Begrijpelijke taal, onbegrijpelijke wet

In het nieuwe nummer van Onze Taal staat een verbazingwekkend artikel van de Utrechtse hoogleraar Leo Lentz. In de afgelopen vijftien jaar heeft de overheid een aantal wetten ingevoerd om te eisen dat belangrijke teksten ‘begrijpelijk’ moeten zijn: bijsluiters bij medicijnen, hypotheekoffertes en formulieren van de Belastingdienst. Er is ook veel geld gestoken in sommige van deze projecten, maar Lentz laat zien dat het resultaat ervan twijfelachtig is.

Als ik het goed begrijp — Lentz schrijft zelf heel duidelijk, hij is niet voor niets hoogleraar Tekstontwerp, maar wat hij vertelt is zo bizar dat ik moeite heb mijn ogen te geloven — zijn er met de eisen die de wet stelt grote problemen. Bijsluiters moeten bijvoorbeeld aan een wettelijk bepaalde structuur voldoen, met vaste tussenkopjes, zodat de patiënt snel moet kunnen vinden wat hij zoekt. Die wettelijk voorgeschreven structuur is echter zelf nooit onderzocht op zijn helderheid, je krijgt de indruk dat de wetgever er maar een slag naar heeft geslagen.

Een andere soort eis is dat dit soort teksten eerst op een doelgroep moet worden getoetst voordat ze de wereld in mogen. De wet zegt echter in het geheel niet hoe representatief die groep moet zijn: je kunt hem dus aan een groep hoogbegaafde apothekers voorleggen om hem aan de wettelijke eis te laten voldoen.

Hoe achteloos kun je met een wet omgaan? Je kwakt wat regeltjes op papier zodat het erop lijkt dat je iets gedaan hebt — of het ook wat oplevert, maakt dan niet meer uit.

Een aantal jaren geleden zat ik in een commissie die de overheid moest adviseren over het begrijpelijk maken van formulieren. Ik was in die commissie verreweg de minst deskundige — ik heb geen idee waarom men mij vroeg, en ik zei alleen maar ja omdat je als medewerker van Neder-L nu eenmaal ook weleens wat moet meemaken wil je voldoende te schrijven hebben (geld heb ik er in ieder geval niet mee verdiend).

Enfin, die commissie nam allerlei verstandige besluiten en kwam ook met verstandige adviezen. Zoals dat het minder belangrijk is om een lijst met criteria voor begrijpelijkheid op te stellen en belangrijker om een lijst met criteria te komen over hoe je zo’n tekst kunt produceren — inclusief testen bij een representatieve steekproef van je doelgroep.

Maar het beste besluit was: de doelstellingen onmiddellijk bijstellen. Het kabinet (Balkenende-IV) had zich bij het aantreden voorgenomen dat alle formulieren van alle overheden binnen een paar jaar ‘begrijpelijk’ moesten worden. Dat het hier over tienduizenden formulieren ging, die soms slechts een enkele keer door een enkeling worden ingevuld, dat zagen ze over het hoofd.

De politiek roept wel om begrijpelijke taal. Maar het interesseert ze geen barst.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op Begrijpelijke taal, onbegrijpelijke wet

  1. Rein schreef:

    Maak een keuze of 'soort' onzijdig is of niet. Twee verschillende versies in één zin (derde alinea) is wat slordig.

  2. Anoniem schreef:

    structuur [struc·tuur], de[v.], structuren [struc·tu·ren]

Reacties zijn gesloten.