Klankencyclopedie van het Nederlands (6): De [b]

[b] De [b] maak je door de lucht die uit je longen komt even tegen te houden met je lippen terwijl je je stembanden laat trillen. Dan laat je je lippen los en de lucht komt vrij.

Zo’n klank is lastig te maken aan het eind van het woord. Misschien is dat de reden dat de [b] maar zelden op die plaats staat. Als het al zo is, dan altijd na een korte klinker, om redenen die we niet kennen: eb, web, drab, slob. Hij wordt daar overigens als een [p] uitgesproken, maar dat hij toch echt een [b] is blijkt in het meervoud (ebben, webben, enzovoort).

Na een lange klinker komt de b helemaal niet voor: raab, roob, leeb zijn niet de Nederlandse equivalenten van de Duitse woorden Raben, raube, lebe: dat zijn raaf, roof, leef. De b is daar tot een v geworden (die aan het eind van het woord dan weer klinkt en geschreven wordt als een f).

Ook na andere medeklinkers vind je aan het eind van het woord geen [b]: er is wel ramp, help, dorp maar geen ramb, helb, dorb. Dat de b na de m verdwenen is kun je nog zien aan de Engelse spelling van lamb en bomb en nog wat woorden: ook in het Engels wordt die b trouwens niet meer uitgesproken.

Dat de [b] uitgerekend in de reeks mb verdwenen is, valt dan ook goed te begrijpen: een m maak je ook met je mond dicht terwijl je de lucht uit je longen laat stromen en je stembanden trillen. Alleen laat je in dat geval het achterste van je gehemelte omlaag hangen, zodat de uitstromende lucht door je neus naar buiten kan.

De effecten daarvan op de volgende [b] zijn desastreus. Omdat de lucht naar buiten kon stromen heeft het loslaten van de lippen niet makkelijk meer het effect van een explosie – dus hoor je die [b] heel slecht en kan hij dus net zo goed verdwijnen.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (6): De [b]

  1. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Ik dacht eigenlijk dat er in het Oud-Nederlands (Frankisch, Saksisch, Fries) eigenlijk nooit een -b- in de voorgangers van woorden als raven, roven, leven heeft gezeten, zoals wel in het hedendaagse Duits het geval is.
    Maar dat zowel onze -v- als de Duitse -b- zich uit een klank hebben ontwikkeld die vaak als een b met een streepje door het steeltje wordt geschreven en die ongeveer als onze w of v werd uitgesproken, in elk geval dichter bij v dan b.

    Verder weet ik nog dat ik heel lang het woord "stapel" als stabel uitsprak, ik kon gewoon geen p in dat woord zeggen. Terwijl ik wel Opel zei, vreemd genoeg. Misschien iets regionaals?
    En in het ouderwetse dialect van Z.W.-Drenthe zegt men 'laompies' tegen lammetjes, ik hoopte even dat dit een relict van -mb- was, maar waarschijnlijk is het gewoon een dim. -pie(s)
    na lange vocaal + m zoals ook in boompies…

  2. RHCdG schreef:

    Hoe is die b na de m er in het Engels ooit terechtgekomen als die zoveel moeilijkheden oplevert?
    En hoe zit dat met die b die een v wordt, en omgekeerd in het Spaans de v die als een harde b wordt uitgesproken, door Indonesiërs zelfs als een p ('perpélend!')? Ik verheug me trouwens nu al op een uitleg over de s die in oude teksten als een f wordt geschreven!
    Van de b naar de v en de f en vandaar weer naar de s: klanken blijken maar weinig discreet te zijn, alles loopt in elkaar over. Een erg leuke serie!

  3. Dat is geen f maar een lange s, ſ, in het Duits nog tot in de twintigste eeuw in gebruik. Het hing af van de positie in het woord of je s of ſ schreef.

  4. RHCdG schreef:

    Oh! Bedankt voor de informatie!

Reacties zijn gesloten.