Klankencyclopedie van het Nederlands (11): de [ŋ]

[ŋ] De [ŋ] (geschreven ) maak je door de achterkant van je tong tegen je verhemelte te houden (op dezelfde plaats waar je een [k] zou maken) zodat de lucht er niet door kan. Door tegelijkertijd de doorgang naar je neusholte open te houden, stroomt de lucht door de neusgaten naar buiten.

De [ŋ] kan van alles niet. Aan het begin van een woord staan bijvoorbeeld: er is geen Nederlands woord dat met die klank begint (ngal of zoiets).

Ook na een lange klinker kan hij niet staan: lang, eng, zong bestaan wel, maar laang, eeng, zoong niet. Sterker nog, die woorden klinken beslist on-Nederlands. (Laang komt nog wel in sommige dialecten voor; daarover een andere keer.) Bovendien kan [ŋ] ook niet voor een klinker staan, behalve voor een sjwa: tango spreek je uit als [tɑŋgo] of eventueel als [tɑŋɣo], maar niet als [tɑŋo]; je hebt wel bengel, angel, wrongel.


De meeste van die eigenaardigheden kun je historisch verklaren. Zoals de spelling al aangeeft, bestond [ŋ] ooit uit twee medeklinkers: een [n] en een [g] (de klank van goal). Een vergelijkbare groep medeklinkers als rg kan nog steeds niet aan het begin van een woord staan (rgal), en wel na een korte klinker (berg) maar niet na een lange (beerg). (Het enige verschil is dat rg wel voor alle soorten klinkers kan staan (ergo, erge), dus waarom [ŋ] dat niet kan, moet dus op een andere manier begrepen worden.)

Op de een of andere manier zijn die eigenschappen van [ŋ] ook in het systeem gekropen. Dat zie je aan de dialecten. In het Antwerps is bijvoorbeeld de [n] aan het eind van het woord na een lange klinker veranderd in een [ŋ]: zoon werd [zoŋ]. Belangrijk daarbij is dat de klinker tegelijk verkortte. Hoewel die Antwerpse [ŋ] niets met ng te maken heeft, kan hij toch niet na een korte klinker staan.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

10 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (11): de [ŋ]

  1. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Die gevelariseerde n, zoals nu nog o.a. in het Antwerps voorkomt, zou daar een tussenstap van genasaliseerde n voor hebben bestaan?
    zoon > zoo~ > zoong

    Tango, bingo etc.: volgens mij zeggen alleen mensen in Nederland die normaal een zachte g hebben [tɑŋɣo] en [beŋɣo], de rest [tɑŋgo] en [beŋgo] met de Engelse g. Evenals Brabanders ook de woorden goal en Montgommery vaak met hun zachte g uitspreken, terwijl de rest van Nederland niet (snel) chaol en Montchommery zal zeggen.

  2. Andre Engels schreef:

    In de vergelijking tussen ng en rg voor medeklinkers, denk ik dat het van belang is je te realiseren dat er hier sprake is van een tweestapsproces – wellicht niet chronologisch, maar in elk geval taalkundig. In de eerste stap wordt de [n] vóór een [k], [g], [x] (ch) of [ɣ] uitgesproken als [ŋ]. Stap 2 is dat de [ŋg], [ŋx] en [ŋɣ] combinatie tot een enkele [ŋ] samensmelt. Het is (alleen) deze tweede stap die voor een klinker anders dan een schwa (of zou het zijn voor een beklemtoonde klinker?) niet plaatsvindt.

    Een nog niet genoemd verschijnsel betreffende de [ŋ] is dat het de klank van een voorgaande e of i verandert van [ɛ] of [ɪ] in (als ik het systeem goed begrijp) [e].

  3. Ingmar schreef:

    Andre, het klopt dat als er andere klinker dan sjwa op de ng volgt deze consonantencluster als ng-g kan worden uitgesproken.
    Geldt ook voor van oorsprong Friese namen, bijvoorbeeld Pottinga of Vellenga die in het Nederlands als Pottin-ga en Vellen-ga (met Nederlandse g) worden uitgesproken. In bepaalde Nedersaksische dialecten wordt dit dan weer vereenvoudigd tot -ige: vertellige uit vertellin-ge, en in het Oost(?)Vlaams zegt men volgens mij iets van vin-ger (vinher). In Drenthe zeggen we ook jong-gien en ding-gien, maar dat komt dan door de verkleiningsuitgang -gien die achter jong en ding worden geplakt.

