Column 87: ‘de moraal van die tijd’

Toen ik vanochtend – 9 mei 2012 – de voorpagina van de Volkskrant omsloeg, zag ik een plaatje dat ik kende en een kop die mij aansprak. De kop luidde: ‘Digitale bibliotheek wordt nieuw leven ingeblazen’. Het plaatje was een miniatuur uit het zogeheten Evangelarium van Egmond (KB Den Haag, 76 F 1). Een link naar een hoge resolutie foto van fol. 214 verso en 215 recto vindt u in de gelijknamige Wikipedia-pagina. De digitale bibliotheek in kwestie was niet ‘onze’ DBNL, maar Europeana, een digitale bibliotheek waar ik nooit gebruik van maak. Misschien ligt dat aan mij: ik vind niet wat ik zoek. Misschien is men nog onvoldoende uitgeblazen.
   Vandaag, las ik in de Volkskrant, presenteerden de Europese ministers hun favoriete keuze. En zo kon het gebeuren dat staatssecretaris Halbe Zijlstra tijdens een werkbezoek aan de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag koos voor het negende-eeuwse Evangelarium van Egmond dat daar in de kast staat.  Dit boek, dat omstreeks 900 in Reims geschreven en geschilderd werd, werd door graaf Dirk II van Egmond (ca. 932-988) aangekocht en geschonken aan de Benedictijner abdij van Egmond, het ‘huisklooster’ van de graven van Holland, dat hij omstreeks 950 een stenen kapel / kerk cadeau had gedaan. Daarmee nam Dirk de allure aan van een vorst.
   De graven van Holland dankten hun waardigheid aan het wantrouwen van de koningen van Frankrijk: Charles II, toegenaamd ‘de Kale’ en Charles III, toegenaamd ‘de Simpele’. Die werden geteisterd door de Noormannen en verdachten de Friezen ervan deze onverlaten vrije doortocht te verlenen. Als ik Beka mag geloven, was dit wantrouwen onterecht, maar de koningen van Frankrijk namen het zekere voor het onzekere en installeerden een strandwacht die moest waarschuwen als er Vikingen in aantocht waren.
   Om het geschenk een persoonlijk tintje te geven liet Dirk een tweetal miniaturen aan het handschrift toevoegen: een afbeelding van een man en een vrouw die ‘quatre mains’ het evangelieboek op het altaar deponeren, en een afbeelding van een knielende man en een liggende vrouw in smeekhouding voor een man die de patroonheilige van het Egmondse klooster, de heilige Adalbertus, moet voorstellen, die op zijn beurt een beroep doet op Jezus c.q. God. Op de eerste miniatuur staat bijgeschreven:

Hoc textum dedit almo patri teodricus habendum
Nec ne sibi coniuncta simul hildgardis amore
Altberto quorum memor ut sit iure per evum

Vrij vertaald betekent dit:

Dit evangelie heeft Dirk met zijn geliefde echtgenote Hildegard geschonken aan de goedertieren vader Adalbert, opdat hij hen met recht tot in de eeuwigheid zal gedenken.

Op de tweede staat:

Summe deus rogito miserans conserva benigne
Hos tibi quo iugiter famulari digne laborent

In Nederlands van nu:

Hoogste God, ontferm u, smeek ik, over dezen en bescherm hen goedgunstig, opdat zij zich tezamen beijveren U waardig te dienen.

Tekst en vertaling werden mij aangereikt door Huygens ING collega J.W.J. (Jan) Burgers, tevens hoogleraar UvA.
Halbe Zijlstra – wat jammer achteraf dat ik er niet bij geweest ben – heeft zijn keuze toegelicht in een praatje dat ongetwijfeld zwaar verminkt de Volkskrant gehaald heeft:

Volgens Zijlstra bevat het boek daarmee de oudste afbeelding van ‘Hollandse’ personen. Maar aan Dirks zijde zien wij zijn vrouw: Hildegard van Vlaanderen. Voor iedereen die geïnteresseerd is in ‘de moraal van deze tijd’ vertelt de staatssecretaris dat Hildegard trouwde toen zij 12 jaar oud was. Haar eerste zoon volgde een jaar later. Zijlstra: of zij niettemin een goed liefdesleven heeft gehad, vertelt het Evangelarium niet. Daarvoor moeten wij andere historische bronnen raadplegen.

