Marten Toonders lettergrepen

Marcel Möring noemde Marten Toonder gisteren in NRC Handelsblad ‘misschien de grootste schrijver van de afgelopen honderd jaar’. Hoog tijd dus voor onderzoek! Onder andere Laurens Jz. Coster besteedde aandacht aan de honderdste verjaardag van de taalmeester, met een van Toonders wonderlijke nonsensverzen:

Barlemanje

’t Was grol en gloei
en slomig broei
in lure, slore stirren.
Het was sar stomig in mijn krol,
daar stonk een kwalm van schit en brol,
er sloomden glome knirren.

Ik trok geen moen
en zoog geen droen.
‘k Was grollig, daar mijn kleddel
de vale walm had ingewigd
en norksig drielde naar de schicht,
die wijlde in de peddel.

Nu dralleboort
een vuurgaljoort
en knaspert door de klijven.
’t Is of er stolen glomen gaan
en moenen in de krolle slaan
en stoffe stekkels stijven.

Nu gaar ik kwas
en werp ik stras,
nu is de moen gevangen.
Ik trek een gloederige sproet,
(als kwalmerige peddel doet)
en droen dralt door de prangen.

Voor fonologen zoals ik, die de klanken van taal onderzoeken, zijn dit soort onzinteksten altijd extra prettig om te bestuderen omdat die vervelende betekenis er niet de hele tijd doorheen zit te tetteren. Je kunt de klanken nu eens in hun eigen volle glorie bewonderen.

Nu hebben onzinteksten meestal een tamelijk eenvoudige klankstructuur. Als mensen in religieuze extase in tongen spreken, of als kinderen zomaar wat voor zich uit prevelen, hebben ze de neiging om klinkers en medeklinkers keurig af te wisselen: Ladoetie kupebo. Maar dat doet Toonder niet. Sterker nog, in dit gedicht beginnen heel veel lettergrepen met twee medeklinkers (dr, kn, kr, sl…). Ik heb het even voor u geteld:

Gedicht Toonder:

0 medeklinkers 23 17%
1 medeklinker 70 52%
2+ medeklinkers 42 31%

Nu moeten we natuurlijk weten wat de verhoudingen zijn in het gewone Nederlands. Gelukkig heb ik dat onlangs samen met mijn promovenda Kathrin Linke geteld, aan de hand van de CELEX-database (voor de liefhebber: dit zijn token-frequenties op basis van een eigen algoritme dat de lettergrepen in CELEX verder onderverdeelt):

Nederlands:

0 medeklinkers 7.946.067 24%
1 medeklinker 22.651.061 69%
2+ medeklinkers 2.138.419 7%

In het Nederlands zijn complexe ‘aanzetten’ (dat is de technische term voor de medeklinekers aan het begin van het woord) in een zeer kleine minderheid. In het Toonderiaanse onzinvers is die minderheid veel groter. Waarom deed Toonder dat? Misschien dat juist dit soort ongebruikelijke patronen het mysterieuze van het gedicht benadrukken: alle woorden zouden Nederlandse woorden kunnen zijn, maar samen leveren ze een statistische onwaarschijnlijkheid op. Misschien dat juist de klank van al die botsende medeklinkers de dichter aansprak. Wie zal het zeggen?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Marten Toonders lettergrepen

  1. Wilhelm Deussen schreef:

    Ik ben benieuwd of de fequentie van complexe aanzetten even hoog is in andere onzinteksten. Ik kan me voorstellen dat dat inderdaad het geval is, omdat ze een woord een gewrongen tintje kunnen geven, waar je in zo'n humoristisch bedoeld gedicht naar op zoek bent.

  2. Anoniem schreef:

    En is het niet makkelijker ongebruikte woorden te vinden met een langere aanzet?

  3. Anoniem schreef:

    Cfr. Lewis Carroll in 1871

    Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe:
    All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.

Reacties zijn gesloten.