  4. Ingmar schreef:

    Andre, wat bedoel je trouwens met dat de [ɛ] of [i] door de ng in [e] veranderen, kun je een voorbeeld geven? Bedoel je bv. bringen => brengen, of heb je het over een bepaald dialect?

  5. Andre Engels schreef:

    Wat ik bedoel is de klank van de e in 'eng', vergeleken met die in 'en', 'es' of 'ek' (of een andere vervolgmedeklinker met uitzondering van 'el'). Dat is eigenlijk een heel andere klinker, meer in de buurt van een ingekorte ee dan een echte e. Met de i is dat nog duidelijker, de i in 'ing' zit heel dicht bij de e in 'eng', maar ver van de i in 'in' of 'ik'.

  6. Ingmar schreef:

    Aha, dus dan spreek je jouw eigen naam als Ingels uit en de mijne als Engmar? 😉
    Zelf herken ik dit verschijnsel eerlijk gezegd niet, is het wellicht specifiek voor een bepaalde regio?

  7. Grytolle schreef:

    De Antwerpse vorm is eigenlijk wel zeun (-> zöng)…

    Interessant aan het Antwerps is dat ge in de platste uitspraak de korte klinkers voor ng systematisch door de lange tegenhangers vervangt:

    hond -> hoŋd -> hooŋd (uitgesproken min of meer als "haungt")
    zeun -> zöng -> zeung (uitgesproken min of meer als "zuing")

    "Die gevelariseerde n, zoals nu nog o.a. in het Antwerps voorkomt, zou daar een tussenstap van genasaliseerde n voor hebben bestaan?
    zoon > zoo~ > zoong"
    Hier is al eens een dergelijke theorie geopperd: http://www.antwerps.be/forum/topic/254

  8. Ingmar schreef:

    Ha, heel boeiend dat dit forum helemaal op z'n Antwerps is!
    Trouwens, hier zie ik toevallig ook in de praktijk mijn theorie bevestigd (beschreven onder het stukje "monniken en notarissen") dat het suffix -lijk toch niet met een sjwa wordt uitgesproken in alle Vlaamse dialecten, want ik zie hier zo al "onmeugelak", "worschijnlak", "gelijdelak" staan op één bladzijde.
    Het zal misschien wel vloeken in de kerk zijn, maar zou die nasalisatie door Franse invloed kunnen worden verklaard?

  9. Ingmar schreef:

    Ik heb nog een stukje op de Zeeuwse Wikipedia gevonden, waaruit blijkt dat men op Zuid-Beveland ook -ege zegt voor het NL -ing, dus verkerege = verkering, slutege = sluiting, precies zo als ik hierboven voor bepaalde Nedersaksische dialecten beschreef : vertellige = vertelling.
    In beide gevallen kan men hier de tussenstap -ing-ge aannemen sluting-ge => sluti~-ge => slutige

    "…De g klienkt op Zuud-Beveland meschien nog wè zwakker, meêr h-achteg, as ergest aors in Zeêland… D'n uutgang bie abstracta van werkwoorden is -ege (tegenover -ienge, dus verkerege, slutege)…"

  10. Ingmar schreef:

    Trouwens, nog een leuk ng-weetje voor de echte taalgekken:
    in de uitspraak van het Hebreeuws vroeger door de Sefardische (Portugese/Spaanse) in Nederland werd de letter ajien wel als ng
    uitgesproken. In de Askenazische (Duitse/Jiddische) uitspraak was de ajien een glot-inslag, net als in het Ivriet (modern Hebreeuws/ Israelisch) het geval is, of gewoon stom. In het Arabisch heeft de typisch Semitische `ayn nog zijn oorspronkelijke uitspraak behouden.

Reacties zijn gesloten.