René van Stipriaan: Een commandotraining voor Neerlandici – bis

De redactie van Neder-L vroeg me mijn visie te geven op de toekomst van de neerlandistiek. Maar dat heb ik net gedaan (Ons Erfdeel, november 2011), en er werd in dit tijdschrift een verwoede poging gedaan er de vloer mee aan te vegen. Ze durven wel, die jongens van Neder-L. Met iemand de kachel proberen aan te maken en hem vervolgens een podium geven. Dan ben ik de beroerdste niet.

De blogger van dienst op 19 december 2011, Marc van Oostendorp, had terecht uit mijn artikel opgepikt dat het vooral een pleidooi is voor het vergaand verzwaren van de studie Nederlands. Hij heeft ook nog uit het stuk opgevangen dat het me essentieel lijkt neerlandici een grote vaardigheid in het diepgaand lezen aan te kweken. Van Oostendorp parafraseert het als ‘nauwkeurig lezen’, een uitdrukking die in mijn stuk niet voorkomt – maar ze had er kunnen staan. Zoals er zeker niet staat dat ik meen dat studenten zouden moeten leren ‘snel lezen’, en het zou er ook helemaal niet kunnen staan. In vredesnaam niet.

Wat de gevolgen van ‘snel lezen’ zijn, zien we nou juist aan die blog in Neder-L. Van mijn pleidooi voor een herwaardering van historische taalkunde wordt een karikatuur gemaakt (‘nu lijkt me dat nauwkeurig lezen van oude teksten niet per se een kwestie waarvoor je de ontwikkeling van het middelnederlandse naamvalssysteem tot je zou moeten nemen […]’, een opmerking die net zo gratuit is als dat je voor het bedienen van een auto de verkeersregels niet hoeft te kennen, prima, maar ga dan ook niet de weg op). Van Oostendorp komt na wat lukraak bij elkaar grabbelen van trefwoorden tot de conclusie: ‘Dit klinkt allemaal niet erg realistisch, om niet te zeggen manisch.’ Vervolgens geloof je je ogen niet bij de conclusie: ‘Laten we opstaan uit de versukkeling,’ en daar gaat ook nog een mooie schep bovenop ‘Laten we gewoon een groep getalenteerde grote talenten opleiden en de neerlandistiek weer tot een prachtig vak maken!’ (à propos, ‘getalenteerde grote talenten’, dat is nog eens mooie hyperbool, Marc!).

In de kern zijn we het altijd wel eens, wij oude mopperende neerlandici. De bijval voor mijn stuk was ook groot. In de pers, in blogs, mails, enz. Er was zelfs een vakgroep letterkunde die me uitnodigde in een ochtendvergadering om eens uitgebreid over de toekomst van ons mooie vak te discussiëren. Ze hadden voor de gelegenheid ook een aantal goede studenten en pas afgestudeerden uitgenodigd. De gedachtewisseling nam bij de meeste oudere leden van de vakgroep al snel een wat berustende toon aan. ‘Je hebt wat mij betreft op veel punten gelijk, maar het is bezuinigingen hier en reorganisaties daar en telkens moet de kwaliteit van de studie weer een veer laten. Denken dat je daar nog iets aan kunt doen, is een illusie.’

We kwam vervolgens te spreken over de zwaarte van de studie – die is verre van toereikend, zo was mijn stelling, om nog goed onderlegde en breed ontwikkelde neerlandici af te leveren. Toen een ouder vakgroepslid begon uit te leggen dat het binnen de bama-structuur niet meer recht te breien viel, kwamen opeens de jonge neerlandici, die zich tot dan toe nogal stil hadden gehouden, tot leven. Met een paar simpele voorbeelden konden ze uitleggen dat de studie veel te weinig van hen vroeg, dat hun medestudenten volop tijd overhielden om andere studies te volgen enz. En ze waren resoluut in hun advies: maak die studie zwaarder, en ook intellectueel uitdagender, want we dreigen ons ernstig te gaan vervelen.

De oude mopperende en berustende neerlandici kreeg hier een stevig lesje toegediend. Ik zag enkelen van hen nogal opkijken van het pleidooi van de studenten. Want het lag dus niet alleen aan al die bezuinigingen en verschrikkelijke structuren. Ze lieten zelf terrein braak liggen – zich te weinig bewust van hun verantwoordelijkheid om er bij deze aankomende neerlandici alles uit te halen wat er in zit.

Het gemopper, het elkaar vliegen afvangen, het gebrek aan zelfvertrouwen in combinatie met het onvermogen van neerlandici om met elkaar grote ambities te ontwikkelen, leidt onvermijdelijk tot marginalisering van de studie van de Nederlandse taal en letteren. De jongste generatie heeft zo langzamerhand genoeg van die verzuring. Dat biedt hoop.

Verder niks tegen gemopper en venijnige stukjes, zo houden we elkaar scherp. Een flinke scheut onredelijkheid hoort daarbij. Het onmisbare tijdschrift Neder-L heeft de polemiek nooit geschuwd. En Marc van Oostendorp, een van de drijvende krachten van het eerste uur, heb ik zijn te snelle lezing van een betoog over nauwkeurig lezen allang weer vergeven. Blijf het vuur maar lekker opstoken. Nog vele jaren!
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.