Joop van der Horst: Nederlands

Alles wat komt, kan ook weer gaan. En de neerlandistiek lijkt me daarop geen uitzondering. Het vak heeft vorm gekregen in de negentiende eeuw en het is al mooi dat het de eenentwintigste eeuw gehaald heeft, maar het zou me verwonderen als het het nog twintig jaar volhoudt. Het is zo door en door negentiende-eeuws in zijn vooronderstellingen en zijn doelen, dat het langzamerhand veeleer een obstakel aan het worden is voor zijn eigen idealen. Het vak, als je het zo zou kunnen noemen, loopt nu zichzelf voor de voeten. Aan de universiteiten is dat al een poos heel duidelijk en het heeft daar al voor ingrijpende veranderingen gezorgd. De scholen zullen weldra volgen, daar kan je op wachten.


Het is destijds allemaal begonnen met ideeën over het bestaan van afzonderlijke talen (talen zijn telbaar), over het bestaan van een standaardtaal, over nationale eigenheid en het belang daarvan, over het lezen van boeken, in het bijzonder het lezen van literatuur, waarin die taal in zijn verhevenste vorm ontmoet kan worden, over de gevaren van vreemde invloeden, en een dosis égalitédie niet overweg kon met verschillen in taal en spelling, en sowieso een spelling voor boekenlezers.

Dat zijn stuk voor stuk niet de dingen waar wij in 2012 tegenaan lopen. Waar wij mee te maken hebben, is, kort gezegd: de veeltaligheid en onze digitale omgeving. Die stellen totaal andere eisen. We zullen de koers dus fors moeten bijstellen.

Taal is zeker niet minder belangrijk geworden. En goed onderwijs is en blijft het fundament van de beschaving. Daar ben ik vast van overtuigd. Meer dan ooit willen we op de hoogte blijven, en anderen iets vertellen. Liefst zo goed mogelijk. Maar de manier waarop het gebeurt, en de omstandigheden, en daardoor: de vereisten, zijn wel heel anders geworden. De frontlinie ligt al lang niet meer bij een goede beheersing van de standaardspelling, bij belezenheid en algemene ontwikkeling of een accentloze uitspraak. Vandaar dat ik een schoolvak verwacht waarin hoge cijfers behaald worden door leerlingen die met gemak, mondeling en via internet, effectief moeilijke zaken kunnen bespreken met moedertaalsprekers van zeven andere talen. En dat mag wat mij betreft evengoed gaan over spanningen in het Midden-Oosten of over omgangsvormen, als over de waarde van een goed boek.

Joop van der Horst, hoogleraar Nederlandse taalkunde, Leuven
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.