Medici en moedertaal

Als het Nederlands terrein verliest aan het Engels, dan gebeurt dat, behalve in het internationale bedrijfsleven, waarschijnlijk vooral in de wetenschap. Hoe staat het er bijvoorbeeld voor in de medicijnen. Daarover maakte Martin Kabos, een redacteur van een medisch-wetenschappelijke publicaties onlangs een intrigerende opmerking in een reactie bij een bericht op Neder-L. We vroegen hem om meer informatie en hij schreef het onderstaande artikel.

(door Martin Kabos)

Veel medisch-wetenschappelijke artikelen worden in het Nederlands geschreven. Het gaat om algemeen medische tijdschriften, maar ook om specifieke: bijna in alle specialismen zijn nog Nederlandstalige publicaties mogelijk. De Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften worden volgens een recent artikel in Medisch Contact goed gelezen:

‘Bijna driekwart van de artsen zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed’ bij te houden, ruim een kwart zegt dat niet te doen. Geïnteresseerde artsen lezen vrijwel allemaal (99%) artikelen en berichten over wetenschap in Medisch Contact; 77% doet dat zelfs wekelijks. Ook volgen zij Nederlandstalige medisch-wetenschappelijke tijdschriften als het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) of Huisarts en Wetenschap. (…) Het percentage artsen dat Engelstalige bladen zoals The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest, is aanzienlijk lager: 31% doet dat wekelijks, 21% zelfs nooit.’


Medisch Contact is een uitgave van de KNMG en met een oplage van 47.000 is dit blad veruit het grootste; dit blad publiceert meer journalistieke artikelen.
Taal en het NTvG
Het NTvG heeft een oplage van 22.000 en verschijnt sinds 1857. Het blad richt zich op de Nederlandse arts in het algemeen en publiceert veel belangrijk Nederlandstalig onderzoek. Bijvoorbeeld: een onderzoek naar de capaciteit van de beroepsgroepen in de publieke gezondheidszorg in Nederland. Of een onderzoek naar de vraag of een getalsmatige weergave van de kankerrisico’s bij een test van het KWF leidt tot een beter begrip bij de gebruikers. Ook worden regelmatig dubbelpublicaties in het Nederlands uitgebracht van belangrijk onderzoek dat eerst in een Engelstalig toptijdschrift is gepubliceerd, bijv. over regionale verschillen in moedersterfte in Nederland.

Ad Dunning, de bekende publicist en hoogleraar Cardiologie, heeft tijdens zijn hoofdredacteurschap van het NTvG (1983-1995) een taalkundig adviseur aangesteld bij het blad. De eerste was mevrouw Frida Balk-Smit Duyzentkunst (zie haar artikeluit 1989), later opgevolgd door Piet van Sterkenburg. Zij adviseerden de redactie hoe om te gaan met taalveranderingen, ook die in de vaktaal, en hielden de redactie scherp door verschenen nummers te bespreken. Lezers van het NTvG raadpleegden hen zelfs via ingezonden brieven met taalvragen. Ook onder het hoofdredacteurschap (1996-2007) van Jan van Gijn, de Utrechtse hoogleraar Neurologie, bleef de intensieve aandacht voor het taalgebruik. Wetenschappelijk eindredacteur Henk Walvoort geeft een goed overzicht hoe de redactie werkte in die tijd en waarom(Walvoort 1997).
Oekaze!
De interesse voor taal en taalgebruik bij redactie en lezers van het NTvG was niet nieuw. In 1940 bracht de redactie een bundeling uit van artikelen onder de titel Taal spelling stijl in geneeskundige geschriften, waarin verschillende auteurs ‘bijna een eeuw lang strijd voor goeden stijl, zuivere taal, gekuischte spelling van den text’ toelichtten (Kaiser e.a. 1940).
En het wel of niet volgen van een nieuwe spelling wat niet alleen na 1995 (‘handhaaf de h in rhesus!’) en 2005 (‘Schrijf ‘cito-Gram’’) aanleiding tot ingezonden brieven, maar ook al in 1934:

‘Toen ik de ukase [oekaze; decreet] las, door den Raad van Redacteuren van ons Tijdschrift uitgevaardigd, heb ik mijn bril eens goed afgeveegd. Ja, het staat er toch werkelijk: Men doe er zijn voordeel mee! En de onderteekening luidt niet eens: “de S.S./S.A.-obergruppenpresseleiter”, maar eenvoudig de familienaam van onzen Hoofdredacteur.’

Dit schreef een lezer in een boze brief in 1934. De aanleiding was een bericht van de hoofdredactie dat zij niet de nieuwe spelling-Marchant zou invoeren, maar de oude zou blijven volgen en dat ze geen stukken in de nieuwe spelling zou plaatsen (Van Nimwegen e.a. 2007).
Overigens kunnen medische schrijvers gebruikmaken van Pinkhof Geneeskundig woordenboek, inmiddels de 12de druk. Het boek is vernoemd naar de initiatiefnemer Pinkhof, destijds hoofdredacteur van het NTvG.Het staat nu onder redactie van huidarts dr. Jannes van Everdingen en lexicoloog Arnoud van den Eerenbeemt.
Citatiescore?
Uit onderzoekin 2005 bleek dat veelschrijvende auteurs van artikelen in hooggeciteerde internationale tijdschriften ook regelmatig in het NTvG schrijven, en omgekeerd.

Een bekend probleem voor de schrijvers van Nederlandstalige publicaties is de weging van hun citatiescores: Nederlandse artikelen zouden meer mee moeten tellen (Visser 1998). Visser beschrijft ook goed waarom het belangrijk is dat artsen ook in het Nederlands publiceren:

‘Er is een verband tussen taal, cultuur en geneeskunde. (…) de taal is belangrijk voor de overdracht van de culturele traditie. De taal kan vergeleken worden met de genetische code die de overdracht van informatie naar de volgende generatie veilig stelt.’

Andere wetenschappelijke tijdschriften
Ten slotte hebben ook veel wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten een eigen wetenschappelijk tijdschrift. Deze hebben een onafhankelijke redactie, werken met beoordeling door erkende vakgenoten en sommige zijn ook opgenomen in PubMed (database van medische vakliteratuur). Ze publiceren ook oorspronkelijk onderzoek.

De meeste van deze tijdschriften verschijnen in het Nederlands, bijv. het Tijdschrift voor Psychiatrie, het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie & Gynaecologie en het Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde. Slechts enkele verenigingen hebben een Engels wetenschappelijk tijdschrift, bijv. de internisten.
Kortom, medici maken nog steeds intensief gebruik van hun moedertaal als zij voor Nederlandse vakgenoten over hun vak schrijven; neerlandici kunnen hierbij een rol spelen als redacteuren en adviseurs.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.