Mag roodborstje niet meer?

NRC Handelsblad trok er zaterdagavond bijna driekwart pagina voor uit: een lange klacht van de cabaretier Hans Dorrestijn over het verdwijnen van de verkleinwoordvormen van vogelnamen.

Het verdwijnen van wat? Ja, mij was het ook ontgaan, maar volgens Dorrestijn is er een taalramp aan de gang die zijn weerga niet kent. In plaats van roodborstje moet men tegenwoordig roodborst zeggen, in plaats van winterkoninkje zegt men winterkoning en zo maar door. Dit alles is volgens de schrijver, die Nederlands gestudeerd heeft, verordineerd door ‘biologen’ die op het vlak van taal volkomen ‘amateurs’ zijn.

Waarom besteedt een krant aandacht aan zoiets? Geinig? We moeten ook weer eens wat met taal, maakt niet uit wat, want dat lezen de lezers graag? Die Dorrestijn windt zich zo grappig op?

Wanneer het stuk over een ‘echt’ onderwerp zou zijn gegaan, zou het nooit zijn geplaatst, want de argumentatie deugt in het geheel niet.

In de eerste plaats legt Dorrestijn nergens uit wie dat ‘verbod’ op roodborstje heeft uitgevaardigd, en waarom we ons eraan zouden moeten houden. Hij schrijft gek genoeg zelf:

Niemand heeft het recht de verkleinwoorden uit de vogelgidsen en dus uit de taal te bannen. Een bioloog heeft biologie gestudeerd, maar op taalgebied is hij een amateur. Zijn ingreep is volstrekt onwetenschappelijk. Elke eerstejaars student Nederlands weet dat de grammatica beschrijft en niet vóórschrijft. Zelfs de grootste taalgeleerde mag geen veranderingen in het Nederlands aanbrengen.

Het punt is natuurlijk dat het niet verboden is voor ‘zelfs de grootste taalgeleerde’ om te proberen veranderingen in het Nederlands aan te brengen. Zij mag dat, anders dan Dorrestijn schrijft, best proberen, maar wat iedere eerstejaarsstudent weet is: dat lukt haar niet. Niemand heeft autoriteit genoeg om dat te doen. Een voorschrijvende grammatica heeft daarom geen nut, niemand luistert naar je, het enige wat je kunt doen is: beschrijven.

En dus zal het ook een ‘amateur’, zoals bijvoorbeeld de auteur van een vogelgids, niet lukken. Daar volgt dan weer uit dat je je niets hoeft aan te trekken van wat de vogelaars in hun gidsjes schrijven. Niemand heeft inderdaad het recht om verkeinwoorden te verbieden. Daar een artikel in de krant over schrijven, is dus onzin.

Daar komt nog bij dat er niet veel voor nodig is om te zien dat de verontwaardiging van Dorrestijn over de modieuze nieuwigheid van die woorden volkomen misplaatst is. Roodborst vinden we bijvoorbeeld in een gedicht van Jacob van Lennep uit 1852:

Hoor ginds, hoe, in ’t ontbladerd bosch, 

De roodborst zit en fluit; 

Toch viel zijn warme vederdosch 

Door koude nachtvorst uit.

Voor winterkoning (“Het Winterkoninkje heeft het veld moeten ruimen voor de Winterkoning. Die klinkt als een onverbiddelijke vorst uit de middeleeuwen.”) vinden we met gemak een nog veel oudere vindplaats, uit 1724, bij Jacob Campo Weyerman:

Omtrent achtien jaaren geleden droeg men Knoopen, byna zo groot als de Ballen van een Boere-kaatsbaan, en thans zyn de grootste Rok en Kamisool knoopen vry kleinder als de Eyeren van een Winterkoning.

Het is natuurlijk fijn dat de krant af en toe aandacht besteed aan taalonderwerpen, maar moet dat dan echt een klacht zijn over een zogenaamd ‘voorgeschreven’ taalverandering, die al minstens 300 jaar oud is en die door niemand kan worden voorgeschreven?

Ach ja, je zou je eigenlijk niet druk moeten maken over zoiets. De krant had weer wat ruimte, Dorrestijn is een bekende naam, wat maakt het uit dat het onzin is?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

13 reacties op Mag roodborstje niet meer?

  1. Willem Kuiper maakt me erop attent dat Dorrestijn vanmiddag bij de VPRO halstarrig volhoudt: http://bit.ly/Ts6ukx

    Erop gewezen dat 'een man op een of andere elektronische site voor neerlandici' laat zien dat er een oudere versie is, zegt Dorrestijn dat dit een kwestie is van het metrum. De journalist vraagt niet hoe het dan zit met het prozafragment van Weyerman. Noch wordt uit dit interview duidelijk wie nu de boosdoeners zijn die het verkleinwoord willen verbieden.

