Promotie-onderzoek Karen Keune: mannen en vrouwen hebben verschillende spreekstijlen en ander woordgebruik

Mannen en vrouwen praten verschillend: ze hebben een andere spreekstijl en gebruiken andere woorden. Dit ontdekte Karen Keune via een uitgebreide corpusstudie. Zij promoveert op 15 oktober 2012 om 15.30 uur in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen, Comeniuslaan 2.

Een corpus is een grote verzameling van geschreven of gesproken tekst. Keune onderzocht o.a. met behulp van het Corpus Gesproken Nederlands de effecten van sociale achtergrond (leeftijd, geslacht, opleiding) op woordkeuze. Ze concludeert dat vrouwen over het algemeen een betrokken spreekstijl hebben, met relatief veel werkwoorden en veelvoorkomende woorden. Mannen praten daarentegen informatiever en gebruiken meer zelfstandige naamwoorden en unieke woorden.

Keune vergeleek in totaal vierentwintig groepen sprekers met elkaar. “Ik had vooraf geen hypothese over de mogelijke verschillen. Ik heb echt gekeken naar wat er uit het materiaal naar voren kwam.”
Naast het effect van geslacht vond zij effecten voor leeftijd en opleidingsniveau. Hoogopgeleide, oudere mannen spreken bijvoorbeeld het meest informatief. In toekomstig taalonderzoek kan dus niet meer worden uitgegaan van één standaardspreker zoals nu de gewoonte is. Keune toont aan dat deze standaard niet bestaat en dat de individuele sociale achtergrond een duidelijke rol speelt in de eigenschappen van spraak.

Voorbeeld 1: Meest gebruikte woorden

Keune bekeek de tachtig meest gebruikte woorden (in het Corpus Gesproken Nederlands; BS) en vergeleek daarbij Nederlandse hoogopgeleide mannen en vrouwen. Ze concludeert dat mannen de woorden je en d’r vaker gebruiken en vrouwen de woorden ik en hij. Mannen zeggen vaak uh en uhm, vrouwen juist oh. Ook zeggen hoogopgeleide mannen over het algemeen vaker ja en nee en gebruiken ze meer lidwoorden. Dit hangt samen met het feit dat ze meer zelfstandige naamwoorden gebruiken.
(Toelichting BS. Voor de grafiek zijn de vijftig meest gebruikte woorden uit het Corpus Gesproken Nederlands gebruikt; als alle tachtig woorden zouden zijn weergegeven, zou de grafiek onleesbaar worden. De grafiek drukt uit hoe de onderzochte hoogopgeleiden die woorden gebruiken. Als een woord rechts van de verticale y-as staat, wil dat zeggen dat dat woord vaker dan het CGN-populatiegemiddelde wordt gebruikt; als een woord links van de y-as staat, duidt dat op een lagere frequentie dan het CGN-populatiegemiddelde. Wanneer een woord boven de horizontale x-as staat, wil dat zeggen dat het vaker door hoogopgeleide mannen wordt gebruikt dan het CGN-populatiegemiddelde; de kleur van het woord is dan blauw. Staat een woord onder de x-as dan wordt het vaker door hoogopgeleide vrouwen gebruikt; de kleur van het woord is dan rood. Een preciezere, foutloze en veel meer gedetailleerde uitleg is ongetwijfeld te vinden in het proefschrift van Keune.)

Voorbeeld 2: Woorden op –lijk

Daarnaast bekeek Keune in dezelfde groep welke 32 woorden eindigend op ‘-lijk’ het meest gebruikt worden en door wie. Mannen nemen het vaakst tamelijk, onmiddellijk en ongelofelijk, feitelijk en duidelijk in de mond. Vrouwen gebruiken dadelijk, vriendelijk en lelijk, vrolijk, eindelijk en verschrikkelijk het meest.

Het complete proefschrift is (gratis) te downloaden via de website van de Landelijke Onderzoekschool Taalkunde (LOT): http://www.lotpublications.nl/index3.html. Ook kan daar een gedrukt exemplaar van de dissertatie worden besteld voor EUR 13,10 (incl. verpakking- en verzendkosten).

(Bron: Persbericht 2012-92, Radboud Universiteit Nijmegen, 4 oktober 2012, te lezen via: http://www.ru.nl/onderzoek/nieuws/@866595/mannentaal/)

P.S. 1 voor de spellingfanaten: ja, uh, het tamelijk ongelofelijke streepje in ‘promotie-onderzoek‘ in de titel van dit bericht is echt toegestaan en geheel conform het Groene Boekje. Maar ja, wie leest nu de inleiding van het Groene Boekje?!
P.S. 2: ik ben heel benieuwd naar reacties van gender-taalkundigen op het promotieonderzoek van Karen Keune. Vrouwentaal of mannentaal, vrouwenspraak of mannenspraak zou toch niet bestaan, zeg ik, vooral om bijvoorbeeld iemand als Ingrid van Alphen (zie: http://taalschrift.org/reportage/001719.html) te kietelen…

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.