Eraan zijn verknocht

(door Jan Stroop)

Journalisten hebben de gewoonte om in een bijzin ’t voltooid deelwoord achteraan te zetten: en dat een tweede is gearresteerd (Volkskrant, 7 aug. jl.). Ze doen dat ook bij meerledige werkwoordsgroepen in hoofd- en bijzin: maar dit kon maandag niet worden bevestigd OF dat beter in kaart moet worden gebracht OF dat 22 kappers moeten worden opgeleid. (alle: Volkskrant, idem). Ze doen dat omdat ze denken dat dat beter is of ze denken helemaal niet, maar volgen gedachteloos wat ze door collega’s aangepraat is.

Dat levert gekunstelde bouwsels op als deze krantenkop: Assange zou als held moeten worden geëerd (Volkskrant, 4 dec. 2010), met de strekking waarvan ik ’t overigens wel eens ben. Ook grammaticaal niets op aan te merken, maar voor iemand met gevoel voor cadans en ritme, is ’t storend of, zoals Vondel ’t formuleerde: “ons oor wraeckt dat geluit; eenen valschen klanck, die de muzijck der tale bederft” (1650).

Onderzoek op basis van ’t Corpus Gesproken Nederlands wees uit dat spontane sprekers in meerderheid (63%) de volgorde gearresteerd is gebruiken. Bij grotere werkwoordsgroepen wordt ’t voltooid deelwoord zelfs in 90% van de gevallen voorop gezet.

De journalisten-volgorde is gearresteerd heet in de taalkunde de rode volgorde, de omgekeerde: gearresteerd is, is de groene volgorde. Die benamingen komen van de kleur van de symbolen waarmee A. Pauwels (in 1953) de twee volgordes op haar dialectkaarten weergaf.

Dat zweren bij de rode volgorde levert ook zinnen op als deze: “Dat Nederland totaal niet is voorbereid op een cyberaanval”. Die zin voelt ongrammaticaal aan. Dat komt doordat voorbereid hier adjectivisch gebruikt is; ’t kan vervangen worden door bijvoorbeeld gereed(vgl. “Dat Nederland totaal niet is gereed voor een cyberaanval”). Het geheel is dus een naamwoordelijk gezegde en in een naamwoordelijk gezegde staat de persoonsvorm nu eenmaal achter het naamwoordelijk deel. Maar kennelijk voelt niet iedereen dat zo, anders had de zin niet geschreven kunnen worden; hij is van Arnon Grunberg (Volkskrant, 7 aug. jl.).

 Naar de rode en groene volgorde bij werkwoordelijke gezegdes, in schrijf- en spreektaal, is al veel onderzoek gedaan, maar de naamwoordelijke gezegdes zijn meestal buiten beschouwing gebleven. Toch is dat een interessant object, omdat de keuze van de werkwoordsvolgorde iets zegt over hoe een bepaald woord ervaren wordt , als naamwoordelijk of als werkwoordelijk. D at is goed te zien aan de verschillen die er bestaan tussen geschreven en gesproken taal, tussen bijvoorbeeld de taal in de Krantenbank (LexisNexis), de database van alle Nederlandse dag- en weekbladen vanaf ca. 1995, en die in ’t al genoemde Corpus Gesproken Nederlands(CGN), een database van 1000 uur gesproken Standaardnederlands uit ca. 2000.

Dit heb ik gevonden bij gezegdes met een als naamwoordelijk deel gebruikt voltooid deelwoord:

Overtuigd
Krantenbank (alle data)
Ervan overtuigd zijn 2236 98,7% Groene Volgorde
Ervan zijn overtuigd 30 1,3% Rode Volgorde
CGN
(bijzin) overtuigd + PV 44 100% G
(bijzin) PV + overtuigd 0
Geïnteresseerd
Krantenbank (over 2 jaar, omdat ‘alle data’ te veel hits oplevert)
(bijzin) geïnteresseerd zijn 1715 95% G
(bijzin) zijn geïnteresseerd 86 5% R
CGN
Bijzin: geïnteresseerd + PV 109 100% G
Bijzin: PV + geïnteresseerd 1 <1% R
Getrouwd
Krantenbank (over 2 jaar, idem)
..…jaar getrouwd zijn 433 84% G
..…jaar zijn getrouwd 84 16% R
CGN
.…..jaar getrouwd + PV 14 100% G
.…. jaar + PV + getrouwd 0
Voorbereid
Krantenbank (alle data)
Niet voorbereid zijn 101 49% G
Niet zijn voorbereid 105 51% R
CGN
Voorbereid + koppelww 33 92% G
koppelww. + voorbereid 3 8% R

