Eindexamen Nederlands (4)

Al eerder (namelijk hier, hier en hier) schreef ik eindexamens Nederlands, nu weer – vandaag is het laatste examen, dat van het vmbo-BB. Waarop worden de BB’ers getoetst? Ze moeten teksten lezen waarover vragen worden gesteld en ze krijgen een schrijfopdracht. De teksten van het examen van vorig jaar staan hier, die van dit jaar worden hier gepubliceerd (althans, dat zou de bedoeling moeten zijn, maar aangezien het examen digitaal afgenomen wordt, is het blijkbaar niet mogelijk het examen toegankelijk te maken voor derden).

Het vmbo-BB is de laagste vorm van het vmbo en zou dus het makkelijkst moeten zijn. Als je echter het examen maakt, dan zul je zien dat deze leerlingen het dus helemaal niet makkelijk hebben. Integendeel, het examen Nederlands zit lastig in elkaar en kent veel valkuilen. Net als de overige vmbo’ers moeten zij leesvaardigheidsopdrachten en een schrijfopdracht maken in veel te weinig tijd, hetgeen een rare toetsvorm is. Als docent kijk je dus geen doordacht werk, maar haastwerk na.

Die schrijfopdracht moet er uit en dient in een aparte zitting afgenomen te worden, leesvaardigheid kan blijven. Na aanpassing, want met die huidige multiple choice-vragen is nogal wat mis. MC is vooral handig voor de docent, het nakijken gaat als een trein. Voor de leerling is het niet handig, omdat je vooral toetswijsheid moet hebben, de handigheid om met MC-vragen om te gaan.

Wordt er werkelijk valide en betrouwbaar getoetst op leesvaardigheid? Ik vraag het me af. Wat moeten leerlingen op het voortgezet onderwijs (welk schooltype maakt niet uit) kunnen als het gaat om leesvaardigheid? Leerlingen moeten de kern uit een tekst te kunnen halen. Dat is eigenlijk dat ze samen moeten kunnen vatten wat een ander schrijft.

Het examen Nederlands voor het vmbo-BB zou uit vier teksten moeten bestaan met onder iedere tekst de opdracht:

Vat iedere alinea samen in één zin. Zet alle zinnen achter elkaar zodat je een goedlopende samenvatting krijgt. Zorg ervoor dat je totale samenvatting uit minimaal zoveel en maximaal zoveel woorden bestaat.

De leerling kan zich goed voorbereiden op het examen, want hij weet wat er gevraagd gaat worden. Geen verwarrende MC-vragen, geen lees- én schrijfvaardigheid in één examen, maar duidelijkheid en eenduidigheid.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.