Plat praten in de Fabeltjeskrant

Doordat Ger Smit een paar dagen geleden overleed, stond De Fabeltjeskrant de laatste dagen weer in de belangstelling. Smit nam in die serie de stemmen van onder andere Gerrit de Postduif, Bor de Wolf, Lowieke de Vos, Meneer de Raaf, Meindert het Paard en Ed Bever voor zijn rekening.

Arjen Fortuin lanceerde in zijn column van vrijdag de Bor de Wolf-prijs. Bor was volgens Fortuin ‘de meest tragische literaire figuur uit de naoorlogse televisiegeschiedenis’. Onder mijn generatiegenoten op Facebook zoemde het vervolgens van nostalgie. Wat was die serie toch prachtig, en cultureel en wat was het moeilijk voor te stellen dat zoiets nu nog gemaakt zou worden.

Ook voor mij roept de stem van meneer de Uil herinneringen op aan natte haartjes en nog éven opblijven. Een van de eerste leesherinneringen die ik heb is de aankondiging van De Fabeltjeskrant in de Varagids. Maar nu ik wat afleveringen op YouTube keek, zag ik vooral wat de serie had gedaan voor de opvattingen over taalvariatie in Nederland.

In De Fabeltjeskrant spreekt ieder personage met een eigen accent. Sommige ervan zijn sociaal – Meindert het Paard spreekt bekakt, en juffrouw Ooievaar probeert het. De meeste ervan zijn regionaal, en dat betekent eigenlijk altijd iets. De gebroeders Bever – harde werkers – spreken Rotterdams, Piet de Pad – de patatman – plat Utrechts en de volkse Gerrit de Postduif spreekt Amsterdams – dat is vermoedelijk ook nog een allusie op het liedje ‘Duiffies, duiffies, kom maar bij Gerritje’ dat Leen Jongewaard in het Amsterdams zong.

Opvallend is dat de accenten bijna allemaal uit de Randstad kwamen. De belangrijkste uitzondering is Momfer de Mol, die Limburgs spreekt en dan ook door de andere personages regelmatig verkeerd wordt verstaan. Ook toen er in de jaren tachtig en negentig een tweede serie afleveringen gemaakt werd, kwamen er wel ‘multiculturele’ dieren bij met buitenlandse accenten, maar géén stemmen uit het noorden, of uit Zeeland of Brabant.

Het Dierenbos was waarschijnlijk een van de eerste Nederlandse kinderseries waarin geloofwaardige accenten werden gebruikt – waar kwam Swiebertje bijvoorbeeld vandaan? – maar het bleef onderdeel van de Randstad.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

7 reacties op Plat praten in de Fabeltjeskrant

  1. Jessica Hummel schreef:

    De gebroeders Bever hebben ieder een ander accent. Willem Amsterdams en Ed Rotterdams.

  2. Krupke schreef:

    Swiebertje kwam uit Oudewater. Daar althans staat zn standbeeld.

  3. AdR schreef:

    Greta de Koe sprak toch Gronings?!

  4. advanderzee.com schreef:

    Isadora Paradijsvogel had ook een apart accent, niet zozeer regionaal, maar sociaal: de verlepte diva.
    Bor had later verkering met een buitenlands vosje, ik ben haar naam kwijt, maar ze had een stevig doch charmant Frans accent.

  5. Leon Krijnen schreef:

    Joop Doderer is geboren in Velsen, heeft wel iets Haarlems.

  6. RHCdG schreef:

    Mooi stuk. Hoe een bovenliggende partij minderheden in het discours wel als principe toestaat maar in de praktijk de eigen dominantie en zelfgenoegzaamheid niet werkelijk prijsgeeft. Was de Fabeltjeskrant niet ook van de Vara?

  7. Maurice Dumont schreef:

    Momfer de Mol was uiteraard een Limburger… Hij was immers een verkapte mijnwerker…

Reacties zijn gesloten.