlichters. Beide schrijvers kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken op het gebied van de ingewikkelde taalregels.

    De Taalclub beoogt niet álle lastige taalkwesties met dit boek op te lossen. Er blijven altijd gevallen over die zowel linksom als rechtsom voor problemen zorgen. Maar de Taalclub gelooft wel dat veel taalgebruikers blij zullen zijn met de oplossingen die in dit boek wél worden aangedragen.
    De voorstellen die in dit boek staan, worden gesteund door een groot aantal mensen. Samen vormen zij de Taalclub.

  26. Anoniem schreef:

    U bent het vierde en belangrijkste argument vergeten om je aan de standaardspelling te houden: het niet doen maakt je tekst minder overtuigend. Het valt mensen op als je woorden afwijkend spelt, je blijft als lezer langer op zo'n woord hangen (hè, wat staat daar nou?) en het zorgt ervoor dat men je minder serieus neemt. 'Hij maakt d/t-fouten, dan zal het ook wel onzin zijn wat-ie beweert.' Je kunt wel wíllen dat mensen niet zo denken (en in Nederland was dit ook niet het geval zolang er nog geen standaardspelling bestond), maar dit is wishful thinking. De waarheid leert immers anders. Mensen zijn nu eenmaal irrationele wezens. Om in Aristoteliaanse termen te spreken, het 'ethos' van de schrijver wordt danig aangetast door zogenaamde spelfouten, hoe volmaakt een tekst ook is beargumenteerd ('logos'). Schitterende cv's met spelfouten verdwijnen vaak linea recta in de prullenbak.

    Dit argument komt uiteraard te vervallen als het u helemaal niets kan schelen of andere mensen zich door u laten overtuigen of niet. Maar die indruk wekt u niet.

  27. Natuurlijk bestaat dat effect, maar dat alleen bij gratie van het feit dat het zichzelf bevestigt. Zolang we het acceptabel blijven vinden om het 'ethos' van de schrijver af te meten aan het aantal correct gespelde werkwoordsvormen, blijven mensen die maat natuurlijk gebruiken.

    En eerlijk gezegd: in de eerste plaats denk ik dat ik het me kan veroorloven. Ik ben taalkundige – misschien een zesderangstaalkundige, maar toch een taalkundige, ik hoop met de inhoud van wat ik schrijf te laten zien dat ik hartstochtelijk geïnteresseerd ben in taal. Als mensen me dan niet serieus nemen omdat ik net als iedereen weleens ik vindt schrijf (maar dat anders dan anderen niet per se verbeter), dan zullen ze ook niet begrijpen wat ik ze dan wel probeer uit te leggen.

    Ik weet ook wel dat er zo lang ik leef mensen zullen zijn die denken dat die dt-fouten een belangrijke graadmeter moeten zijn voor iemands intelligentie. Maar ooit moed die graadmeter er toch aan gaan. Wanneer ik ook maar een heel klein beetje heb bijgedragen aan de erosie ervan, ben ik al dik tevreden.

  28. Ingmar schreef:

    moedt!

  29. E. Vroege schreef:

    Natuurlijk bestaat het effect dat minder mensen je serieus nemen als je naakt naar je werk gaat, maar alleen bij gratie van het feit dat het zichzelf bevestigt. Zolang we het acceptabel blijven vinden om het 'ethos' van de werknemer af te meten aan het feit dat hij gekleed naar zijn werk komt, blijven mensen die maat natuurlijk gebruiken.

    En eerlijk gezegd: in de eerste plaats denk ik dat ik het me kan veroorloven. Ik ben arts – misschien een zesderangs arts, maar toch een arts, ik hoop op mijn consulten te laten zien dat ik hartstochtelijk geïnteresseerd ben in het menselijk lichaam. Als mensen me dan niet serieus nemen omdat ik net als iedereen weleens mijn gulp open laat staan (maar anders dan anderen hem niet dichtrits als ik erop gewezen word), dan zullen ze ook niet begrijpen wat ik ze dan wel probeer uit te leggen.