  2. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Nou ja, bij roodborstje en winterkoninkje weet je wel meteen dat het over vogel(tje)s gaat. Bij roodborst denk ik in eerste instantie aan een man of vrouw met een (of twee) rode borst(en) en bij winterkoning aan de eega van de sneeuwkoningin in een sprookje.

    En wie heeft in godsnaam de Vlaamse gaai gedenationaliseerd? Die heet nu alleen nog maar gaai. Erg kaaltjes.

  3. Ingmar, volgens mij trap jij er nu ook in. Het is een hersenschim van Dorrestijn dat er een of andere instantie is die bepaalt dat je wel of niet roodborst, winterkoning, of 'alleen maar' gaai moet zeggen. Maar zo'n instantie *is* er helemaal niet, iedereen mag altijd en overal roodborstje, winterkoninkje en Vlaamse gaai gebruiken.

    Ik vermoed dat er een of andere vogelgids is die deze namen gebruikt, maar wat zou dat? Dorrestijn heeft zelf een eigen vogelgids.

    Ik merk, ook aan andere reacties, dat het zoiets is als vragen 'waarom heb jij je vrouw vermoord' Daar kun je ook niet op reageren. Dorrestijn beweert dat er iemand (wie?) is die zegt dat je geen roodborstje meer mag zeggen. Als iemand er dan op wijst dat dit onzin is, krijgt die persoon te horen dat hij kennelijk ook zo iemand is die anderen 'roodborst' wil opdringen.

  4. RHCdG schreef:

    Je gaat m.i. wel voorbij aan een tendens om taal op een zo 'objectief' mogelijke manier te gebruiken voor de beschrijving van 'objectieve' zaken. Of die tendens van de laatste tijd is of misschien in sommige wetenschappelijke kringen altijd wel bestaat weet ik niet, maar ik denk dat Dorrestijn dat wilde signaleren.

  5. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Nou ja, ik weet dat er vroeger -toen ik als kind met de natuurbescherming nestkastjes langsging- in vogelgidsjes altijd 'vlaamse gaai' stond en nu inderdaad niet meer.
    Op Wikipedia staan deze vogels ook onder de zoekterm gaai, roodborst en winterkoning. De andere naam wordt als tweede genoemd of als 'ook wel'.

    Niet dat dit heel erg is, maar er is toch blijkbaar een afspraak of tendens onder vogelaars geweest die deze naamsverandering heeft bewerkstelligd. Ik vraag me af HOE

  6. Ingmar schreef:

    Ik heb een beetje gegoogled

    Op allevogels.nl vond ik:

    (Vlaamse) Gaai – Garrulus glandarius – Jay
    Herkomst: Europa
    Lengte: ongeveer 35 cm
    De vlaamse gaai is bij iedereen wel bekend, een aantal jaren geleden hebben ornithologen (vogelkenners) echter de naam veranderd in gaai, zonder enige toevoeging. Wij gebruiken de naam Vlaamse gaai omdat behalve het groepje "kenners" iedereen de vogel onder die naam kent.

    Op een andere site "De geraniums voorbij"
    http://www.albertputman.nl/site/taa/taa_gaai.html

    De Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) wil niets meer weten van de Vlaamse gaai. Hij heet officieel gaai.
    Wat er Vlaams aan is, wist ik eigenlijk ook niet. Het Woordenboek der Nederlandsche taal zegt, sprekend over de gaai: 'Ontleend aan ofr. gai, en zeker 't eerst in Vlaanderen gebezigd gelijk ook uit de benaming Vlaamsche gaai blijkt.'

  7. Maar dat alles betekent toch niets anders dan dat 'vogelkenners' onderling een afspraak hebben gemaakt? En wat zou dat? Daar hoeft niemand zich toch aan te houden?

  8. Anoniem schreef:

    '[…] dat de krant af en toe aandacht besteed […]'?

