Is het een vloek?

De Bond tegen het vloeken is vermoedelijk een van de vermogendste taalorganisaties ter wereld. De Bond is bekend van de affiches op de stations waarin er ten overvloede op wordt gewezen dat vloeken ‘aangeleerd’ is, maar bedenkt nog steeds af en toe iets nieuws. Zo kwam hij deze maand met geheel nieuwe campagnes.

Intrigerend daarbij is onder andere dat de bond zijn naam verandert en voortaan door het leven wil gaan als Bond tegen vloeken (dus zonder het lidwoord het voor vloeken). Ik heb geprobeerd te vinden waarom de bond dat wil, maar ik kan het nergens vinden. Heeft het bestuur ontdekt dat het soms ook als een obsceen woord kan worden gebruikt (ze doen het in de bosjes).

Ik vrees dat de Bond lijdt aan de ziekte die vereist dat alles van tijd en wijlen moet veranderen. Om te laten zien dat je nog heus wel bij de tijd bent, verander je de naam. Bond tegen het vloeken is natuurlijk een onberispelijke naam, die precies beschrijft wat de bond drijft. Bond tegen vloeken betekent bijna hetzelfde.

Er is een klein verschilletje; onder de nieuwe naam zou je de naam ook kunnen begrijpen als gericht tegen individuele vloekwoorden en niet zozeer tegen de activiteit van het vloeken. Maar dat lijkt me een onzinnige nieuwe nuance. Hoe kun je nu tegen het bestaan van woorden zijn! Je kunt je hooguit richten tegen hun gebruik, maar dat zat nu juist ook al in de oude naam.

Daarbij ziet de Bond, vrees ik, ook over heel veel modern psychologisch en taalkundig onderzoek naar vloeken over het hoofd. (Hier staat een aardige samenvatting.) Uit dat onderzoek blijkt dat taboewoorden een bijzondere plaats hebben in de hersenen en/of in de menselijke geest, en dat het misschien van alle taalgedrag misschien wel het minst duidelijk is ‘aangeleerd’. Ze zitten letterlijk ergens anders opgeslagen in ons hoofd; je zou kunnen zeggen op een primitievere plaats. Het is precies het taboekarakter dat ze opluchtend maakt voor mensen. Zonder taboe is er geen reden om een vloekwoord te gebruiken.

De Bond wijst er zelf overigens in het hierboven aangehaalde persbericht op dat inderdaad mensen die helemaal geen relatie met God hebben, ook minder gaan vloeken. Dat wil de Bond nu ook weer niet, natuurlijk: het bestuur bestaat uit uitsluitend zeer vrome lieden die iedereen toewensen dat ze juist wel in God geloven. Maar in dat geval is de Bond tegen vloeken dus eigenlijk juist voor vloeken, het is alleen tegen het gebruik van vloeken. Daarom zou hij zich beter Bond voor vloeken en tegen het vloeken kunnen noemen.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.