Linguïstisch Miniatuurtje CLV: Mijn mooiste voorbeeldzin

Misschien is het iets voor over een paar jaar, als de gouden generatie van Nederlandse taalkundigen die de Chomskyaanse grammatica in Nederland groot maakten in het door LOT gesubsidieerde nationale verzorgingstehuis Spell Oud hun levensavond slijten. Dat er dan in plaats van de eeuwige taalbingo of die vervelende spellingwedstrijd (waar toch iedereen zich aan onttrekt), een wedstrijd wordt uitgeschreven onder de titel Mijn mooiste voorbeeldzin. Ik weet zeker dat zoiets zou aanslaan, want je kunt een taalkundige uit die tijd niet meer glans in zijn ogen bezorgen dan door te spreken over mooie, artificiële voorbeelden.

Dat kennen wij niet meer, in deze tijd: je hebt een theoretische gedachte en dan verzin je een voorbeeldzin die wel, of juist niet zou moeten kunnen, of een tweetal zinnen die in een subtiel opzicht van elkaar moeten verschillen, en die leg je dan voor aan je eigen taalgevoel en dat van je collega’s. Prachtige bronnen van eeuwige vriendschappen of diepgewortelde vetes! Niks geen statistisch verantwoorde toetsing op zorgvuldig gebalanceerde corpora, of moeizame bevraging van argeloze taalgebruikers die het toch nooit met je eens zijn en allerlei andere dingen waarnemen dan die jij wilt. Geen banale oordelen over correct en incorrect, maar fijne waarnemingen van allerlei onder de oppervlakte verborgen subtiliteiten.
Ja, ik lach er nou een beetje mee, maar de magische aantrekkingskracht van een mooi voorbeeld dat ineens resoneert in je eigen taalgevoel, dat is moeilijk aan iemand uit te leggen. Dat moet je ervaren, en als je het eenmaal ooit ervaren hebt, is er niets fijners dan dat gevoel telkens weer op te roepen. Zeker als je niets beters te doen hebt dan de sanseveria’s water te geven of te beslissen of je kaas dan wel jam op je ochtendboterhammetje wilt.

Wat is je mooiste voorbeeldzin? Ik weet zeker dat je die oude generatie taalkundigen daarmee aan de praat krijgt. Mooie voorbeeldzinnen worden namelijk zelden gewaardeerd. Discussies gaan over de slechte voorbeeldzinnen (die niet resoneren in andermans taalgevoel). Mooie voorbeeldzinnen worden hoogstens door anderen gebruikt die het op punten met je eens zijn. Maar grote kans dat je van mooie voorbeeldzinnen alleen zelf plezier hebt gehad.

Wat is eigenlijk mijn mooiste voorbeeldzin? Ik hoop dat ik dat niet zeker weet, maar de volgende komt er wel erg dicht bij. Hij staat in mijn proefschrift, en ik moest er van de week aan denken na de column van Marc over het woordje er. Een deel van mijn proefschrift ging namelijk over er, en wel over het zogeheten kwantitatieve er. Dat is het woordje er dat gecombineerd wordt met telwoorden, zoals in Ik heb er wel drie.

Het kwantitatieve er is om meer dan een reden speciaal: het is het enige er dat niet vervangen kan worden door daar (*Ik heb daar wel drie), maar het kan wel samenvallen met andere typen. Neem de zin Boeken over de oorlog? In het afgelopen jaar zijn er wel drie over geschreven. Daar zijn maar liefst drie erren samengevallen: het plaatsonderwerp (In het afgelopen jaar zijn er drie boeken over de oorlog geschreven), het er van het voornaamwoordelijk bijwoord erover, én het kwantitatieve er (en dus kun je het niet meer vervangen door daar).

In mijn proefschrift had ik een mooi voorbeeld geconstrueerd om aan te tonen dat het kwantitatieve er geen bijwoord was (zoals waarschijnlijk het plaatsonderwerp), maar een voornaamwoord. Dat ging zo: voornaamwoorden kunnen binnen een zin verwijzen naar een antecedent. Daar hoor je tegenwoordig ook niemand meer over, maar in de jaren tachtig was dat een interessant onderwerp. Bij die verwijzing spelen allerlei interessante verschijnselen. Een van die verschijnselen heet het cross over-effect.

