De activiteiten van uitgeverijen op sociale media worden steedsHet valt me op dat uitgeverijen op de sociale media steeds meer berichten plaatsen dieHet lijkt niet onmogelijk dat sociale media de Nederlandse uitgeverijen in toenemende mate verlokken tot
Ik weet niet hoe ik het netjes moet zeggen. Het effect, laat ik het daar dan op houden, zou te omschrijven kunnen zijn als: stupéficatie. Of, iets alledaagser: ik zit werkelijk met mijn bek vol tanden en plaatsvervangende schaamte te kijken naar wat Nederlandse uitgeverijen op het internet en dan speciaal via sociale media weten te vertonen. Ik doel hier niet op de inerte, petrosauriërachtige appdie Van Oorschot heeft laten ontwikkelen voor de Ipad van mijn gade, maar meer in het bijzonder op een tweet en een Facebook-bericht van twee andere huizen.
Allereerst de schaamteloze ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’-opmerking van Atlas Contact, dat steeds maar weer probeert duidelijk te maken dat Pier en oceaan van Oek de Jong toch echt werkelijk heus een onnavolgbaar meester werk, sterker nog: een magnum opus is, was het niet omdat het zo dik is (de getallen lopen uiteen van 800, via 8003 en 804 tot zelfs 832 bladzijden), dan wel omdat de schrijver er zo lang over gedaan heeft om het uit zijn vulpen te wringen, op 23 oktober 2012 door middel van een tweet, die luidde: ‘Horen waarom ‘Pier en oceaan’ @AtlasContact zo goed is? Alle optredens van Oek de Jong: http://bit.ly/XOl4aD’. De veronderstelling dat een auteur kan uitleggen dat zijn/haar eigen roman (zo) goed is, gaat voorbij aan de breed gedeelde aanname dat iedere lezer zelf wel kan uitmaken of hij/zij vindt dat een roman kwaliteiten heeft die ertoe doen, of anders probeert af te gaan op het voorsorterende oordeel van gerespecteerde critici, zoals het ook de puddingeters zijn die proeven of ze te pruimen is, en nietde puddingbakker zelf; die laatste kan hooguit vertellen hoe het product in elkaar geknutseld is en wat hij/zij ermee beoogd heeft.
Ten tweede de enthousiaste aankondiging van een heel filmpje (nieuw medium!!) over ‘Thomas Rosenboom en Paul van drukkerij/binderij Wilco bij de band met de gebonden exemplaren, 24 oktober 2012’. Dit spektakel van maar liefst tweeëndertig seconden laat de voornoemde heren even zien, hun fenomenale dialoog wordt ruimschoots overstemd door een machine van de drukkerij/binderij, terwijl de camera zwenkt naar…. voorbijschuivende boeken. Echt waar: boeken op een lopende band, niet als in: tijdens de productie of zo, nee: op een transportband, richting doos, denk ik. Dus: uit het onbekende in het onbekende, want wat er daar en dan met die boeken gebeurt is voor de gewone lezer in nevelen gehuld. Maar ja, het zijn echte boeken die voorbij komen, gebonden exemplaren! Ik kan niet wachten het ene exemplaar dat ik daar zag, dat op 24 seconden, dat er een beetje eenzaam bij lag, te kunnen lezen nu ik dit gezien heb.
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , . Bookmark de permalink.