Klankencyclopedie van het Nederlands (14): [ɣ]

[ɣ] De [ɣ] maak je door de achterkant van je tong op te tillen tot hij dichtbij het zachte verhemelte komt – niet dichtbij genoeg om de uitstromende genoeg helemaal te blokkeren (dan maak je een [k]), maar dichtbij genoeg om de lucht flink te laten wervelen. Dat wervelgeluid levert de [ɣ] op, de klank die in het schrift meestal wordt weergegeven met de letter .

Althans, strikt genomen is ook nog nodig dat je de stembanden laat trillen tijdens het uitspreken van die klank. Dat lukt alleen wanneer je je tong niet al te ver naar achteren plaatst. Je krijgt dan een zachte g, zoals het volgende filmpje laat zien:

Dit filpmje (het speelt op halve snelheid) toont een doorsnede van de mond, alsof deze overlangs is doorgesneden (het mes ging recht door de kaak en tussen de voortanden door). De witte streep is de rug van de tong, de groene streep geeft aan waar het gehemelte zit. De lippen zitten rechts. Overigens is de spreker hier duidelijk geen Nederlandstalige, de klank is net iets anders dan enige Nederlandstalige hem zou maken, maar het is een goede benadering van een zachte g. (Ik heb eerder geschreven over deze techniek.)

Mensen met een zachte g, maken vaak nog verschil met de klank die als ch geschreven wordt: voor hen rijmen vlaggen en lachen niet op elkaar, en klinken gloor en chloor niet hetzelfde. Het verschil is dat de klank die met ch correspondeert (fonetisch geschreven als [x]) stemloos is:

Een harde g wordt meer achterin de mond gemaakt. Om mechanische redenen is het dan heel moeilijk om tegelijkertijd de stembanden te laten trillen. Het geruis van de g-klank geeft teveel turbulentie. (Bovendien zou een eventuele trilling van de stembanden door datzelfde geruis, dat door de hele mondholte versterkt wordt, ook nog eens lastig te horen zijn.)

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

10 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (14): [ɣ]

  1. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Wordt er door Nederlanders – buiten de bekende zuidelijke gebieden met palatale zachte g, dus een andere klank dan de [ɣ]- nog wel onderscheid gemaakt tussen g en ch in de inlaut? Volgens mij zegt vrijwel iedereen chloor, ook waar ze gloor schrijven. En waarschijnlijk ook choor ipv goor.

  2. musiqolog schreef:

    "Mensen met een zachte g, maken vaak nog verschil met de klank die als ch geschreven wordt: voor hen rijmen vlaggen en lachen niet op elkaar, en klinken gloor en chloor niet hetzelfde."

    Hohohohoho! Ik ben ik de Randstad geboren, ik heb een harde g, maar ik maak dat verschil ook! [vlɑɣə(n)], [lɑxə(n)]; [ɣlo:r], [xlo:r]. Al mijn g's worden achter in de keel gevormd, maar ik maak heel duidelijk verschil in articulatie! Het onderscheid tussen een harde en zachte g zit toch niet in het al dan niet uit elkaar houden van twee klanken? Mensen met een zachte g zeggen [vlɑʝə] en [lɑçə].

  3. Ingmar schreef:

    Er zijn niet zoveel mensen die vlache -of beter gezegd: flache- zeggen, ook randstedelingen spreken tussen klinkers wel een g uit. Maar aan het begin van een woord denk ik niet dat je gloor zegt, maar chloor.

  4. Frans schreef:

    'Buiten de bekende zuidelijke gebieden met palatale zachte g …' klinkt ongeveer als: een te verwaarlozen minderheid. En dat terwijl het zachte g-gebied vanaf het zuiden van de provincies Utrecht en Gelderland tot aan de taalgrens met het Frans reikt. Ofwel: ongeveer de helft van de Nederlandstaligen heeft een zachte g.

  5. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Beste Frans, dat klinkt niet zo maar jij vat het zo op.
    Ik vroeg me in mijn reactie gewoon af of Nederlanders nog onderscheid tussen g en ch in de inlaut (het begin van een woord) maken. Het gaat over de [ɣ], die wordt in het zuiden helemaal niet gebezigd, evenmin als de [x], dus zachte g-sprekers waren hierbij automatisch uitgesloten.
    De zachte of palatale g en ch zijn andere klanken, maar mensen die deze uitspreken zijn vaak wel Nederlanders, (voor)namelijk uit het zuiden, vandaar dat ik dit zo schreef.
    Overigens vind ik zachte geeërs absoluut geen te verwaarlozen minderheid, maar daar gaat het hier nu dus sowieso niet om.

