Klankencyclopedie van het Nederlands (2): de [a]

[a] Net als de [u] komt de klinker [a] in heel veel talen voor, bijvoorbeeld in de woorden mama en papa (of dada). Samen met de [i] vormen de [u] en de [a] de punten van de zogenoemde klinkerdriehoek:

bron: Wikimedia

Zo’n klinkerdriehoek kun je op verschillende manieren lezen. Eén ervan is als een beschrijving van de akoestische kenmerken van iedere klinker – waarover meer in een latere aflevering van de Klankencyclopedie – maar een andere is als een beschrijving van de plaats in de mond waar de tong zich bevindt bij het uitspreken: de voorkant is omhoog bij de [i], de achterkant is omhoog bij de [u], en de tong ligt plat onder in de mond bij de [a]. Dat laatste verklaart waarom dokters vragen hun patiënten in ieder geval volgens de traditie om aa te zeggen; over de klanksymboliek van het verschil tussen [a] en [i] heb ik het onlangs al elders op Neder-L gehad.)

Misschien omdat je voor de [a] een relatief grote beweging moet maken (je tong moet niet alleen plat in je mond, je kaak moet ook nog eens echt open), duurt een [a] ook nog gemiddeld wat langer dan andere Nederlandse klinkers. Het is daarom vreemd dat de [a] soms juist dingen kan die andere lange klinkers niet kunnen. Voor –lf in dezelfde lettergreep staan, bijvoorbeeld. Er zijn wel woorden als elf, zelf, wolf, kolf, kalf, enzovoort, allemaal met een korte klinker, maar oelf, eulf, oolf enzovoort zijn allemaal ongebruikt. Het idee is: na zo’n lange klinker is er geen ruimte meer voor dat soort ingewikkelde combinaties van medeklinkers. Het is dan dus vreemd dat we wel twaalf hebben.

Dat lange van die [a] heeft nog een consequentie. Andere lange klinkers worden nog net iets langer voor een r: de ie en ee in bier en beer zijn aanmerkelijk langer dan die in biet en beet. Je kunt de woorden keert en keet dan ook makkelijk uit elkaar houden, zelfs als iemand de r zelf nauwelijks uitspreekt. Maar dat geldt veel minder voor de [a]: er blijft weinig over van het verschil tussen kaars en kaas als iemand de r niet zegt.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

8 reacties op Klankencyclopedie van het Nederlands (2): de [a]

  1. Andre Engels schreef:

    Het verschil tussen de ee voor een r en voor een andere medeklinker is echt wel wat groter dan alleen het verschil in lengte. Ook als je ze bewust extra lang (zeg, een halve seconde) uitspreekt, is het verschil tussen 'keer' en 'keet' ook zonder eindmedeklinker nog steeds duidelijk te horen. Het verschil tussen 'bier' en 'biet' verdwijnt dan wel.

  2. Zeker, maar die verkleuring geldt in ieder geval voor de [e] (*ee*), [ø] (*eu*) en [o] (*oo*), maar niet voor de [i] (*ie*), [y] (*uu*) en [u] (*oe*).

  3. Syme schreef:

    Keert wordt toch met een [I] (zit) klank uitgesproken, keet met de [e:] (zee)?

  4. Pieter Bal schreef:

    Vond mijn dochter ook toen zij als 5-jarige 'troetolbir' schreef. Soortgelijke 'naïeve spellingen' heb ik later wel vaker gezien.

  5. Syme schreef:

    We hebben het hier over uitspraak.. of spreek jij de klinkers van beet en beer hetzelfde uit?

  6. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Voor een r is het [e:] zoals in [be:r], anders [e:i], in [be:it].
    De [I] komt in het Nederlands eigenlijk niet voor, al wordt dit teken wel vaak voor de korte i gebruikt, zou hier in beter [e] gebezigd kunnen worden. In [en], kind [kent], dik [dek]. Hetzelfde geld voor de foutieve [Y] als weergave voor de korte u in brug enz. D.w.z. in Nederland, in België hoor je hier wel vaak een [I] en [Y], ook in de standaardtaal, als gevolg van een Brabants accent

  7. Ingmar Roerdinkholder schreef:

    Een aanwijzing dat het Nederlands de korte i en u niet als [I] en [Y] maar als [e] en [2] uitspreekt, is hoe Nederlanders deze klanken in het Duits, dat wel [I], [Y] en [U] heeft, horen en uitspreken.
    "Iech bien fuur drai sjtoenden ien Duusseldorf oen ien Liengen gewezen" hoort en zegt een Nederlander, terwijl de Duitsers hier toch echt [bIn], [fYr], [Un] zeggen

  8. Weia Reinboud schreef:

    Waarom gebruik je deze simpele driehoek en niet het IPA-trapezium (zoals hier: http://nl.wikipedia.org/wiki/Internationaal_Fonetisch_Alfabet)? Dat geeft meer mogelijkheden en meer duidelijkheid, vind ik.

Reacties zijn gesloten.