Hé, professor!

Zou het iets met de crisis te maken hebben, of word ik een oude man? Ik heb het gevoel dat mensen vaker u tegen elkaar zeggen dan, pakweg, tien of twintig jaar geleden. Ik klaag er niet over, ik probeer eraan te wennen. Maar dat valt niet altijd mee.

Ik geef toe, mijn empirische basis voor deze bewering is gering en in wezen alleen maar autobiografisch. U of jij zeggen is al heel lang ingewikkeld in onze taal, maar het leek er lange tijd op dat we toe zouden gaan naar alleen je. Toen ik eind jaren tachtig twintig was en studeerde noemde ik alle docenten en hoogleraren je en jij en ik noemde ze ook allemaal bij hun voornaam. Ik geloof niet dat een van hen het op prijs zou hebben gesteld als ik iets anders had gedaan. U, dat zei je alleen tegen volslagen onbekenden. De eerste keer dat ik iemand zonder ironie zelf aansprak als professor Die-en-die is niet langer dan tien jaar geleden.

Tien jaar geleden gaf ik af en toe college aan de Universiteit van Amsterdam. Op een bepaald moment besloten twee studenten, een jongen en een meisje, die mij tijdens één les gezien hadden dat ze een werkstuk bij mij wilden schrijven. Boven die e-mail stond: Lieve Marc; eronder stond knuffel. De onderwerpsregel van hun volgende mail vermeldde date, maar ik geloof niet dat ze uit waren op een triootje of dat ze mij aardiger vonden dan een ander. Ik dacht toen dat ze een nieuwe stap zetten in de ontwikkeling.

Wie toen dacht dat de zeden almaar verloederen, moet nu eens komen kijken. In het begin stelde ik studenten nog wel eens voor dat ze je of jij mochten zeggen, maar ik ben daarmee opgehouden toen ik zag hoe moeilijk dat voor sommigen was. Ze mogen zeggen wat ze willen, ik moet me maar aanpassen aan de veranderende tijd.

En het komt ook niet alleen maar doordat ik zo oud en afgeleefd uitzie. In een discussie onder een stukje dat ik gisteren schreef voor het weblog Sargasso (over het gebruik van ‘allochtoon’) raakte ik in discussie met een zekere René die ineens schreef (vermoedelijk nadat hij mij gegoogled had):

Post scriptum ik zie net dat Marc hoogleraar en senior onderzoeker is dus goed opgevoed als ik ben kunt u boven alle ‘je’s en jij’s’ vervangen voor U.

Nadat iemand vroeg wat dit met mijn beroep te maken had — hoort een ‘vuilnisman’ soms niet met u te worden aangesproken — schreef René:

Ik haalde uit die informatie dat het gaat om een meneer die vermoedelijk een bepaalde leeftijd heeft bereikt waarop ik mensen nog altijd met meneer en U aanspreek, onafhankelijk van de functie.

Ik voel me toch een beetje beledigd. Mij een beetje u lopen noemen, wat denkt zo’n blaag wel!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Hé, professor!

  1. Dinx schreef:

    Op foto's op internet zie ik je altijd in driedelig kostuum staan. Zou het daar niet mee te maken hebben? 😉

  2. Hmmm, dat komt denk ik vooral dat zulke foto's bij feestelijke gelegenheiden worden gemaakt. Maar wie weet! Als ik op straat loop in een spijkerbroek, word ik ook vaker door daklozen aangesproken.

  3. Wat met de beleefdheidsvorm in situaties waar net grote intimiteit mee gemoeid is? In Vlaanderen krijgt niemand de frase 'Ik hou van je' uit zijn mond. Dat wordt hooguit: 'Ik hou van u'. Meestal: 'Ik zie u graag.'

  4. Marcel Plaatsman schreef:

    Maar in Vlaanderen is "u" geen beleefdheidsvorm, daar hoort het bij "gij" ("gij hebt u vergist") en gij kan in alle situaties gebruikt worden. Het onderscheid jij-u is in Vlaanderen kunstmatig en behoorlijk schrijftalig; ik ken veel Vlamingen die "jij" inderdaad formeler vinden dan "u".

    De ontwikkeling die hier wordt geschetst bestaat echt, denk ik (in Nederland dan toch). Zelf ben ik 24 en best gehecht aan u. Ik vind dat gejij van de generaties voor mij wat al te amicaal. Liever reserveer ik jij voor goede bekenden en leeftijdsgenootjes. Ik meen dat in Zweden, ooit ook zo'n jijerig land, een gelijkaardige ontwikkeling gaande is. Het zal wel weer met de tijdsgeest samenhangen.

    Wat in dezen misschien aardig is om te onderzoeken is of er een mogelijk verband bestaat met het al dan niet tutoyeren in huiselijke kring. Vroeger werden ook de ouders vaak met u aangesproken, dat wordt steeds minder gewoon. Dat betekent dat jij veel nadrukkelijker een gezinswoord is geworden, het drukt geborgenheid en intimiteit uit. Dat zou kunnen verklaren waarom in andere situaties jij als te familiair wordt aangevoeld, en "u" dus de voorkeur krijgt. Hoe zit dat in Zweden, weet iemand dat? En is er een verschil met Duitsland, waar "du" wél al heel lang voor alle familieleden kan worden gebruikt?

  5. 'U' is wel degelijk een beleefdheidsvorm hier in Vlaanderen. In alle formele situaties. Op papier zeker. In the flesh ook, denk ik, op voorwaarde dat de standaardtaal wordt gebruikt. Dat streekgenoten die elkaar niet kennen of in een hiërarchische relatie tot elkaar staan een lokale variant van 'gij' zullen gebruiken, dat klopt. Vlamingen die 'jij' formeler vinden, ken ik zelf niet. Dat studenten hier hoogleraren met de voornaam aanspreken, kan ik me niet voorstellen.

Reacties zijn gesloten.