  9. Bart de Boer schreef:

    Hans Dorrestijn heeft hoe dan ook een gevoelige snaar geraakt. Als taalkundige weet ik dat geen centrale autoriteit de taal kan voorschrijven, als vogelliefhebber vind ik dat hij een punt heeft. Vogelnamen zijn ook een uitzonderlijk deel van de taal, omdat er enerzijds volksnamen zijn en er anderzijds een (min of meer wetenschappelijke autoriteit) is die zich weldegelijk met de naamgeving bezighoudt. De bovengenoemde Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna is waarschijnlijk de hoofdverantwoordelijke, en vroeger waren het de samenstellers van vogelgidsjes, waarvan Jac. P. Thijsse een van de eersten was.
    De volksnamen vind je in geen enkele vogelgids meer tegenwoordig, maar nog wel in het oudere "Zien is kennen" (mijn editie is uit ongeveer 1949, de eerste druk uit 1937). Bij elke veel voorkomende vogel staan daar wel drie-vier volksnamen. Dan is het logisch dat er door de vroege Nederlandse vogelaars en vogelbeschermers systematiek is gecreeerd om landelijk over vogels te kunnen communiceren zonder telkens Latijnse namen te hoeven gebruiken.
    Kennelijk werd er vroeger meer verkleind, maar niet heel systematisch: in mijn "Zien is kennen" staan bijvoorbeeld het roodstaartje (maar ook de kwikstaart) en het boomkruipertje (maar ook de boomklever). Interessant is dat het niet zo is dat er in de volksnamen meer verkleind wordt dan in de officiele namen. Zo staat er bij fratertje de onverkleinde volksnaam frijter maar bij kwikstaart de verkleinende volksnaam bouwmannetje. Het lijkt dus zeker niet zo dat er met het verdwijnen van de verkleinwoorden een volkse traditie wordt vernietigd, meer dat de namen er gewoon systematischer op worden.
    Op de website van de Nederlandse Ornithologische Unie is het tijdschrift "Limosa" online te doorzoeken vanaf de jaren '30. Daar is het ook meteen duidelijk dat de verkleinwoorden langzaam verdwijnen, en bijvoorbeeld voor "roodborst" altijd al optioneel waren: roodborstje komt enkel voor in 1935 en 1964, maar roodborst continu tussen 1932 en 2011. Aan de andere kant wordt "woudaapje" tot 1997 gebruikt, terwijl de eerste "woudaap" pas in 2005 opduikt (de gaai verliest overigens "Vlaamse" vanaf 1964). Tegenwoordig lijken alleen het bokje, het paapje en het stormvogeltje (misschien vergeet ik er een of twee?) hun verkleinwoord behouden te hebben. Zo'n geleidelijke omslag is typisch voor een spontane taalverandering, dus wat dat betreft lijkt het wel alsof de "officiele" naamgeving gewoon een taalveranderingsproces beschrijft, in plaats van voorschrijft.

    Oh ja, en voor "woudaap(je)" vond ik de volksnaam "woudhopje" – iets dat de beweging van deze vogel door het riet(woud) beeldend beschrijft. De tweede "w" wan wouwaap(je) lijkt mij dus niet origineel, maar eerder een schoolvoorbeeld van de "verzwakking" van medeklinkers zoals bijvoorbeeld ook gebeurt in rode – rooie. Zo lijken vogelnamen zich toch net als gewone woorden te gedragen.

  10. Ingmar schreef:

    Wel, zij hebben de namen veranderd en worden blijkbaar als de leidende autoriteit gezien, zodat bv. ook op Wikipedia die nieuwe benamingen nu boven de artikelen staan in plaats van de goede. Stel je voor dat ik op Wiki ook iets over deze vogel wil schrijven of toevoegen, dan zal ik wrs. op mijn vingers worden getikt: "nee, je mag geen vlaamse gaai meer schrijven, dat is fout! De CSNA zegt dat-ie officieel gaai heet, dus pas je artikel maar aan, anders komt het er niet op".

    Dat heeft de CSNA dus gedaan, en dat hebben ze helemaal niet aan ons (Hans Dorrestijn en mij) gevraagd! Schande!

  11. Het lijkt er dus op dat men alle verkleinvormen uit de 'officiële' namen schrapt, behalve als ze een distinctieve functie vervullen.

    Bij stormvogeltje is de verkleinvorm noodzakelijk ter onderscheiding van de stormvogel – een andere familie. Ook bij bokje kan ik me zoiets voorstellen. Het gevaar dat men deze vogel verwart met een geitenbok lijkt me niet groot, maar het is toch niet fraai als twee dieren dezelfde naam hebben.

    Als zoon van een vogelkundige nog even een persoonlijke duit in het zakje: roodborst vind ik heel normaal, al kan roodborstje natuurlijk ook. Winterkoning kan eventueel wel, maar voor mijn gevoel is winterkoninkje de normale vorm. Woudaap klinkt mij heel erg vreemd in de oren. Daarentegen zou ik nooit boomkruipertje zeggen, dat beest heet voor mij boomkkruiper.

    Het schrappen van 'Vlaamse' in Vlaamse gaai vind ik vreemd. We hebben nu het geslacht der Gaaien met als soorten de gaai, de strepengaai en de purpergaai. Niet erg fraai.

  12. Ingmar schreef:

    Het roodborstje is natuurlijk door het liedje waarin het tegen 't raam tikt bij de meesten bekender en vertrouwder in zijn diminutieve vorm. En de naam winterkoning klinkt veel te groot voor het kleine wezentje dat in onze tuinen rondhipt. Bij de gaai deed de toevoeging vlaamse recht aan het bourgondische uiterlijk van dit dier.
    Dat zal bij de benamingen van deze gevederde vriendjes misschien de weerstand verklaren tegen de recente 'verbeteringen' ('verslechteringen' zou ik eerder zeggen)

Reacties zijn gesloten.