Als je een voornaamwoord hebt dat verwijst naar een antecedent eerder in de zin, en je verandert de woordvolgorde zodat het voornaamwoord vóór het antecedent komt te staan, dan verdwijnt de verwijzing. Logisch zul je zeggen, maar het verschijnsel treedt niet op bij normale vooropplaatsing. Dus als je een zin hebt als Ik heb aan Karel over dat artikel van hem een mail gestuurd, in de betekenis dat hem verwijst naar Karel, dan blijft die betekenis erin zitten als je ervan maakt Over dat artikel van hem heb ik aan Karel een mail gestuurd. Misschien wordt die lezing nu minder waarschijnlijk, maar onmogelijk wordt hij niet. Dat is wel het geval bij Ik heb over dat artikel van hem aan Karel een mail gestuurd. Dat heet cross over. De gedachte is dat het zinsdeel met het voornaamwoord alleen maar zijn antecedent gepasseerd is. Het effect is in het Nederlands het sterkst bij verzwegen voornaamwoorden als in het verschil tussen Heb je die koekjes zonder van te snoepen op het schaaltje gelegd? en *Heb je zonder van te snoepen die koekjes op het schaaltje gelegd?

Enfin, dat waren in die tijd allemaal bekende voorbeeldzinnen. Wat ik bedacht was dat je met het kwantitatieve er een cross over-effect kon construeren om aan te tonen dat het inderdaad een voornaamwoord was. Daartoe maakte ik een zin met een meewerkend en een lijdend voorwerp, waarbij het meewerkend voorwerp een bijvoeglijke bijzin had. Het lijdend voorwerp was het voornaamwoord, en in de bijzin bij het meewerkend voorwerp zat dan het antecedent van dat voornaamwoord. Zou theoretisch moeten kunnen. Dan krijg je: Je moet iemand die niet van appels houdt, ze nooit voorschotelen. Dat is prima. Nu de omgekeerde volgorde: Je moet ze iemand die niet van appels houdt, nooit voorschotelen. Ook een prima zin, daar niet van, maar ze kan ineens niet meer naar appels verwijzen. Wel naar iets als koekjes met appels erin, of snoepjes met appelsmaak, alles kan, als het maar niet die appels zelf zijn. Cross over. Maar nou komt het.

In plaats van een voornaamwoord kun je ook een telwoord met kwantitatief er als lijdend voorwerp hebben: Je moet iemand die niet van appels houdt, er nooit een aanbieden. Goede zin, met als betekenis: je moet iemand die niet van appels houdt, nooit een appel aanbieden (althans, dat is een mogelijke, en zelfs voor de hand liggende betekenis). Nu verplaatsen we alleen het kwantitatieve er, niet het hele lijdend voorwerp, naar voren: Je moet er iemand die niet van appels houdt, nooit een aanbieden. In mijn taalgevoel krijg je nu het cross over-effect: nu kan het gaan om een koekje met appels, of een snoepje met appelsmaak, maar niet meer om een appel zelf. Dus: de verwijzende betekenis zit in het kwantitatieve er, en niet in de rest van het lijdend voorwerp. Het kwantitatieve er is een voornaamwoord.

Tja, het is natuurlijk maar een voetnoot in de taalwetenschap, en er liggen vast geen mensen van wakker. Maar elke keer als ik het vertel voel ik wel weer iets van die sensatie van een voorbeeld dat mooi op zijn plaats valt. Dat effect zal ik in de loop der jaren ook wel zijn gaan idealiseren, zo realistisch ben ik dan ook wel weer, maar mocht ik later (dat gaat nog heel lang duren) nog eens in huize Spell Oud terechtkomen, dan heb ik alvast een mooi onderwerp om met die oude collega’s herinneringen op te halen aan die tijd toen alles beter was. Toen we als taalkundigen de taal nog zelf konden verzinnen.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

6 reacties op Linguïstisch Miniatuurtje CLV: Mijn mooiste voorbeeldzin

  1. Maar PA, had je niet al een ander prachtig spel bedacht waarmee gepensioneerde taalkundigen zich kunnen vermaken: Grammar Feud?

  2. Ja dat is waar Marc. Maar we mogen tegen die tijd de weekdagen niet zo goed meer uit elkaar kunnen houden, de week heeft meer dagen. En we hebben ook nog de tongknoopcompetitie.

  3. Wim Scherpenisse schreef:

    Voor mij kan 'Je moet er iemand die niet van appels houdt, nooit een aanbieden' best betekenen dat je iemand die niet van appels houdt nooit een appel moet aanbieden. Sterker nog, dat is voor mij de enig mogelijke interpretatie.

  4. Ja, áls het iets betekent, dan betekent het dat. Maar kunt u het ook zo zeggen? Voor mij staat het woord 'er' daar toch echt op de verkeerde plaats.

  5. Wim Scherpenisse schreef:

    Het is wel een beetje gemarkeerd, maar voor mijn gevoel niet echt fout; de betekenis 'komt wel door'.

  6. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Dit 'er' is eigenlijk een afkorting van 'ervan' (het komt ook in het Frans voor als 'en').
    En dan kun je het trouwens weer wel door daar(van) vervangen

Reacties zijn gesloten.