Klankencyclopedie van het Nederlands (13): [i]

[i] De [i] maak je door de voorkant van je tong op te tillen – zo hoog dat het puntje bijna het verhemelte vlak achter de tanden raakt. De [i] is daarom een van de drie punten van de klinkerdriehoek – de andere zijn de [a] en de [u]. (In het eerstgenoemde stukje vertel ik nog wat meer over de klinkerdriehoek.)

Als je na een [i] een andere klinker plaatst, voeg je als spreker van het Nederlands een [j] in: p[ij]ano, Ch[ij]os, p[ij]oen. Die [j]-klank lijkt heel sterk op de [i], en is eigenlijk niet veel anders dan een nog nét iets engere vernauwing die ook nog iets korter duurt.

Er is een uitzondering: wanneer er twee [i]’s naast elkaar staan, komt er geen [j] tussen. De kroongetuige daarvoor is het woord Shiiet: dat wordt niet uitgesproken als Sh[ij]iet. Waarom is dat?
De reden is waarschijnlijk dat [j] en [i] teveel op elkaar lijken. Er is in het Nederlands geen enkel woord dat met [ji] begint – terwijl woorden wel met [jɪ] kunnen beginnen (jicht). Zo beginnen er ook geen woorden met wuu (behalve de plaatsnaam Wuustwezel) omdat [w] en [y] ook op elkaar lijken.

Van de [i] bestaan in veel dialecten twee varianten: een korte en een lange. De lange variant ontbreekt bijna geheel in de standaardtaal. We vinden hem alleen in bepaalde leenwoorden in team (dat in de uitspraak van de meeste Nederlandstaligen niet precies rijmt op riem) en voor de [r]: de ie in lier, pier en kier is duidelijk langer dan die in lied, Piet en kiet.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

8 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (13): [i]

  1. Cees Krottje schreef:

    Ik zou hier toch een kanttekening bij willen plaatsen (aangaande de Nederlandse realisatie van /w/ ofwel [ʋ]). Ik denk dat de relatieve afwezigheid van /wy/ (als in meer gebaseerd is op toeval dan op fonetische vergelijkbaarheid – [w] en [u] daarentegen (als in het Engelse 'to woo') zijn hier natuurlijk wel een goed voorbeeld van.

  2. Cees Krottje schreef:

    Oei! Tekst is verdwenen in m'n vorige stukje – ik had na /wy/ geschreven: (als in 'Irene Wüst')…

  3. Maar 'woe' komt natuurlijk juist wel voor (woest, zwoerd, zwoegen, woelen, …)

  4. Cees Krottje schreef:

    Ja, maar ik doelde dus op het verschil tussen de Nederlandse realisatie van /w/ (een fricatief) en de Engelse realisatie van /w/ (een approximant). Om die reden vond ik de vergelijking met de cluster [ji] in het Nedeerlands niet echt goed opgaan, aangezien de /j/ in het Nederlands ook als approximant gerealiseerd wordt, maar de /w/ meestal niet (althans niet aan het begin van een lettergreep, zoals in "Wuustwezel", tenzij uitgesproken door een Vlaming…)

  5. Mijn idee is dat de preciese wijze van articulatie er in deze minder toe doet dan de plaats van articulatie: /ʋ/ (want daar hebben we het natuurlijk over) lijkt meer op de /y/ dan op de /u/ in dezen.

  6. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    C.K.: "Wuustwezel" wordt natuurlijk meestal door Vlamingen (en Brabanders)uitgesproken 😉 Het is echter geen (Standaard-)Nederlandse naam, evenmin als Wüst.

    -Hedendaagse Nederlandstaligen hebben niet minder moeite met de uitspraak van wuu dan van woe. De wu-schuwheid gaat dus wellicht op een ouder taalstadium terug. In veel dialecten komt wu trouwens net zo vaak of vaker voor dan woe.
    In de Scandinavische talen wordt de w voor o/u etc. juist weggelaten: olv = wolf, ull = wol, ord = woord etc. en de bekendste: Odin = Wodan (ons "woede").

  7. Ingmar schreef:

    Correctie:
    hebben niet MEER moeite met de uitspraak van wuu dan van woe

  8. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Trouwens, we hebben het nu steeds over de w gehad maar dit artikel gaat over de i.
    Ik heb de indruk dat zowel in het Fries als vooral ook in het Surinaams-Nederlands de j ook als een halfvocaal kan worden uitgesproken: ia ipv ja, iou ipv jou enz. Dus dan is er niet alleen een Surinaamse w, maar ook een Surinaamse j, maar deze laatste is in sterke tegenstelling tot de eerste geheel onbekend.

    Ook interessant is de uitspraak van de j als dj in het Afrikaans van de Kleurlingen: djy djaag al djare op djonge djoffers (jij jaagt al jaren op jonge juffers) en als dj of zj in het Nedersaksisch van bijvoorbeeld de Duitse stad Hamburg (ook in het Missingsch, het Duits-Nedersaksische mengdialect dat het Platt meestal heeft vervangen).

Reacties zijn gesloten.