Onterecht Engels


De Nederlandse taal is hot, in de politiek. Gisteren was bijvoorbeeld her en der te lezen dat Halbe Zijlstra voortaan tegen onnodig Engels is op de universiteiten (terwijl hij zelf zijn hand niet omdraait voor een toespraak in het Engels).

Als de accreditatiecommissie, die iedere opleiding bezoekt om de kwaliteit te toetsen, vindt dat het niet nodig is om een bepaalde master in het Engels te geven, dan moet die opleiding voortaan maar niet meer in het Engels.

“Als je een klas vol Nederlandse studenten hebt die Nederlandse lesstof krijgen en worden voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt, dan is het niet nodig om in het Engels les te geven”, zei Zijlstra kennelijk woensdag in de Kamer. Ja, wie zou er voor zijn om dat in een dergelijke situatie te doen?

Genante situaties

Maar zou het ook gebeuren? Meer dan de helft van de masters zijn in het Engels (die conclusie trok ik vorig jaar in ieder geval uit een eigen onderzoekje), maar hoe vaak komt het daarbij voor dat een Nederlandse docent Nederlandse studenten college geeft over Nederlandse stof in het Engels? Het lijkt mij een uitermate ongemakkelijke situatie: de meeste Nederlanders die ik ken, generen zich om Engels te spreken met andere Nederlanders. Ik geloof eigenlijk niet dat zoiets gebeurt. Maar Zijlstra heeft zelf commerciële economie gestudeerd, dus die zal het wel weten.

Maar alleen al in dat opzicht is het dus nuttig, wat Zijlstra wil: dat we kunnen ontdekken of en waar zulke genante situaties zich voordoen.

Grondwet

Op dezelfde dag besloot de Kamercommissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om een voorstel tot grondwetswijziging niet controversieel te verklaren, wat overigens nog niet meteen betekent dat het gaat worden aangenomen. Volgens het voorstel zou de Nederlandse regering zorg moeten dragen voor het gebruik van het Nederlands in onze samenleving.

Er zitten ook nog wel wat haken en ogen aan dat voorstel en ik vraag me af of dat allemaal nog wel geregeld kan worden voor de nieuwe regering aantreedt. De meeste partijen willen namelijk dat de nieuwe grondwet niet ten koste gaat van de positie van het Fries en dat zou dan ook op de een of andere manier in het grondwetsartikel moeten worden beklonken. Maar sinds de Nederlandse Antillen zijn opgeheven en enkele eilanden Nederlandse gemeenten zijn, hebben we ook twee andere bestuurstalen binnen onze grenzen: het Papiamentu en het Engels (de laatste wordt gebruikt op Saba). Als men een en ander niet zorgvuldig formuleert is het Engels dus dadelijk een officiële taal van de staat der Nederlanden.

Het taalbeleid van deze regering maakt, kortom, een nogal willekeurige indruk: het gaat vooral om symbolische gebaren. Het is heel erg onduidelijk dat het ooit iets op gaat leveren en zelfs dat men zelf serieus denkt dat het iets op gaat leveren. Maar dat doet er kennelijk niet toe.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.