Allochtoon

Soms moet ik even met vakantie van de Nederlandse taal en heb ik behoefte aan een ander onderwerp. Dan geef ik me over aan mijn hobby: de studie van de Griekse dialecten. Dezer dagen ben ik in Gent op een congres over dat onderwerp: volle dagen met discussies over de manier waarop je vragen maakt in het Pontisch en een rare nieuwe intonatie in het Cypriotisch.

Het is enerzijds prettig dat dit nog kan in een wereld die instort – iedere keer als ik ze spreek, hebben Griekse collega’s nog grotere gruwelverhalen over een moeder die met 20% gekort wordt op een pensioen van 600 euro, over de opkomst van de fascisten, over de vlucht naar het buitenland van iedereen met enige mogelijkheid. Maar het voelt ook een beetje ongemakkelijk.

Ondertussen kom ik van de Nederlandse taal ook niet echt los. De Morgen pakte gisteren voor de tweede dag op rij groots uit over het woord allochtoon – een Grieks woord dat de meeste Grieken niet meteen kennen, al is het uit Griekse elementen opgebouwd.

(Autochtoon kennen ze wel, maar wij hebben op die basis allochtoon bedacht: autos betekent ‘eigen’ en allos ‘vreemd’.) Gisteren kondigde de hoofdredacteur aan dat hij het woord allochtoon niet meer in zijn krant wilde hebben. Vandaag meldt de krant op de voorpagina dat premier Elio Di Rupo en minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet hun steun aan de actie geven en zelfs andere kranten oproepen om hetzelfde te doen.

Binnen in de krant worden er nog vele pagina’s aan de discussie gewijd. Onder de medestanders van De Morgen komen onder andere de schrijver Ton Lanoye en voorman van de N-VA Bart De Wever aan het woord. (De eerste vindt allochtoon ‘een beschaafd woord voor makak’, de tweede vindt het een teken dat het Belgische migratiebeleid mislukt is.) Er komen ook wat tegenstanders aan het woord, die vooral twijfel uiten aan de effectiviteit van de maatregel en een hoofdredacteur van de Nederlandse krant Trouw die beweert dat in Nederland de definitie van ‘allochtoon’ minder discussie behoeft omdat daar de definitie is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. (Alsof iemand iets van die definitie weet of zich er iets van aantrekt. Alsof er niet in Nederland nog maar drie maanden geleden ook discussie over was.)

Er zit natuurlijk iets raars aan die discussie. Wanneer je inderdaad vindt dat het begrip allochtoon onduidelijk is, of mensen op een hoop gooit, of een beschaafd woord is voor makak, dan kun je natuurlijk besluiten het voortaan niet meer te gebruiken. Wanneer je hoofdredacteur bent van een krant, kun je daarover eventueel een missive sturen aan je medewerkers. Maar waarom zou je het dagenlang op de voorpagina plaatsen?

Het heeft iets wrangs. In de krant van gisteren stond niets over Griekenland en maar weinig over de grote crisis in Zuid-Europa. Ondertussen werd hij wel gevuld met discussie over een quasi-Grieks woord. Ik kan moeilijk beweren dat ik vind dat we niet over taal moeten discussiëren, maar soms heb ik behoefte aan een ander onderwerp.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.