Hij loopd

Gisteren bleek Jan de Spellingman ineens met vakantie. Jan is de naam van een robot die automatisch een berichtje stuurt aan twitteraars die een spelfout maken en bijvoorbeeld hij probeerd schrijven in plaats van hij probeert. (Je kunt zien dat het een robot is doordat hij altijd dezelfde zinnetjes verstuurt en wel zo regelmatig en inmiddels al zo langdurig dat een mens het allang zou hebben opgegeven.) De Spellingman doet dat dan op een uitermate aggressieve en beledigende toon (‘zelfs mijn demente moeder weet dat…’); ik heb al eens gespeculeerd dat de programmeur eropuit is om leraren Nederlands, of zelfs een bepaalde leraar Nederlands, in een kwaad daglicht te stellen door niets vermoedende twitteraars zo te plagen.

Enfin, nu is Jan – of waarschijnlijk zijn programmeur – dus ineens met vakantie. Sinds 28 juli heeft hij geen berichten meer gestuurd. Toen vroeg twitteraar David van der Vliet ineens:

Ben wel benieuwd waarom mensen “probeerd” en “draaid” schrijven. Ik zie ’t heel vaak. Misschien in de war met de verleden tijd?

Nu is er de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar dit soort d/t-fouten, onder andere door Dominiek Sandra, een hoogleraar in Antwerpen. Daaruit blijken er inderdaad dit soort verbanden te zijn.

De fouten gaan ook in een bepaalde richting: als vorm A vaker voorkomt dan vaak B, dan maken mensen eerder de fout dat ze A schrijven in plaats van B, dan andersom. Mensen schrijven bijvoorbeeld vaker ik wordt dan hij word. Dat komt doordat de vorm wordt veel vaker voorkomt. Dat komt doordat de vorm wordt vaker voorkomt in het geschreven Nederlands dan de vorm word. Kennelijk zijn we dus meer aan de eerste vorm gewend, en zien we een verschrijving in die richting makkelijker over het hoofd. Wordt is vertrouwder dan word. (Daaruit volgt overigens ook dat mensen die veel lezen gevoeliger zijn voor een bepaald soort d/t-fouten.) In een interview van een paar jaar geleden legt Sandra het allemaal duidelijk uit.

Zo zit het volgens mij hier ook. Weliswaar komen de woorden probeerd en draaid niet voor in de standaardspelling, maar ze vormen wel onderdelen van de verleden tijd en van het voltooid deelwoord (probeerde, gedraaid). Als die hypothese klopt, verwachten we dus dat de fouten werkd en loopd minder gemaakt worden, want die letteropeenvolgingen kom je nooit tegen. En inderdaad, als we een paar eenvoudige Google-zoekopdrachten geven, zien we het verschil:

hij probeerd 41.600 hij probeert 525.000
hij draaid 27.700 hij draait 287.000
hij maakd 9 hij maakt 1.410.000
hij loopd 477 hij loopt 966.000


Maakd en loopd komen wel voor, maar het valt niet eens in percentages uit te drukken hoe vaak. Het aandeel van probeerd en draaid is daarentegen (in ieder geval voor mij) verbazingwekkend hoog: als deze cijfers kloppen (er valt nog wel wat op af te dingen) is 1 op de 11 zinnetjes verkeerd gespeld. Er is nog werk aan de winkel voor onze Jan!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalbeheersing met de tags . Bookmark de permalink.

7 reacties op Hij loopd

  1. Ah, dat verklaard(!) veel.

    Als moderator van een satellietforum heb ik vaak, heel vaak, "draaid" gezien:

    "Men schotel draaid niet naar de goede satelliet."
    "De software draaid niet goed."

    Tot nu toe had ik 't idee dat deze schrijvers 't kofschip op het verkeerde moment gebruikten. Het kan best spannend zijn om een bericht te schrijven dat daarna nog 'ns door duizenden anderen gelezen kan worden. Ik stelde me voor dat zo'n schrijver overmatig gebruik maakte van 't kofschip, misschien wel om juist spelfouten te voorkomen. En hij zou "hij maakt" schrijven omdat het volgens de kofschipregel ook "maakte" is.

    Koppeltjes zoals "draaid-draaide", "probeerd-probeerde" en "maakt-maakte" zijn natuurlijk wel makkelijk te onthouden. Het lijkt wel alsof de spelling van de verleden tijd makkelijker is dan die van de tegenwoordige tijd 😉

  2. Het is natuurlijk best mogelijk dat af en toe per ongeluk iemand de kofschip-regel ten onrechte toepast op de tegenwoordige tijd. Maar uit het soort onderzoek dat ik hierboven aanhaal blijkt dat mensen zich vaak niet erg bewust zijn van wat ze doen – en bovendien dat dit soort dingen ook voorkomen bij goede spellers, die heel wel weten wat ze doen.

  3. Aleid schreef:

    Als ik mijn studenten (eerstejaars hbo) bij spellinglessen vraag waarom ze een vorm als 'probeerd' schrijven, geven ze wel vaak als reden 'de r zit niet in het kofschip'.

  4. Interessant, dat bevestigt wat David zegt.

    Je zou verschil kunnen maken tussen de twee theorieën (het komt door het vertrouwde woordbeeld, vs., het komt door onterecht toepassen van de kofschip-regel) door te kijken naar vormen als "hij zwemd".

    Als mensen met de kofschip-regel werken, zetten ze daar dus ook een 'd'. Maar als ze afgaan op het woordbeeld is dat minder waarschijnlijk, want 'zwemde' en 'gezwemd' komen niet of nauwelijks voor.

    Voor dit voorbeeld zijn de data niet beslissend. Ik vind met Google 861 keer "hij zwemd" tegenover 40.600 keer "hij zwemt". Dat maakt "zwemd" minder raar dan "loopd" (puntje voor de kofschip-theorie), maar toch relatief iets zeldzamer dan "probeerd". Je zou dit met veel meer werkwoorden (en een beter corpus dan Google) moeten doen om er meer over te kunnen zeggen.

  5. Patty Krone schreef:

    Hij loopd en hij probeerd. Is het niet veel eenvoudiger? 'Probeerd' wordt gebruikt omdat het woordbeeld bekend lijkt (immers: probeerde – met d dus), en 'loopd' wordt minder gebruikt omdat dat beeld niet bekend is (immers: liep).
    En even een slak op zout: 'Jan de Spellingman heeft nog werk aan de winkel.' is niet correct. Het is 'Er is voor J de S nog werk aan de winkel'.

  6. Die slak heb ik meteen maar even gebraden!

  7. Patty Krone schreef:

    Oké!

Reacties zijn gesloten.