    Ik wist niet dat zij soms een minderwaardigheidscomplex hadden hierover, daar heb ik in mijn tientallen jaren in Brabant en Zuid-Gelderland nooit iets van gemerkt. Of dat moet in Limburg anders zijn, daar heb ik zelf geen ervaring mee, Frans…

  6. Frans schreef:

    Beste Ingmar,
    Goed te horen dat ik het verkeerd heb begrepen. Maar het is niet zo dat mijn opmerkingen voortkomen uit een "minderwaardigheidscomplex". Maar ze zijn er wel degelijk, zuiderlingen die zich met opzet een harde g hebben aangemeten. Verder moeten aankomende acteurs op de toneelschool hun zachte g afleren. Natuurlijk moet een acteur verschillende accenten kunnen hanteren, maar je hoort nooit een acteur zijn harde g moet afleren. Dat zegt toch wel iets over de verhoudingen in Nederland.

  7. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Natuurlijk zijn er zuiderlingen die hun g verhard hebben, bijvoorbeeld Brabanders die in Amsterdam of Leiden ofzo zijn gaan studeren. Of zoals mijn vrouw die de hare inderdaad op de toneelschool van Utrecht achterliet, terwijl ze nog wel in Eindhoven woonde.
    Ik weet niet of dat nu nog zo gaat, en of dat ook op de toneelschool van Maastricht überhaupt ooit zo was.
    Er zijn tegenwoordig genoeg mensen op TV enz. die rustig hun zuiderse accent behouden, denk aan Yvon Jaspers of Twan Huys.

    Er zijn ook mensen die soms de ene, soms de andere uitspraak bezigen. In grensstreken tussen harde en zachte g, zoals hier in de omgeving van Arnhem, hoor je dat vaak, of zelfs leden van één gezin die verschillende g's gebruiken.

    Zelf kom ik uit een van de weinige gebieden waar de g nog stemhebbend wordt uitgesproken aan het begin van een woord, als [ɣ] dus niet als ch [x]. Maar toch ben ik later naar de [x] overgestapt, omdat we aan het begin van mijn basisschooltijd verhuisden naar een andere streek.
    Studeren heb ik in Eindhoven gedaan, en daar heb ik deels en soms de zachte g en ch gebruikt, afhankelijk van met wie ik sprak, bv. als ik met mijn collega's op bijbaantjes als schoonmaakwerk of in een fabriek praatte, die meestal half of geheel het Brabants dialect gebruikten. Dat deed ik dan om niet teveel als buitenstaander uit de toon te vallen, denk ik, maar ook uit een soort solidariteit en me zo goed mogelijk verstaanbaar willen maken. Net zoals ik bepaalde Brabantse steekwoorden als 'houdoe' overnam.
    Dus misschien zijn zuiderlingen die de harde g gebruiken als ze zijn verhuisd naar 'het noorden' – het westen dus- ook wel gewoon sociaal(vaardig)…

  8. Gert Loosen schreef:

    Waarvoor dank.

  9. Peter Nieuwenhuijsen schreef:

    Zijn 'juichen' en 'buigen' woorden die perfect op elkaar rijmen? Thát is the question. Bij mij rijmen ze niet, hoewel ik me er verder niet van bewust ben onderscheid te maken tussen g en ch.

    En dan is er die (Nederlandse) nieuwslezeres, ik meen Renate Evers. Zij spreekt geregeld de g zo uit dat het mij ietwat pijnlijk lijkt (ik ken er meer die dat doen, maar die kunnen niet zo gemakkelijk door iedereen worden beluisterd.) Ik heb het nog niet onderzocht, maar zou zij nu alleen bij de ch zo'n akelig keelgeluid maken?

  10. Taalprof schreef:

    Bij het gegeven voorbeeld 'lachen' en 'vlaggen' heb je nog de extra eigenschap dat ze allebei als zwakke werkwoorden op te vatten zijn, met een verschillende vervoeging: 'lachte' en 'vlagde.' Ook dat zou een basis kunnen zijn van een verondersteld onderliggend verschil, zelfs al zou dat aan de oppervlakte niet gevoeld worden.

Reacties zijn gesloten.