    Ik weet ook wel dat er zo lang ik leef mensen zullen zijn die denken dat gekleed naar je werk gaan een belangrijke graadmeter moet zijn voor iemands geestelijke gezondheid. Maar ooit moet die graadmeter er toch aan. Wanneer ik ook maar een klein beetje heb bijgedragen aan de erosie ervan (bijvoorbeeld door regelmatig mijn gulp open te laten staan en met een diepe v-hals naar mijn werk te komen), ben ik al dik tevreden.

  30. Ik neem aan dat u bedoelt een parodie te maken op wat ik zeg, maar het werkt niet: ik zou het met dat betoog helemaal eens zijn.

    Mensen die andere mensen afrekenen op een open gulp, lijken mij onnozele mensen. Mensen die denken dat modegevoeligheid gelijkstaat aan andere mensen wijzen op hun open gulp, hebben iets niet begrepen. Deze strijd ben ik niet geneigd te voeren, maar hij is inderdaad volkomen parallel.

  31. Anoniem schreef:

    Helemaal met Marc van Oostendorp eens als hij zegt dat mensen weleens wat minder spijkers op laag water zouden mogen zoeken wanneer het gaat om kleine verschrijfinkjes die iedereen weleens maakt. Het draait, zoals hij zegt, om wat de schrijver te vertellen heeft en niet om een toevallig spelfoutje.
    Maar zomaar spellen hoe het je uitkomt is natuurlijk geen optie als je wat te vertellen hebt. Dan wil je dat mensen je tekst begrijpen. Dat gaat simpelweg gemakkelijker als je correct en gangbaar spelt. Als je daarbij hier en daar een foutje maakt, dan moet dat niet erg zijn. (Zeker niet als je daarbij zulke interessante dingen te melden hebt als Van Oostendorp)

  32. Ingmar schreef:

    wel een grappige parallel ook

  33. Anoniem schreef:

    Een beetje laat misschien, maar ik zou toch nog een paar vragen willen stellen aan Marc van Oostendorp. Maak je die dt-fouten nu met opzet (uit protest tegen een arbitraire afspraak, in de hoop aan de erosie hiervan bij te dragen)? Of heb je de dt-regels, los van je negatieve opvatting erover, net als zoveel andere mensen nooit helemaal onder de knie gekregen? En iets anders: is er ook geen enkel argument te bedenken tegen de spelling 'ik findt'?

  34. Frans Huneker schreef:

    Dit soort stukjes wordt altijd geschreven door lieden die allang geen fouten meer maken.
    Leuk bedacht, maar docenten Nederlands hebben er niets aan, want dan hebben hun het gedaan.

  35. Carrotte schreef:

    Citaat: "Er bestaat geen enkel, geen enkel (geen enkel) argument waarom iemand ik vind zou moeten schrijven in plaats van ik vindt."
    Ik neem aan dat dit de mening is van de schrijver. Mijn mening is anders. Ik weet namelijk wel een argument en dat heeft te maken met lezen. Woordbeeld.
    Even een zijstapje naar het Chinees. Daar schijnen ze voor de meeste Chinese woorden een apart teken te hebben. Als je dat teken leest, weet je welk woord wordt bedoeld, tenzij je het teken niet kent. Als een Chinees leest, gaat dat woord voor woord. Chinezen kennen die woordtekens (woordbeelden) dankzij oefening.
    Bij ons is het niet anders. Ook wij lezen in woordbeelden die we kennen door oefening. Dus ook wij lezen woord voor woord. Als wij echter een woord niet kennen, kunnen we via de letters proberen erachter te komen welk woord het betreft. De Chinezen hebben op dat gebied pech, omdat hun woorden niet zijn opgebouwd uit letters.
    Kortom, Chinezen spellen geen woorden bij het lezen, maar wij ook niet!
    Nu kom ik op het voorbeeld van "vind" en "vindt". Daartussen zit qua woordbeeld een verschil. Niet veel, maar toch. Het woordbeeld "vind" hoort bij: ik. Het woordbeeld "vindt" hoort bij: hij/zij. Het geeft een kleine hik in een zin waar vind/vindt verkeerd is gebruikt en dat kan vervelend zijn als je je op de inhoud wilt concentreren.
    Voor mij een reden om correct "ik vind" en "hij vindt" te schrijven.

  36. Anoniem schreef:

    Goed argument, en mooi en helder verwoord!

Reacties zijn gesloten.