Conclusie: in gesproken Nederlands (CGN) komt de rode volgorde bij dit type gezegde vrijwel niet voor. Bij de Krantenbank wel, in wisselende percentages. Weinig bij ’n deelwoord als overtuigd, meer bij getrouwd. Waarschijnlijk omdat ’t adjectief getrouwd semantisch dicht bij ’t voltooid deelwoord ligt. Vergelijk dat ze gisteren getrouwd is metdat ze pas twee jaar getrouwd is. Iemand die eraan verknocht is om alles wat een voltooid deelwoord is op ’t eind te zetten, loopt de kans dat ook te doen bij dat tweede voorbeeld: dat ze pas twee jaar is getrouwd. En nog eerder als zo’n tijdsbepaling ontbreekt: “de Ideale Man, die met de Ideale Vrouw is getrouwd” (column, OVT, 9 september jl.).

Die neiging blijkt nog veel sterker bij voorbereid, met 51% rode volgorde, een aanwijzing dat dat woord gemakkelijk met ’t werkwoord gassocieerd wordt. Ook de drie gevallen van rode volgorde bij voorbereidin ’t gesproken Nederlands van ’t CGN wijzen in die richting. Maarwaarom ’t vergelijkbare en verwantebereid noch in de Krantenbank noch in ’t CGN in de rode volgorde voorkomt (* dat hij ertoe is bereid), zie ik niet.

Nog opvallender is dat ook pseudo-deelwoorden als werkwoordelijk behandeld worden en dus in de rode volgorde voorkomen, terwijl ze, gebekt, gemanierd, verwant, belust, behept, gesteld, verknocht, enzovoorts, geen enkele binding hebben met een werkwoord. In het CGN ontbreken al deze pseudo-deelwoorden in de rode volgorde totaal. In de groene volgorde komen ze wel voor, maar heel weinig.

Verknocht
Krantenbank (alle data)
Die verknocht zijn aan 589 94% G
Die zijn verknocht aan 36 6% R
CGN
Verknocht zijn 3 G
zijn verknocht 0
Gesteld
Krantenbank (alle data)
Die gesteld zijn op [privacy] 153 92% G
Die zijn gesteld op [privacy] 12 8% R
CGN
Die gesteld zijn op 5 100% G
Die zijn gesteld op 0
Behept
Krantenbank (alle data)
Die behept zijn met 94 80% G
Die zijn behept met 23 20% R
CGN
niet behept + PV (is, was, zijn, waren) 2 G
niet + PV (is, was, zijn, waren) + behept 0

Ik kan meer één oorzaak bedenken dat ook bij deze pseudo-deelwoorden de rode volgorde regelmatig verschijnt, dat is de VORM van het woord. Die vorm is bij ’t spreken nauwelijks relevant, bij ’t schrijven des te meer, vooral bij wie zijn zinnen alleen maar naleest, maar niet naspreekt. Dan schakel je ’t taalgevoel uit, dat bij ’t spreken feilloos onderscheid aanwijst tussen wat nominaal en predicatief is. Wie de volgende zin eerst hardop had gelezen: Je zou denken dat Kathia Buniatishvili is uitgeput (NRC Handelsblad, 6 juni 2011), had ’m zo niet opgeschreven. Zulke hypercorrecties zijn een gevolg van dat krampachtig vasthouden aan de rode volgorde net zoals het propageren van groter dan leidt tot hypercorrecte vormen als even groot dan. Altijd de groene volgorde (en als!) gebruiken is de veilige modus.

De Taalunie beweert op zijn advies-site dat ’t gebruik van de rode volgorde in geschreven taal, vooral in journalistieke teksten, toeneemt. Ik heb dat bij voorbereid c.s. en de pseudo-deelwoorden niet kunnen constateren. Daarvoor is de periode van nog geen 20 jaar die de Krantenbank beslaat, natuurlijk ook te kort. Of journalisten bij ’t spontane spreken een voorkeur hebben voor de rode volgorde, weet ik ook niet, nog niet. Want als Coen Verbraak (van de TV-serie Kijken in de Ziel), ook nog eens gaat praten met journalisten, zouden we ook dat kunnen gaan onderzoeken. Van gewone sprekers weten we dat wel, dankzij ’t CGN. Die hebben een sterke voorkeur voor de groene volgorde. Die kijken dan ook niet in ’n Stijlboek, maar die luisteren naar hun taalgevoel.

Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

5 reacties op Eraan zijn verknocht

  1. Wim van Kuijk schreef:

    Twee opmerkingen/vragen:
    1. 'Journalisten hebben de gewoonte…' – Is dat wel waar? Of betreft het (vooral? uitsluitend?) schrijvende journalisten? Radio- en tv-journalisten doen het volgens mij veel minder, vooral als ze spontaan spreken of goedgeschreven spreektaalteksten presenteren.
    2. In het merendeel van de voorbeelden gaat het om een zin in de lijdende vorm. Kan dat van invloed zijn op het verschijnsel?
    3. Die zinnen in de lijdende vorm zijn in alle takken van (geschreven en gesproken) journalistiek ten onrechte erg populair. In de gewonemensentaal komen ze veel minder voor. Logisch, want de bedrijvende vorm is veel actiever, dynamischer, persoonlijker. In zijn simpelste vorm: 'Iemand doet iets' versus 'Iets of iemand ondergaat een handeling'. Docenten radio- en tv-journalistiek raden dan ook aan zoveel mogelijk de bedrijvende vorm te gebruiken. Dat levert levendiger teksten op.

  2. Wim van Kuijk schreef:

    Oops… geen twee, maar drie… sorry

  3. Jan Stroop schreef:

    Bij 1.
    Er is ook op dit punt een groot verschil tussen schrijven en spreken. Over de spreektaalteksten van radio- en tv-journalisten ben ik niet erg enthousiast om 't zacht te zeggen. Mij is meegedeeld dat [voltooid deelwoord op 't eind] bij de omroep regel is. Wat dat voor gevolgen heeft laat ik zien en horen in mijn eerdere blog
    http://nederl.blogspot.nl/2011/03/een-oor-aangenaaid.html

    bij 2.
    Mijn onderwerp hier is 't naamwoordelijk gezegde, dus met de koppelwerkwoorden 'worden' en 'zijn.
    Wat 't werkwoordelijk gezegde betreft: in de Volkskrant van vandaag, 13 september, heb ik 23 gezegdes met 't hulpwerkwoord 'hebben' aangetroffen, 22 keer in de rode volgorde ('zou wel dwang hebben uitgeoefend'), één keer in de groene volgorde: 'Deze uitslag kan niemand verwacht hebben', maar die is van een niet-journalist, namelijk van Hans Wiegel.
    Er staan in deze Volkskrant bijna twee keer zoveel gezegdes met 'worden', 40, waarvan 31 in de rode volgorde ('waardoor ze worden veroorzaakt') en 9 in'de groene volgorde ('eerste prognoses bekendgemaakt worden'). 't Lijkt er dus inderdaad op dat een gezegde met 'worden' bij journalisten eerder tot een rode volgorde aanleiding geeft dan een met ‘hebben’.

    bij 3.
    Een snelle zoek in het CGN, zie boven, levert 8286 hits met 't hulpwerkwoord 'hebben' op; met 't hulpwerkwoord van de lijdende vorm 'worden' 3425. Of dat tot de conclusie mag leiden dat de lijdende vorm in gewone spreektaal 'veel minder voorkomt' vraag ik me af.

  4. Anoniem schreef:

    Dat de bedrijvende vorm veel actiever, dynamischer, persoonlijker zou zijn dan de lijdende vorm lijkt me een van de idées reçues die er over taal bestaan. Mij klinkt "De koningin wordt door de menigte enthousiast toegejuicht" bijvoorbeeld even "dynamisch" in de oren als "De menigte juicht de koningin enthousiast toe".

  5. Gaston Dorren schreef:

    Dat de lijdende vorm bij schrijvende journalisten erg populair zou zijn, lijkt me stug (al laat ik me natuurlijk graag overtuigen door bewijzen). Zelf journalist, word ik al mijn hele loopbaan om de oren geslagen met het advies om lijdende vormen te vermijden. ik vind dat een slecht advies, want in heel wat zinnen is een lijdende vorm stilistisch heel goed te verdedigen. Dat we in de spreektaal lijdende vormen weinig gebruiken (als dat al klopt; het zou kunnen) is op zich geen argument: de schrijftaal mist allerlei mogelijkheden die de spreektaal meestal wel heeft (zoals intonatie en lichaamstaal) en probeert die leemtes wijselijk te vullen met andere mogelijkheden, die in de spreektaal dan weer ongebruikelijk zijn.

Reacties zijn gesloten.