 Ik zal niet moeilijk doen over de veronderstelling dat wij hier te maken hebben met een afbeelding van ‘Hollandse’ personen. Die miniaturen zijn niet in Holland gemaakt, vrijwel zeker in Vlaanderen, en noch Dirk noch Hildegard hebben geposeerd. Het gelijkend portret bestond niet in die tijd. Dat komt pas eeuwen later, ten tijde van onze Abele Spelen.
   Ook zal ik niet moeilijk doen over het gegeven dat Hildegard hier als allochtoon te kijk wordt gezet. Wat is ‘Hollands’? Dirk heet in het Latijn: Thidericus Fresonie, oftewel Diederik de Vries.
   Waar ik wél moeilijk over doe is de zinsnede ‘de moraal van deze tijd’, want daar proef ik iets neerbuigends in: nog maar 12 jaar …

Net als de latere graaf Florens V werd Hildegard bij haar geboorte door haar vader, de graaf van het machtige graafschap Vlaanderen, aan een zoon van de kersverse graaf van Holland als echtgenote beloofd. Zo ging dat in die dagen. Vlaanderen wenste invloed uit te oefenen op Holland en Zeeland, en dat deed je in die jaren door middel van een huwelijk. Had niets met liefde te maken en alles met macht. Zo schonk je ook een zoon of dochter aan het klooster. Niet omdat het kind een roeping had, maar een lijntje met God kon geen kwaad in een maatschappij, waarin je als landsheer voortdurend vuile handen moest maken. En vandaar ook de innige betrekkingen met een klooster: daar liet je je begraven en daar werd dagelijks voor je ziel gebeden.
   Als een kind als Hildegard de onnozele jaren overleefde, werd zij ‘verloofd’ met de zoon van de potentaat die de vader had uitgezocht. Had niets met vrije wil of partnerkeuze te maken. En als de aanstaande bruid vruchtbaar geworden was, werd het huwelijk voltrokken.
   Nog in de twaalfde eeuw, als de roman-productie goed op gang komt en auteurs ons vertellen hoe oud bruid en bruidegom zijn, is het regel dat een aristocratisch meisje op twaalfjarige leeftijd huwt. De jongeman is doorgaans drie jaar ouder: 15, het jaar waarop een jongen toetreedt tot de mannenwereld. Florens V was 14 toen hij huwde, maar u moet die getallen niet absoluut nemen. Het middeleeuwse jaar begon vaak met Pasen en het jaar nul bestond nog niet. Gebruikelijker was het om een kind in zijn eerste levensjaar één te tellen.
   In het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT) hebben wij van alle literaire helden en heldinnen de leeftijd vermeld waarop zij in het huwelijk traden. In een nooit publiek gemaakte database van mijn hand – ‘Jaartal’ geheten – gemaakt in DataPerfect, heb ik onder andere zoveel mogelijk leeftijden verzameld van jongelui die in het huwelijk treden. Dat zijn altijd jongelui met blauw bloed, en dus niet representatief. Maar het is interessant de historische werkelijkheid te vergelijken met de literaire. Tot mijn verrassing lopen zij gelijk op. Achteraf ook weer niet zo verbazingwekkend, immers zij zijn modellen van en voor elkaar: Ruwweg elke eeuw zie je bruid en bruidegom één jaar ouder worden.

Rest ons de vraag of Hildegard ondanks het feit dat zij op twaalfjarige leeftijd huwde en mogelijk al een jaar later beviel van een zoon die naar haar vader Arnulf geheten werd – wat de verhoudingen akelig trefzeker typeert – een “goed liefdesleven” gehad heeft.
   Natuurlijk niet, Halbe! Vrouwen als Hildegard hadden geen liefdesleven. Daarmee werd later in het zuiden van Frankrijk geëxperimenteerd toen daar de fin’ amors geïntroduceerd werd. Mannen als Dirk hadden wel een liefdesleven, maar niet met hun vrouw. Een man die zijn echtgenote bemint is zijn eigen echtbreker, zal Andreas Capellanus omstreeks 1200 beweren in zijn De arte honeste amandi: over de kunst om op eerbiedwaardige wijze lief te hebben. Maar dat liefdesleven van Dirk moet u zich ook niet ‘romantisch’ voorstellen.
   Ten tijde van Dirk en Hildegard was het huwelijk een rollenspel. De man straalde gezag en daadkracht uit, de vrouw gehoorzaamheid en vruchtbaarheid. Zij was in de allereerste plaats een baarmoeder om zonen voort te brengen. Want daar had je wat aan. Over haar privé-leven vertellen de uiterst schaarse historische bronnen ons niets. Maar dankzij literaire bronnen kunnen wij enigszins reconstrueren hoe men dácht dat het hoorde.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.